Showing posts with label metal. Show all posts
Showing posts with label metal. Show all posts

Friday, August 14, 2009

Thursday, July 2, 2009

Anthrax @ Melkweg; nachtbus A'dam - Haarlem 02/07/09


Wil degene die mij kan vertellen waarom Grand Magus' Iron Will NIET de beste heavy metalplaat is sinds The Number of the Beast die niet van Hammers of Misfortune is mij even van repliek dienen? Thank you, and goodnight.

Monday, June 8, 2009

Prong @ Melkweg setlist

“Bad Fall”
“Rude Awakening”
“Looking For Them”
“Another Worldly Device”
“3rd Option”
“The Banishment”
“Broken Peace”
“For Dear Life”
“Lost And Found”
“Messages Inside Of Me”
“Beg To Differ”
“Irrelevant Thoughts”
“Cut-Rate”
“Worst Of It”
“Third From The Sun”
“Unconditional”
“Freezer Burn”
“Disbelief”
“Whose Fist Is This Anyway?”
“Snap Your Fingers Snap Your Neck”
“Power Of The Damager”
“Dark Signs”

Soms zijn recensies zooow overbodig...

Sunday, June 7, 2009

Order Of Ennead - "The Culling"

Prong was top vanavond in de Melkweg (recensie binnen een paar dagen te lezen bij KindaMuzik), maar in de trein terug werd ik voor de zoveelste keer tot tranen geroerd door Order Of Ennead’s tour de force “The Culling”. Order Of Ennead was één van de spijtige afzeggers vorige week op het desalniettemin uiterst genietbare Neurotic Deathfest in Tilburg, en eerder dit jaar miste ik ze door mijn eigen luiheid ook al hier in Haarlem in het voorprogramma van Deicide. Van die beruchte death metal legende is het overigens ook een soort-van-spin-off, maar wel één met ruim voldoende eigen smoel en gewicht. “The Culling” is een magnifiek voorbeeld van de muziek die ik op Last FM, vrij naar Clint Eastwood, met “play misty eyed black metal for me” pleeg te taggen ("Fisherman's Friend black metal" is ook een goed alternatief). Hoofdreden hier is de prachtige schrale schrijnende openingsriff, maar let vooral ook op hoe het een Echt Liedje is en het kundige gebruik van blastbeats onder die riff even verderop in het nummer. Typisch hoe een band uit Florida, de zonnige thuisbasis van de death metal, weet door te dringen tot de kern van de Scandinavische kunstvorm black metal, met als verbindend element de duistere melodieuze grandeur van de klassieke Metallica (zie ook Withered, waar ik ook nog eens nodig over uit moet weiden). Zoals Slayer op zijn debuutplaat al wist te verkondigen, “evil has no boundaries”.

Saturday, May 9, 2009

Anneke van Giersbergen @ Patronaat

Eigenlijk heb ik niet zoveel te melden over Anneke in het Patronaat. Of misschien ook wel (bijvoorbeeld dat ze eigenlijk gewoon dezelfde show doet als vorig jaar met haar band Agua De Annique, die er nu ook weer bij is, maar dan wat akoestischer en met de zanger van het Haarlemse Silkstone als gast, en dat als ze dan grootmoedig een Within Temptation cover doet (godbetert, alsof Paul McCartney een nummer van Badfinger speelt! Maar mooi was het wel…) ze inmiddels ook best een ‘Nighttime Birds’ of een ‘Leaves’ weer eens uit de mottenballen mag halen (dat ze ‘Strange Machines’ niet meer doet, soit), of dat er af en toe wel een heel erg matig ‘skunk alanis’ retro 1990s sfeertje hangt en dat haar stem vreemd genoeg niet geschikt lijkt voor het wat rustiger werk en veel beter vaart bij uitbundige kamerbreed gevleugelde metal, zonder dat dit alles ook maar enigszins afbreuk doet aan het feit dat Anneke de meest innemende zangeres ooit is; we formuleren voorzichtig want mevrouw Hiram leest ook mee) maar ik heb even geen tijd / zin om het een beetje leesbaar leuk te formuleren; immers, ik heb geleerd van mijn Laibach lulverhaaltje én de wekker gaat morgen weer vroeg om tevergeefs een poging te doen kaartjes te bemachtigen voor My Bloody Valentine in de Effenaar. Daarom maar deze intens vrolijkmakende foto die ik van de week tegenkwam van Anneke en een superfan; ik hoor haar moederlijke commentaar zo voor me.

Monday, April 27, 2009

It's catching on


Gheh.

Geen bpop op de bill helaas, maar anderszins zijn er in ieder geval twee erg interessante bandjes te bewonderen volgende week in de Hout: Het L.A. indiedancenoisecombo HEALTH, dat onlangs nog veel indruk maakte op het Motel Mozaïque festival, en Pink Mountaintops, de psychfolkrockband van Black Mountain frontman Stephen McBean. Misschien dat we ons dit jaar dus toch maar weer eens in het zweterige gedrang gaan storten; twee uurtjes, kleine podium, moet te doen zijn.

Nu het b-woord toch weer is gevallen, onze favoriete Go-Go-dolls KSM hebben opnieuw twee liedjes uitgepoept, voor de verandering eens wat meer 'meh' dan 'yeah' jammer genoeg: Eén keer No Doubt en één keer powerballad. Gelukkig beloven liveleaks van nóg drie andere tracks (doorklikken alleen voor de diehards!) weer veel goeds; vooral "Saturdays Sundays" krijgt bonuspunten vanwege de scandeer-in-één-van-je-liedjes-je-eigen-bandnaam factor.

Overigens kunt u al deze hete nieuwtjes voortaan ook gewoon zelf genereren via x_hiram_x's reuze handige en volledig om niet aangeboden lijstje met bpop-links; even doorscrollen en naar links blijven kijken s.v.p.

