
In de archieven van de 1970/80s power pop valt voor mij gelukkig nog genoeg te schatgraven. Nu kan ik alle Belangrijke Namen (flamingroovies-raspberries-bigstar-shoes-cars-badfinger-knack-rubinoos-cheaptrick-20/20yadayadayada) al jaren opdreunen alsof het de opstelling van Feyenoord in de UEFA Cup finale (edwin-christian-kees-patrick-thomasz-paul-shinji-bonaventure-jon-pierre-robin) betreft, compleet ben ik echter nog verre van, dus zo af & toe mag ik er graag weer een paar van de lijst afstrepen na een succesvol middagje tweedehands checken danwel avondje downloaden van het onvolprezen InterWeb. Aldus stuitte ik laatst op de titelloze debuutplaat van The Beat uit 1979 en dat blijkt potdikkie een bescheiden meesterwerk te zijn, waar mijn hart al een paar weken vol van is en mijn mond dientengevolge van over begint te lopen, waarvan acte.
The Beat werd in 1978 opgericht door ex-Nerves, ex-Breakaways (beiden met Peter Case in de gelederen) drummer Paul Collins, New Yorker in Los Angeles, en staat later ook bekend als Paul Collins’ Beat, om verwarring met skaband The (English) Beat te voorkomen. De bandnaam verwijst niet alleen naar de vroegere slagwerkzaamheden van Collins maar ook naar de British Invasion, die behoorlijk nagalmt op The Beat.
Opener “Rock ‘n’ Roll Girl” klinkt precies zoals je verwacht, uptempo garagepowerpunkpop, refreintje dat bestaat uit domweg 3 keer “I wanna be with a rock’n’roll girl”, met opzichtige triolen-accenten op ‘rock’n’roll’ en al; goeie shit. De Ramones, oude toermaatjes van de Nerves, zijn sowieso nooit ver weg ("U.S.A." legt het er wel heel dikkiedik bovenop), al is het allemaal wat minder numbskull en wat meer clever à la de boze jongemannen met dunne stropdassen-brigade van Elvis Costello, Graham Parker en Joe Jackson. Dat typische, net iets too eager toontje van de new wave doet liedjes als “Different Kind Of Girl” (alleen die titel al, na dat eerste nummer) en “Work-a-day World” bijna aan de verkeerde kant van de potsierlijkheidsgrens belanden, ware het niet dat zelfs de mindere broeders op de plaat hooks-a-plenty bezitten, het eerste gebod van de power pop natuurlijk. Daarbij is Collins’ stem, die onverwacht mooie nootjes pakt in een lekkere raspende schreeuw met snik en een vleugje nasalité (als dat een woord is; ik probeer mijn stopwoordje ‘sneer’ te vermijden), ook een machtig wapen, evenals het glorieuze Vanda/Young-era AC/DC braakscheurgitaargeluid her & der. Dat laatste zou trouwens best wel eens denkbeeldig kunnen zijn, vanwege de van LP geripte mp3tjes: Prijsnummer “Walking Out On Love” heeft dus ook op de iPod die mooie einde-van-kant-A-stof-op-de-naald knettersound. Toen ik twintig jaar terug Powerage en Let There Be Rock op een TDK D90 bandje opnam had ik een versterker/pick-up combinatie die steeds harder ging naarmate er minder geluid weer te geven was, met als gevolg een vertrouwd aanzwellend geruis aan het einde van iedere plaat; als het te lang aanhield ging 'ie zoemen, wat minder cool was (toevallig blogde Araglin deze week ook over stilte en ruis, zie hier). Anyway, yay for vinyl rips!
Nog even over "Walking Out On Love": Het duurt één minuut en zeven-en-veertig tellen, gewoon drie keer hetzelfde blokje meesterlijk aanelkaargeknoopte hooks herhaald. Mag ik hier de hand van de (ex-)drummer, die haarfijn aanvoelt hoe dit varkentje dynamisch/arrangement-technisch te wassen, menen te ontwaren? Collins kan zich vocaal ook prachtig vol overgave in zo'n hook 'gooien', zoals in het koebelaangedreven "Working Too Hard" (1:57 min.): Maatje smokkelen aan het eind van het couplet en lift-off door middel van een welgemikte floortom: "SO! Whyyyyyyy doooooon't you..."; hij is fijn. Verdere stand-outs zijn de hoekige hardrockshuffle "I Don't Fit In" en "Don't Wait Up For Me", waar u een Who rip-off kunt horen muteren naar Spoon avant-la-lettre: Die dictie ('tonight' wordt 'dnide'), dat gortdroge, afzakkende gitaarloopje... dit móet Britt Daniel ooit gehoord hebben voordat hij bijvoorbeeld "Don't Make Me A Target" schreef.
The Beat en Paul Collins hebben het nooit verder geschopt dan een cultstatus onder power pop afficionados (zijn we dat niet allemaal? Ik bedoel, kom op, what's not to like?) en zagen vooral The Knack goede sier en een aardig zakcentje maken met soortgelijke muziek. Akkoord, "My Sharona" is, als de "God Only Knows" van de power pop, uiteraard boven alle discussie verheven ("WOOOOO!"), maar The Knack heeft toch echt geen langspeler gemaakt die kan tippen aan The Beat. Zegt het voort.
En verdomd als het niet waar is: Niet alleen lijkt The Knack ook fysiek eng veel op The Beat, maar Paul Collins heeft ook nog eens de holle ogen van Bon Scott én de motoriek van Angus!
The Beat - "Walking Out On Love"
The Beat - "I Don't Fit In"