5. Wilco - Sky Blue SkyZie
hier voor mijn ‘laat-ons-nu-
Sky Blue Sky-prijzen’-moment, waaraan ik nog wel even toe wil voegen dat het genoemde concert één van de beste was van het vorige jaar, en wat mij betreft ook een kleine revanche voor het wat minder vervoerende optreden van een jaar of twee terug, al herinner ik me nu weinig details meer, behalve dat ik vlak naast de heerlijk verkoelende rookmachine
stage right stond met een mooi uitzicht-van-dichtbij op drummer
Glenn Kotche, die een vreemdsoortig doorgeëvolueerde
drumstijl bezit waarbij het gevoel de techniek in ergonomisch twijfelachtige exotische oorden gedreven heeft (soms lijkt het wel alsof hij de vogeltjesdans doet) en wiens soloplaat
Mobile (2006), een mathematisch percussie-experiment geïnspireerd door
Steve Reich, ik na afloop kocht alsmede een dik blitse dubbelvinylen heruitgave van
Butch (1997), het avantcountrypunk meesterwerk van
The Geraldine Fibbers, wier zangeres
Carla Bozulich op zeer indruk-, om niet te zeggen huiveringwekkende wijze (ze speelde niet alleen
een snoeiharde cover van Low maar hield ook minutenlang het hoofd van een toeschouwer vast terwijl ze in haar oor 'zong') het voorprogramma verzorgde, uiteraard samen met ex-Fibbers en huidige Wilco gitarist
Nels Cline, al jaren een hooglijk gewaardeerde
feedbackverfrommelende freejazz-virtuoos zoals bijvoorbeeld te horen op het prachtige
New Monastery: A View Into The Music Of Andrew Hill (2006, met nota bene een accordeon in de gelederen) en de
schedeldakzandstralende drum/gitaar-explosie Interstellar Space Revisited: The Music Of John Coltrane (1999, met
Gregg Bendian), waarmee ik maar wil aangeven dat
head honcho en
discoliefhebber (ik gebied u in ieder geval
deze clip niet over te slaan)
Jeff Tweedy, die zelf overigens ook graag van de straat probeert te blijven middels talrijke
solo-optredens en schnabbels bij alt.country supergroep
Golden Smog (de
eerste twee platen zijn, niet in het minst, eerlijk is eerlijk, door opper
Jayhawk Gary Louris' bijdragen, toppers en men is, inmiddels
sans Tweedy, alweer toe aan album nummer vier) en
Loose Fur (check zeker hun (Kotche en parttime Wilcoër /
Sonic Youther /
platenverprutser Jim O’Rourke doen ook mee)
vreemd-fijne Born Again In The USA (2006)), wel een neusje heeft voor het uitzoeken van talentvolle begeleiders, een benaming die immers ook bassist
John Stirratt en multi-instrumentalist
Pat Sansone, samen al drie albums volspelend als
The Autumn Defense, bezwaarlijk ontzegd kan worden, ofschoon ik natuurlijk niet zou durven beweren dat toetsenist / audiokunstenaar
Mikael Jorgensen (zijn andere bandje heet
Pronto) er wél usance van maakt het karretje in de poep te rijden, want zeg nou zelf, is
Sky Blue Sky dan niet zo’n zeldzame plaat om in je eentje heerlijk in weg te kruipen, gelijk een klassieke
Springsteen van dertig jaar terug, of, om maar weer eens met een variant van het aloude cliché af te sluiten, hun beste sinds
Summerteeth?