Daar bemerkt u dan ondertussen wellicht ook het lemma 'kindamuzik'. Sinds een maandje of twee schrijft onze medewerker van het eerste uur Thijs G. immers voor dit zojuist tien jaar geworden online muziektijdschrift en het is wel zo netjes om u, de trouwe lezer, hier ook even van op de hoogte te houden middels onze sidebar. Hij heeft het er maar druk mee onze Thijs, want bij De Subjectivisten verscheen onlangs ook nog een concertrecensie van Marit Larsen van zijn hand!

Nog meer heuglijk nieuws tot besluit: Huize Hiram krijgt er binnenkort een nieuwe bewoner bij, en wát een poepie is het:


Een zwart/wit gestreept Noors boskatertje, dus. U mag drie keer raden hoe wij hem gaan noemen. Het rijmt op Penriz.

Tuesday, March 3, 2009

Bloodbath: De 2 Unlimited Van De Death Metal

4 tha ladiez… de Ray & Anita van Bloodbath

Eén van de beste platen van het afgelopen jaar was The Fathomless Mastery van Bloodbath. Ik stak er al eens de loftrompet over in mijn eindejaarslijstje, maar ik draai hem nog steeds bijna dagelijks en ben er eigenlijk nog laaang niet over uitgepraat. Want hoe graag ik het ook mag ontkennen, soms maken drums en zang bij metal wel degelijk het, of in ieder geval een verschil. Bij Bloodbath (check die aftandse Nederlandse wiki-pagina! ), een Zweedse death metal gelegenheidssupergroep die zo ongeveer per plaat van bezetting verandert, wordt in zekere zin de aloude tweedeling tussen songschrijvers en uitvoerenden weer in ere hersteld: De gitarist, bassist én gitaarroadie van Katatonia, Anders Nyström, Jonas Renkse en Per “Sodomizer” Eriksson, waren verantwoordelijk voor de riffs en de liedjes, en ondanks het feit dat deze heren ook meer dan verdienstelijk hun mopjes meespelen op de plaat komt het echt spectaculaire muzikale vuurwerk van de Opeth poster boys Mikael Åkerfeldt (zang) en Martin Axenrot (drums), wier meesterlijke performances het album onmiskenbaar naar een hoger plan tillen.

Neem bijvoorbeeld “Treasonous” , een nummertje dat, zoals wel vaker het geval is op The Fathomless Mastery, gitaarsgewijs een kunstig bijelkaargejat midden vindt tussen Morbid Angel, black metal en goeie ouwe Zweedse death, inclusief opzichtige hall-of-fame-Entombed-riff rip-off in het refrein (overigens ook de eigenlijke reden waarom die ‘gitaar die uit zichzelf geluid maakt’ zo goed klinkt). Qua drums giert de spreekwoordelijke stront je echter al vanaf de ventilator tegemoet als het intro nog maar halverwege is, wanneer “Axe” onder de zwartgeblakerde tremolo picking riffs van een ratel in drieën overschakelt (op 0:13) naar een nog net effe snellere vierkante recht-zo-die-gaat blastbeat. Soit, die is eigenlijk gewoon puur voor de show, maar hij gaat wel echt voor goud meteen na het refrein, als de gitaren de bijna shuffelende groove metal riff van het eerste couplet weer inzetten (0:56), en Axe, tussen de zang door, tot drie keer toe doelbewust dwars tegen de ‘swingende’ gitaren in zijn straight blasts (eerste keer) en polka’s (tweede en derde keer) doorspeelt, om zich bij de vierde en laatste keer weer comfortabel in de slepende groove-in-drieën van de rest van de band te settelen. Deze incongruentie van de drums en de gitaren, die een soort ‘harkend’ effect teweegbrengt, is een mooi voorbeeld van wat metalheads ‘ziek’ plegen te noemen, een door Morbid Angel gepionierd gevoel/geluid/principe, dat op deze plaat in de meest elementaire vorm ook nog eens prachtig wordt gedemonstreerd door de zak-aardappelen-van-de-trap-rollende basdrums onder de slijmerig groene openingsriff van “Mock The Cross”. Van die dingen waar je je met louter wit gevulde oogkassen bij voorstelt, weet je wel? Maar nog even terug naar “Treasonous” want het vetste moet nog komen. Na het tweede refrein wordt het bovengenoemde stukje nog eens gespeeld, gevolgd door een wat obligaat sologedeelte en nogmaals het refrein; maar dan (3:37) volgt de bonus riffage, altijd een van mijn favoriete onderdelen van goede metal, wanneer de band, als het nummer er eigenlijk al min of meer op zit, nog even kort gaat stoeien met de hoofdbestanddelen van het liedje en er met behulp van een paar welbekende stijlfiguren (die de benaming ‘riff’ niet echt verdienen) een speels einde aan breit: System overload gitaar squeals, monotoon gedender, gruntje doet ook nog even gezellig mee en in extremis (3:48) om het helemaal af te maken weer dat jakkerende gehark met die op zichzelf doorspelende drums … het duurt maar twee tellen maar o, o, o, Gezegend Zijn De Zieken.

Soortgelijke fijne spielerei (nogmaals, het betreft hier een hobbybandje van door de wol geverfde death metal veteranen) horen we ook weer terug in het coda van “Process Of Disillumination”. Dit nummer vertoont in het begin het kleine doch terugkomende euvel op The Fathomless Mastery van death metal riffs die weliswaar solide maar toch ook wel tamelijk pedestrian zijn, maar gaandeweg blijkt dat er louter sprake is van zorgvuldige opbouw en het niet meteen al je kaarten op tafel willen leggen. Bovendien wordt het nummer, zoals eigenlijk de gehele plaat, meteen al zonder meer gedomineerd door de vocalen van Åkerfeldt. Met Opeth krijgt hij al jaren een hoop kritiek te verduren van de kvlt-brigade, maar je zou bijna vergeten wat een top notch grunt hij in huis heeft: Bovenal autoritair als de Morgenster Zelve, maar ook redelijk verstaanbaar (wat in dit geval vanwege de, zeker in het licht van Opeth, extreem over the top blasfemische teksten absoluut van toegevoegde waarde is) en bijzonder sterk qua timing en ritmiek. Let in dit nummer bijvoorbeeld eens op de twee “eternal winter / prince of darkness… rise!” passages en het daaropvolgende geblaf in triolen (vanaf 0:22 en 1:52), of de getormenteerde oerkreten op 1:16, wanneer tevens de eerste echt memorabele riff te noteren valt, waarvoor ik eerder al de adjectieven ‘geleedpotig’ en ‘krioelend’ aandroeg. Dit juweeltje wordt dus in de adembenemende laatste minuut nog even flink opgepoetst: Voorafgegaan door een beproefd staaltje adrenalineverhoging dat geen verdere uitleg meer behoeft (2:17) dient tot onze lichte teleurstelling de ‘solide’ riff uit het eerste couplet zich weer aan (2:42), maar deze wordt nu halverwege abrupt afgebroken door het glinsterende exemplaar uit het insectarium (2;48), dat op zijn beurt weer direct op z’n staart getrapt wordt door de voltallige band, met speciale aandacht ook voor de dissonante bas- / lage gitaarpartij, want ga nou niet denken dat die Katatoniaatjes een stelletje koekenbakkers zijn, hè? Pats, boem, klaar. Masterclass metalliedje arrangeren. Nog vragen iemand?

Voor de liefhebbers is hier nog een zipje met mp3tjes van de drie genoemde nummers, maar pas op, de hierboven vermelde tijdsaanduidingen gelden voor de YouTube-versies. En gewoon de plaat kopen en lekker zelf luisteren mag ook natuurlijk, maar bedenk wel, the devil is in the details.

Bonus riffage:

Monday, February 23, 2009

What Is This That Stands Before Me

Die stomme griffo’s op het pluche ook… inkoppen, ho maar! Onder het motto ‘luid & duidelijk’ krijgen binnenkort de vaderlandse zieken-, politie- en brandweerwagens een uniforme tweetonige sirene (hier een fascinerend overzicht van de meertonige hoorns der Europese voorrangsvoertuigen). Gemiste kans, zo weet iedere metalhead, want kom op eej, wat zegt er nu luider, duidelijker en veldruimender duck & cover dan onze geliefde duivelse drietoon!

Stel je toch eens voor…

Monday, November 24, 2008

Hammer Battalion Europe Tour @ Patronaat

Monday night death metal night vorige week in de kleine zaal, even bijschakelen is het wel. Commander uit Beieren mag om half acht aftrappen voor een mannetje of tien, elf… gasten, misschien die Wagneriaanse introtape toch nog eens heroverwegen. De bassist heeft bovenstaand shirt aan, blijkbaar is er een Zuid-Duitse broederband op het werkelijk lumineuze idee gekomen om zich te vernoemen naar Neerlands grunttrots Martin Van Drunen (Pestilence, Hail Of Bullets). Hulde, en een erg strak shirt bovendien. Jammer van de saaie beard metal...

One Man Army &The Undead Quartet is de nieuwe band van de voormalige zanger van The Crown en zou kunnen worden afgedaan als volstrekt anonieme Zweedse melodeath, ware het niet dat ze een Malmsteen in schaapskleren in de gelederen hebben. Ik sta me toevallig recht voor zijn neus af te vragen wat zo’n autistische kale kantoorklerk in godsnaam in een metalband te zoeken heeft, als hij kalm naar voren loopt, zijn linkerbeen op de monitor zet, zijn gitaar kaarsrecht omhoog op dat linkerbeen en… ach, kijk zelf maar. Memorabele riffs ho maar, maar dit is ook wel eens leuk, bij ieder nummer reikhalzend naar zo’n shredtastic solo uitzien.

Van Krisiun heb ik weinig gezien. De laatste plaat van deze Braziliaanse blasturbeerders heet niet voor niets Southern Storm: Een tropische tornado wervelt door de arme kleine zaal, en niet alleen sonisch. Zoals gebruikelijk ben ik geposteerd voor de gitarist, maar al snel wordt de blik noodgedwongen verlegd naar de favela circle pit, waarvoor de niet (vrijwillig) participerende toeschouwers zelfs onder het soundboard nog nauwelijks veilig zijn, het is echt bukken voor je leven. Enkele hermanos uit het gevolg van Krisiun, ofschoon voortdurend getooid met een gulle Ronaldinho-lach en uitermate behulpzaam voor de talrijke stofhappers, toveren de zaal om tot een Uruguayaans strafschopgebied; een heerlijk liefde & oorlog sfeertje, zoals het hoort bij metal. Ondertussen buffelen de drie gezichtsloze broertjes/neefjes op het podium onverstoorbaar door hun op de goede manier ultramonotone brute death metal repertoire heen, niet zo hypnotiserend als Nile eerder dit jaar, daarvoor was de afleiding ook gewoon te groot, maar potverdorie, vet zat hoor. Met name het machinegeweerintro van “Bloodcraft” bezorgt me koude rillingen.

Unleashed, dat (zoals u inmiddels begrepen had) met Entombed, Dismember en Grave de Big Four van de klassieke Zweedse death metal vormt, heb ik dertien jaar geleden voor het laatst gezien, maar van dat optreden kan ik me maar bar weinig herinneren omdat ze toen zo collegiaal én oerstom waren om het voorprogramma te laten verzorgen door het destijds op volle Slaughter Of The Soul-oorlogssterkte om zich heen maaiende At The Gates. Blijkbaar zijn ze dus nogal hardleers, want ook vanavond wordt het gekkenhuis van Krisiun niet geëvenaard door Johnny Hedlund en zijn noormannen-van-stavast (“Greetings, warriors of the Netherlands!”). Daar is het zaalgeluid fors debet aan, want op een totaal niet matchende mix van alleen-maar-kick-en-nauwelijks-snaredrums en punchloze ‘holle’ gitaren is het lastig polkaën, terwijl Unleashed’s lekker simplistische boer’n death het daar wel vooral van moet hebben. Niet zo vreemd dus dat juist het black metalachtige "Black Horizon" van de laatste plaat het hoogtepunt van de set wordt, al is de titelsong met zijn crowd pleasende refrein ("the order is to kill/fire at will/hammer battalion... unleashed!") natuurlijk ook een dikke neo-klassieker van "Death Metal Victory"-kaliber. Aan de jongens zelf lag het dan ook zeker niet, de wisselvalligheid op plaat wordt alle-dertien-goed op het podium en Hedlund is een veteraan-frontman met een prachtig vikinghoofd die het publiek gemakkelijk om zijn vinger windt, met de bierdoop-uit-hoornkelk als ultiem moment van verbroedering. Toch benieuwd wie ze de volgende keer weer gaan meenemen als 'opwarmertje'.

Unleashed - "Hammer Battalion"

Sunday, November 16, 2008

Metallica @ Subjectivisten

Een tijdje terug had ik hier met Bas een klein onderonsje over wat nou de beste Metallica-plaat is, met een voorzichtige vervolgafspraak voor iets van een duo-recensie in de nabije toekomst. Het heeft even geduurd, maar het is er nu toch eindelijk van gekomen, en hoe! In het voormalige bastion der popfundamentalisten, De Subjectivisten, hebben de langharigen de macht gegrepen en gaf een langlopende draad op het forum over onvermijdelijke metalplaten aanleiding voor een heuse Metallica week, die zich de afgelopen dagen in rap tempo ontrolde in de vorm van een serie stukken over eenieders persoonlijke Metallica-favoriet: OpperSub Omar Muñoz Cremers over het ontwaken van de mens-machine in hem met behulp van ...And Justice For All, Bas Ickenroth dus over zijn liefdesleven met Ride The Lightning, Martijn Ter Haar taking one for the team-style over de "kleng! snaredrumslag" van St. Anger, blogbroeder Billy Clismo over zijn denkbeeldige drieminutenliedjes debuutplaat... geweldig om mijn jeugdhelden Metallica eindelijk eens recht te zien worden gedaan door breedgeoriënteerde, kundige en hartstochtelijke muziekliefhebbers die bij uitstek in staat zijn om de controversiële band door alle hype en hoon heen op waarde te schatten. En sowieso fijn ook dat hiermee de site weer opgeleefd is, trouwens.

Ik had de eer om Metallica's beroemdste album en bovendien mijn onbetwiste onbewoond eilandplaat te mogen tackelen, Master Of Puppets uit 1986; gisteren is mijn stukje verschenen. Als ik het 'gewoon' voor mijn blog had moeten schrijven was het waarschijnlijk weer een gebed zonder eind geworden (dat Judas Priest ding komt er écht nog aan!), dus het was wel goed dat de snel opelkaarvolgende posts van de andere jongens deze week de druk lekker op de ketel hielden. Ben wel tevreden over het resultaat, het was ook wel iets dat ik vond dat ik ooit nog moest doen. Wie weet waag ik me toch ook nog maar eens aan een Hank Williams stuk, zo mogelijk nog meer een platgetreden pad; jammer ook dat het me niet wat vaker lukt de tijd te nemen voor zo'n wat uitgebreider verhaal.

Houdt de Subs-site in de gaten, want de grootste metalkenner van allemaal Martijn Busink gaat zich nog buigen over de magistrale cover-EP Garage Days Re-revisited en wie weet kunnen we onze indietronica stagiair Ludo Maas nog bewegen tot een afstudeerwerkstuk! Tot die tijd, hier mijn hele verhaal over Cliff & James in een notendop; let op de close up na twintig seconden, en de broeken natuurlijk:

Metallica - "Creeping Death" live 1986

Wednesday, October 29, 2008

Demi Borgir


I'd heard Demi Lovato was a metal fan, and backstage [...] she confesses her affection for the headbangers. "I had an ex-boyfriend who was a total metalhead," she explains. When asked, she ticks off some of her favorite metal bands: Glendale, Arizona's Job for a Cowboy (sample lyric: "Nauseated/She chokes on her own vomit emitted from her distended and desiccated throat") and Norway's Dimmu Borgir (classic album: Death Cult Armageddon).

"I don't want kids to listen to Job for a Cowboy," Lovato says cautiously. "But there is a certain uniqueness to metal music. When someone comes over to a mike and screams — I can't do that. I listen to pop music and I'm like, 'OK, I get it' — that doesn't fascinate me. What fascinates me is metal."

For a second, Lovato looks nervous, as if she's said a terrible thing that will soon have her waiting tables at a Dallas-area Applebee's. She wonders if she should have mentioned the bands at all. "I think [Disney Channel president] Gary Marsh would kill me."


Maybe. But I think it makes her sound 15, and totally awesome.

(Jason Gay, Rolling Stone Jonas Brothers feature, 7 augustus 2008)


W00t! Demi for all tid \m/

Dimmu Borgir - "Progenies Of The Great Apocalypse"

Friday, October 17, 2008

Gefeliciteerd, drumstel!

Volgens de Volkskrant bestaat het drumstel binnenkort honderd jaar, in 1909 kwam Ludwig immers met het eerste goedwerkende basdrumpedaal op de markt, zie foto hierboven voor een mooi oud exemplaar. Dat mag natuurlijk niet ongemerkt voorbijgaan, dus bij deze een triootje drumstelgebruikers die ik altijd graag mag horen.

John Convertino van Calexico is een drummende jazzfan, hij doet bijna alles met brushes en mallets en is net als ik groot liefhebber van de voetsgewijze hihatbediening. Hij heeft iets onmiskenbaar stijfs blanks, maar ik vind het altijd zo'n feest om naar hem te kijken, met z'n loensende blik, Amerikaanse jaren vijftig hoofd en beweeglijke stijl, het stoffige woestijnoverhemd nonchalant over de broek hangend; hij heeft altijd dat relaxte eerste-kop-koffie-op-zondagochtend aura, zeker ook in contrast met de slimste-jongetje-van-de-klas uitstraling van zanger Joey Burns. Convertino heeft een soort tic waarbij hij ineens kaarsrecht gaat zitten, zijn wenkbrauwen omhoog trekt en zeer gedecideerd 'nee' gaat zitten schudden tijdens het spelen. Veel shoulder drops ook, maar in dit filmpje zie je hem toch vooral zijn mooie armbewegingen maken (bv. vanaf 1:14), alsof hij aan het flamencodansen of stierenvechten is. Typisch Calexico faux-mexican zesachtsten dingetje dit, met veel drie-over-twee foefjes, altijd fijn, één van de meest aantrekkelijke dingen van latin muziek. Kenmerkend voor Convertino zijn de snelle doorlopende rechterhand op de snare (die normaal gesproeken meestal de bekkens beroert), de ondersteunend chkchkende hihat en het eveneens van jazzdrummers afgekeken spaarzame, weloverwogen gebruik van de basdrum. Met name dat laatste, soms laat hij gewoon vier maten 'open', vind ik wel erg inspirerend: Waarom toch altijd maar braaf die bas op de 1 en de 3 spelen?

Calexico - "Across The Wire" (live @ Austin City Limits)

Simon Phillips is een typische jaren tachtig drummer's drummer met een mooie krullenmat, zo één waarvan er een Zildjian promo-poster in mijn drumlokaal op de muziekschool hing, een hooggewaardeerde jazz, fusion én rock sessiemuzikant die ook nog voor vast speelde bij latere incarnaties van The Who en Toto. Hier een geweldig filmpje waar hij de onweerstaanbare Jeff Porcaro half time shuffle van "Rosanna" als uitgangspunt neemt voor een drum solo. Zoals aan het begin van het filmpje te zien is speelt Phillips zoals dat heet met 'open handen': De hihat wordt met de linker- in plaats van de rechterhand en de snare met de rechter- in plaats van de linkerhand bespeeld waardoor je niet met de gebruikelijke gekruiste pootjes op ongelijke hoogtes zit te spelen. Net als bij bv. Billy Cobham hoor je deze techniek ook daadwerkelijk terug in zijn drumstijl: Het klinkt afgemeten, precies, bijna 'gedrukt', met veel ghost notes / 'tussentikjes' op hihat en snare. Het is een manier van drummen die je niet snel zal terughoren op metalplaten, maar Phillips heeft desalniettemin twee in het oog springende sessieklussen gedaan in dat genre: De debuutplaat van de Michael Schenker Group uit 1980, met als hoogtepunt het instrumentale meesterwerkje "Into The Arena" (Phillips laat de arme Schenker werkelijk alle hoeken van de studio zien), en Sin After Sin van Judas Priest. Die band had destijds nogal last van het Spinal Tap syndroom der exploderende drummers, dus tijdens de opnames van deze plaat in 1977 werd de pas negentienjarige Phillips hals over kop ingehuurd om de drums in te spelen. Er was weinig geld/tijd, dus Phillips moest zonder veel repetities al improviserend zijn partijen op de band slingeren. In interviews heeft Phillips wel eens aangegeven dat hij het erg leuk vindt om in een andere stijl te spelen dan de rest van de band, dus hij drumde vaak rockerig tijdens jazzsessies en juist jazzy of funky bij rockbands, en dat deed hij nu dus ook bij de extreem-stijve-harken-metalband Priest. Dat levert verrassende resultaten op, zoals het rijkelijk geornamenteerde trendsettende dubbele basdrumspel in het later door Slayer gecoverde "Dissident Aggressor", maar toch vooral zijn hilarische funky herinterpretatie van het traditionele metalgallopje in "Diamonds And Rust"; dat het van oorsprong een nummer van Joan Baez is over haar relatie met Bob Dylan maakt het allemaal nog surrealistischer. Maar goed, let op Phillips dus, die het met behulp van ghost notes, four to the floor disco basdrums en een enorm gevoel voor groove klaarspeelt om een metalcover van een folkliedje te laten klinken als een kruising tussen "The Final Countdown" en "Theme From Fame":

Judas Priest - "Diamonds And Rust"


Zoals ik vroeger iedere ochtend opstond met "Wiped Out" van Raven, zo begon ik ook altijd met dezelfde twee drumpartijen als ik 's middags van half vijf tot half zes op mijn zolderkamertje ging zitten oefenen: Een soort van geloopte enkele basdrum versie van het intro van Deep Purple's "Fireball" en de memorabele gesyncopeerde groove die John Bonham halverwege "In My Time Of Dying" neerlegt. Zooo lekker om te spelen met die zestiende noten afwisselend op snare en hihat, en het is ook een erg goede basdrumvoetcoördinatietraining; in het livefilmpje hieronder heeft Bonzo er zelf ook nog wat moeite mee zo af en toe. Deze groove begint in het filmpje vanaf 3:20, maar om het geniaal geënsceneerde effect van deze partij echt te begrijpen moet je ook het eerste deel van dit lange nummer even goed beluisteren. Om te beginnen hoor je Bonham namelijk vanaf 0:46 een simpele slepende groove spelen met een zogenaamd 'voortrekkertje'; dat is het accent met basdrum + open hihat net vóór de eerste tel (en even belangrijk, net na de snare), zeg maar steeds op het moment dat Jimmy Page die hoge slide noot speelt. De befaamde middenpassage begint vervolgens dus vanaf 3:20 en het geheim zit hem behalve in het gesyncopeerde snare werk (cruciaal is het ontbreken van de snare op de derde tel) toch vooral steeds in dat extra telletje aan het einde van het blokje (de laatste maat is een negenachtsen in plaats van een vierkwarts). Daar speelt Bonham een 'uitgestelde' slag op de snare, direct gevolgd door een basdrum/crashbekken-boem, wat feitelijk de eerste tel van het volgende blokje is, maar voelt als dat 'voortrekkertje' dat je onbewust nog in je hoofd hebt zitten uit het eerste deel van het liedje. Capiche? Klinkt allemaal erg ingewikkeld hè, luister maar gewoon, het is zonder uitleg al mooi genoeg: Wát een nummer, wat een band ook, die baspartijen tijdens de gitaarsolo's om maar eens wat te noemen. De drie instrumentalisten van Led Zeppelin waren allemaal zo goed en hadden zo'n ongelooflijke chemie dat het altijd lastig blijft om precies te duiden waarom het zo magistraal is. Komt dat extra telletje nou uit de koker van Bonham of is het gewoon een voortvloeisel van Page's delta blues roots? Lekker belangrijk ook, trouwens. Het valt me op die Zep DVD waar deze opname vandaan komt overigens op dat Bonham, die volgens de overlevering verschrikkelijk hard sloeg, er meestal zo rustig bijzit. Steek er een sigaar in en het is alsof je naar Johan Derksen zit te kijken die een boompje opzet over het financiële wanbeleid bij AGOVV.

Led Zeppelin - "In My Time Of Dying" (live 1975)

Friday, October 3, 2008

Ithyphallic Europe Tour @ Patronaat

Vier totaal verschillende death metal bands vorige week in Patronaat in het kader van de Heavy In Haarlem-reeks, die ons volgende maand nog Unleashed en Krisiun, en volgend jaar onder anderen Deicide en Vader gaat brengen; geweldig! Omnium Gatherum speelt op niet onaardige wijze de typisch Finse melodieus-met-toetsen variant voor een nog meer dan halflege grote zaal (komt goed), waarbij meteen het ook de rest van de avond knap volgehouden transparante zaalgeluid opvalt: Beetje meer gitaar had gemogen, maar de drums overheersen in ieder geval niet. Severe Torture uit Boxtel laat maar weer eens zien dat brabo's in een Haarlems decor altijd een bijzonder amusant schouwspel zijn, zoals bijvoorbeeld ook Agua De Annique eerder dit jaar. "Kom op godverdomme, Haarlem de gekstûh!" gilt zanger Dennis Schreurs ons midsong toe en hij kan ook z'n best kalekopheadbangen met de handjes op de dijen; hij heeft wel iets weg van Extince. Verder slacht ST simpelweg, met afstand de beste traditionele meat & potatoes no frills brute maar niet al te technische death metal band van de avond, met een speciale vermelding voor de lekker swingende bounce die drummer Seth van de Loo bij voortduring in zijn blasts weet te stoppen. Toppertje, vindt ook de zojuist straight outta harples aangesloten mrs. Hiram. Grave speelt vervolgens een beetje ongeïnspireerd, zo lijkt het, en het iets te zachte gitaargeluid wreekt zich bij deze Zweedse oldschoolers natuurlijk ook des te meer; we gaan maar eens even wat verder naar voren, want onze favoriete lokatie bovenin bij de bar mag dan zeker niet te verwaarlozen voordelen hebben ten aanzien van het zicht en de dorstlessing, maar het overhangende balkon doet de oren vaak wat tekort, zogezegd. Voorin blijkt het qua geluid nog steeds niet helemaal je dat, maar de content vergoedt veel, zoniet alles en mijn inmiddels ook presente stagiair laat zich zelfs de gewaagde uitspraak ontvallen dat het "wel een goed bandje is, volgens mij, toch?" Dat is het, Leo; maar niet zo goed als Dismember. Nile doet werkelijk precies datgene waarop ik had gehoopt, namelijk een andere dimensie inschieten, de extreme metal voorbij en tegelijkertijd zijn al jaren sluimerende belofte inlossend. Vergeet die circle pit, windmolennek of zelfs maar meetappend voetjes, dit is een kwestie van benen wijd, armen over elkaar en de weldadige geluidsgolven over je heen laten komen. Zo af en toe komt er wel een flard herkenbare riff voorbijvliegen of kun je een licht knikkende hoofdbeweging niet onderdrukken, maar verder is het wat mij betreft gewoon vervoerende, louterende, haast Coltraneëske noisescapism. Het contrast met de traditionele (and then some) podiumpresentatie van de band zorgt bovendien nog eens voor absurdistische comic relief: Zanger Dallas Toler "This next one is all about the phallus!" Wade (rechts) heeft inmiddels zonder noemenswaardige concurrentie de skulletkroon van de naar verluidt recentelijk gekortwiekte Devin Townsend overgenomen, en terwijl drummer George Kollias onverstoorbaar op topsnelheid doorratelt (stagiair Leo denkt bij de eerste paar nummers steeds dat 'de eindroffel' al is ingezet) staat gitarist Karl Sanders liefdevol glimlachend over zijn 'Egyptische' dubbele Flying V gebogen doodkalm te sweep picken (d.i.: scroll naar 2:13) alsof hij een geitje aait op de kinderboerderij, om aan het eind van ieder nummer in perfecte choreografie met de rest van de band de tweepuntige gitaarhalzen/-koppen (?) én rechterpink & -wijsvingers richting publiek uit te strekken. Achterin de zaal biggelt er stilletjes een traan mijn biertje in.

Nile - "The Blessed Dead" (aka "The Pleasant Dad)

Saturday, September 6, 2008

Nutteloze Lijstjes #2: Favoriete (ex-) Judas Priest-leden


1. K.K. Downing
2. Rob Halford
3. Glenn Tipton
4. Les "Feathertouch" Binks
5. Simon Phillips
6. Scott Travis
7. Ian Hill
8. Dave Holland
9. Alan Moore
10. John Hinch
11. Tim "Ripper" Owens
12. Al Atkins

Fun fact: Kenneth Downing, Jr. kreeg zijn bijnaam op een vroege Priest tour in Denenmarken, van een lokale vrouwelijke fan die zijn echte voornaam niet kon uitspreken. Ik stel voor dat we die nieuwe '10' van FC Twente vanaf nu dan ook maar KK Perez noemen.

"Mr. Downing is primed & ready on a Sunday - oooooowww...":

Wednesday, September 3, 2008

De Hammers Of Misfortune Street Team Komt Naar Je TOE Deze Najaar

Terwijl de rest van het internet peentjes zweet over de vers gelekte nieuwe Metallica (die zowaar niet onaardig klinkt, zo op het eerste gehoor), moeten wij hier uw aandacht toch even vestigen op de twee nieuwe pareltjes die ons knuffelbandje Hammers Of Misfortune zopas voor de zwijnen wierp. Over twee maanden komt de langverwachte dubbelelpee uit, of zoals de band het noemt, 'een split met zichzelf'. De twee teasers klinken ondanks enkele bezettingswisselingen (waaronder een nieuwe zanger) nog onmiskenbaar als de Hammers van The August Engine en The Locust Years, al vermoed ik mede op basis van het concept, de pasticheuze hoezen (Hawkwind? Ramases?) en de tracklists dat sommigen onder ons hun prog-o-meter weer even wat bij zullen moeten stellen (de Opeth-invloeden lijken er niet minder op geworden, getuige "Rats Assembly"). De productie lijkt ook niet noemenswaardig anders of beter, maar uiteraard stellen we dat oordeel beter uit tot we het vinyl in huis hebben. Het titelnummer van de tweede plaat is in ieder geval alvast prachtig, luister maar:


Monday, August 11, 2008

The Guitar Sounds By Itself

Toen ik van het weekend naar Lenny Kuhr lag te luisteren op het weer reuze gezellige Folkwoods festival in Eindhoven, zat ik ondertussen toch stiekum wat te bladeren door de zojuist ontvangen Engelse vertaling van het uitputtende standaardwerk Swedish Death Metal van Daniel Ekeroth; het eerste hoofdstuk belooft in ieder geval veel goeds, en dat gaat dan nog slechts over het ontstaan van death metal in het algemeen. Nou had ik het eerder al eens verlekkerd over het kenmerkende gitaargeluid van Zweedse death metal en van Dismember in het bijzonder. En ziedaar, ter promotie van zijn boek heeft Ekeroth een clipje gemaakt waarop hij ons deelgenoot maakt van de diepste geheimen van die onovertroffen smerige sound, op dusdanige wijze dat ik het u niet kan onthouden (ofschoon ik ernstig met de mogelijkheid rekening houd dat hij ons hier zwaar zit te fokken...):



En nu we toch even ordinair aan het grappige-filmpjes-dumpen zijn, in aansluiting op de vorige post over Slayer ook nog maar even deze klassiekers, die de band treffender verbeelden dan alle boekenschrijverts bij mekaar (iedereen die het ook weet, nu lid worden van die last.fm groep!):



Thursday, August 7, 2008

Reign In Blood - het boekje


In de bijzonder prettige hap-slik-weg 33 1/3 reeks over klassieke albums verschenen dit jaar de eerste twee boekjes ter ere van metalplaten; niet over Zep en Metallica, maar over Sabbath en Slayer, want die zijn hardcore-der en eeuwig hipper. Master Of Reality kreeg de (semi-gelukte?) semi-literaire behandeling van Mountain Goat John Darnielle, Reign In Blood het min of meer traditionele ‘reconstructie a.d.h.v. getuigenverklaringen / persoonlijke herinneringen van de auteur en celebs / superlatieven-overload’ eerbetoon, van de hand van D.X. Ferris.

Een beetje sceptisch was ik wel vantevoren: Wat valt er nou nog voor zinnigs te zeggen over dit werkelijk door jan-en-alleman doodgeknuffelde standaardwerk, een plaat die bovendien überhaupt iedere beschrijving lijkt te tarten en gewoon is. De eerste dertig bladzijdes doen het ergste vrezen en zijn in drie woorden samen te vatten: Fuckin’ Slayer rules; en ook tegen het einde van het verhaal verliest Ferris zich weer in totaal overbodige Grote Woorden-loftuitingen (“Slayer is méér dan een metalband, het behoort tot de canon van de rock ‘n’ roll”) en overmatig veel aandacht voor de teksten (dat schijnen “uiteraard meesterlijke en onovertroffen overpeinzingen over het Kwaad” te zijn; ik zweer, nooit ook maar enige achting op geslagen). Maar gelukkig handelt de hoofdmoot van het boek over dat wat mij het meest interesseert, namelijk de minutiae van het opnameproces en wat daaraan vooraf ging.

Want áls ik al een prangende kwestie opgelost had willen zien in dit exposé, dan was het wel de precieze rol van de producer: In hoeverre kwam de koerswijziging ten opzichte van Slayer’s vorige plaat Hell Awaits, die toch meer traditioneel galmend episch jaren tachtig heavy metal was, uit de koker van de destijds (1985/1986) net doorgebroken 22-jarige Def Jam-labelbaas, RIB producer (zijn eerste metalklus) en inmiddels volop gelauwerde krasse knarren reanimator Rick Rubin? Ik heb jaren het sluimerende gevoel gehouden dat als bijvoorbeeld Anthrax’ of Dark Angel’s derde (danwel tweede) plaat door Rubin zou zijn geproduceerd, zij zonder meer de plek van Slayer in de geschiedenisboeken hadden ingenomen. Om met Anthrax te spreken: NOT! Op het moment dat Slayer bij Def Jam tekende was al het ultrakorte/-snelle/-harde songmateriaal voor RIB (grotendeels geschreven door gitarist Jeff Hanneman en sterk beïnvloed door zijn voorliefde voor hardcore punk) al op de band geslingerd in de oefenruimte (Tom Araya’s garage) en Rubin wilde juist koste wat ‘t kost het rauwe in-your-face geluid van die demo vastleggen in de studio. Met behulp overigens van zijn linker- én rechterhand, engineer Andy Wallace; Rubin was ook toen al in de eerste plaats de Zenmeester met de gouden oortjes die luisterde, wikte en beschikte vanaf de sofa en het vuile werk verder overliet aan de techneuten.

De fly on the studio wall-passages zijn zoals gezegd het leukst, bijvoorbeeld als Rubin aan de hand van een inderhaast geschetst tekeningetje aan Hanneman probeert uit te leggen welk een desastreuze uitwerking een reverb-effect (galm) heeft op de baan van de geluidsgolven uit zijn Marshall-versterker; de blik van Hanneman, die door Ferris wordt neergezet als zowel het brein achter RIB (tevens beaamd door de andere songwriter van de band, gitarist Kerry King) als het enige echte numbskull SoCal hesherdude feestbeest van de band, moet onbetaalbaar zijn geweest. Ook een scène om met graagte de fantasie de vrije loop bij te laten: Russell Simmons die samen met zijn Def Jam-homies in full Adidas-cum-bling regalia ook maar eens bij een Slayer-show gaat kijken waar zijn zakenpartner Rubin toch zo vol van is. En nu weten we eindelijk waarom (nl. genomen tijdens een festival in België) ze op die legendarische foto op de achterkant van de hoes toch met van die mietige 0,25 l. blikjes Stella Artois staan te poseren. Goed, ik zal niet alles verklappen, maar het is al met al best een onderhoudend boekje dus, met terecht ook veel aandacht voor drummer Dave Lombardo en zijn drie gloriemomentjes: De dubbele basdrumbreak in “Angel Of Death” (28 hits in 2 seconden!), het intro van “Criminally Insane” (inmiddels het ultieme drumsoundcheckcliché) en de knock-knock-knock-who’s-there flam tap binnenkomers van “Raining Blood”.

Maar de grootste eye opener zit voor de goede verstaander verstopt in Ferris’ beschrijving van de Hit City West studio in Los Angeles: “In an entrance/office-lounge area, a tabletop Galaga videogame kept musicians occupied while the rest of the band took their turn.” Kijk, dat is nou nog eens informatie waar we wat mee kunnen. Rubin, Russell, reverb, reptielenverzameling, rancuneuze ex-roadies, 25-cm.-spijkers-armbanden, Geen Slaap Tot Breukelen, Cubaanse percussie, Mengele, Chileense disco… vergeet het, allemaal niet van belang. Het sleutelwoord hier is Galaga. Klassieke 1981-stijl Space Invaders-achtige rapid fire shoot ‘em up met een surplus aan whammy bar joystick action ter ontwijking der vijandige projectielen... Ik bedoel, je moet er toch niet aan denken hoe Reign In Blood zou hebben geklonken als er een Frogger of Paperboy-kast had gestaan!

Monday, June 16, 2008

Dismember - "Under A Bloodred Sky"

Een band adoreren om z’n übervette gitaargeluid, dat is eigenlijk zoiets als van een vrouw houden vanwege haar rondborstigheid. Gelukkig schrijft Dismember met enige regelmaat ook nog puike liedjes. “Under A Bloodred Sky” van hun dit jaar verschenen titelloze plaat heeft alles wat je mag verlangen van een death metal nummer, and then some; ik ben nu al een paar keer letterlijk (fysiek) duizelig geworden van de eerste tachtig seconden. Snel, zwaar, bruut, to the point back-to-back killer riffage en vooral ook zweedser dan Ikea, want verdomd als dit geen 24-karaats popliedje is, met als crux de majeur-akkoorden van het refrein én het instrumentale black-ish pre-chorusje met perfecte bass/crash-boost op 't eind. Het is een nauwelijks waarneembaar verschil, maar die duizel is toch echt pop-bliss, en geen metal-adrenaline, of waarschijnlijker nog, een combinatie van beiden; alsof je straight bourbon chaset met een Breezertje. Blijf daar maar eens mee op je poten staan...

Maar nog even over dat gitaargeluid. Zoals ik al zei, de soundcheck vóór het concert van Dismember eerder dit jaar in Purmerend was voor mij eigenlijk al de entreeprijs dubbel en dwars waard. Het bulderend geraas van een panzerdivisie die en masse een fjord in dondert. O goddelijke gruizige smeuïgheid. Niks meer aan doen. Het hielp wel dat de gitaarroadie niet zoals gebruikelijk verveeld naar de geluidsman starend wat lome power chords stond weg te harken, maar aan het shredden sloeg als ware hij de papierversnipperaar van de boekhouding van Feyenoord in het tijdperk Van Den Herik. Ik stond het in de nog bijna lege zaal dusdanig met open mond gade te slaan dat mrs. Hiram al aanstalten begon te maken om mij een niesonderdrukkende wijsvinger (plus pinkje voor de show) onder de neus te wrijven. Hoe spijtig was het dat we die avond al na een halfuurtje 'echt' concert de laatste trein moesten gaan halen, waardoor we niet alleen "Under A Bloodred Sky" maar ook de toegiftcovers "Killers" en "Painkiller" hebben gemist. Want ja, ik vergeet bijna te vermelden dat "Under A Bloodred Sky" eindigt met twee minuten Maiden-pastiche waar Dismember patent op heeft. Gelukkig hebben we de wearing their influences on their amps-foto's nog.