Showing posts with label drums. Show all posts
Showing posts with label drums. Show all posts

Saturday, May 9, 2009

Damesdrumfonetica


"Bang da boom da beat".


"Pa ra pa pum pum".


"Boom tuh boom tuh boom".


"Boom boom clap boom dee clap dee clap". (zoals u ongetwijfeld zult beamen, samen met het nieuwe Funeral Mist album nog steeds hét muzikale hoogtepunt van 2009)


"Boom boom boom boom".(okéoké, deze is debatteerbaar maar de klassieke vier-op-de-vloer mag niet ontbreken)


Natuurlijk, de moeder aller boemchickies:
"Chica chica boom chic".


En de mooiste van allemaal:
"Prrrrrook ah took ah took ah took ah tum tum". (pff, lastig taaltje dat IJslands...)


Er moet nog veel meer leuks in deze categorie te vinden zijn (girl groups!), dus kom op, wie weet er nog een paar? En nu niet allemaal met Ella Fitzgerald aankomen hè.

Friday, October 17, 2008

Gefeliciteerd, drumstel!

Volgens de Volkskrant bestaat het drumstel binnenkort honderd jaar, in 1909 kwam Ludwig immers met het eerste goedwerkende basdrumpedaal op de markt, zie foto hierboven voor een mooi oud exemplaar. Dat mag natuurlijk niet ongemerkt voorbijgaan, dus bij deze een triootje drumstelgebruikers die ik altijd graag mag horen.

John Convertino van Calexico is een drummende jazzfan, hij doet bijna alles met brushes en mallets en is net als ik groot liefhebber van de voetsgewijze hihatbediening. Hij heeft iets onmiskenbaar stijfs blanks, maar ik vind het altijd zo'n feest om naar hem te kijken, met z'n loensende blik, Amerikaanse jaren vijftig hoofd en beweeglijke stijl, het stoffige woestijnoverhemd nonchalant over de broek hangend; hij heeft altijd dat relaxte eerste-kop-koffie-op-zondagochtend aura, zeker ook in contrast met de slimste-jongetje-van-de-klas uitstraling van zanger Joey Burns. Convertino heeft een soort tic waarbij hij ineens kaarsrecht gaat zitten, zijn wenkbrauwen omhoog trekt en zeer gedecideerd 'nee' gaat zitten schudden tijdens het spelen. Veel shoulder drops ook, maar in dit filmpje zie je hem toch vooral zijn mooie armbewegingen maken (bv. vanaf 1:14), alsof hij aan het flamencodansen of stierenvechten is. Typisch Calexico faux-mexican zesachtsten dingetje dit, met veel drie-over-twee foefjes, altijd fijn, één van de meest aantrekkelijke dingen van latin muziek. Kenmerkend voor Convertino zijn de snelle doorlopende rechterhand op de snare (die normaal gesproeken meestal de bekkens beroert), de ondersteunend chkchkende hihat en het eveneens van jazzdrummers afgekeken spaarzame, weloverwogen gebruik van de basdrum. Met name dat laatste, soms laat hij gewoon vier maten 'open', vind ik wel erg inspirerend: Waarom toch altijd maar braaf die bas op de 1 en de 3 spelen?

Calexico - "Across The Wire" (live @ Austin City Limits)

Simon Phillips is een typische jaren tachtig drummer's drummer met een mooie krullenmat, zo één waarvan er een Zildjian promo-poster in mijn drumlokaal op de muziekschool hing, een hooggewaardeerde jazz, fusion én rock sessiemuzikant die ook nog voor vast speelde bij latere incarnaties van The Who en Toto. Hier een geweldig filmpje waar hij de onweerstaanbare Jeff Porcaro half time shuffle van "Rosanna" als uitgangspunt neemt voor een drum solo. Zoals aan het begin van het filmpje te zien is speelt Phillips zoals dat heet met 'open handen': De hihat wordt met de linker- in plaats van de rechterhand en de snare met de rechter- in plaats van de linkerhand bespeeld waardoor je niet met de gebruikelijke gekruiste pootjes op ongelijke hoogtes zit te spelen. Net als bij bv. Billy Cobham hoor je deze techniek ook daadwerkelijk terug in zijn drumstijl: Het klinkt afgemeten, precies, bijna 'gedrukt', met veel ghost notes / 'tussentikjes' op hihat en snare. Het is een manier van drummen die je niet snel zal terughoren op metalplaten, maar Phillips heeft desalniettemin twee in het oog springende sessieklussen gedaan in dat genre: De debuutplaat van de Michael Schenker Group uit 1980, met als hoogtepunt het instrumentale meesterwerkje "Into The Arena" (Phillips laat de arme Schenker werkelijk alle hoeken van de studio zien), en Sin After Sin van Judas Priest. Die band had destijds nogal last van het Spinal Tap syndroom der exploderende drummers, dus tijdens de opnames van deze plaat in 1977 werd de pas negentienjarige Phillips hals over kop ingehuurd om de drums in te spelen. Er was weinig geld/tijd, dus Phillips moest zonder veel repetities al improviserend zijn partijen op de band slingeren. In interviews heeft Phillips wel eens aangegeven dat hij het erg leuk vindt om in een andere stijl te spelen dan de rest van de band, dus hij drumde vaak rockerig tijdens jazzsessies en juist jazzy of funky bij rockbands, en dat deed hij nu dus ook bij de extreem-stijve-harken-metalband Priest. Dat levert verrassende resultaten op, zoals het rijkelijk geornamenteerde trendsettende dubbele basdrumspel in het later door Slayer gecoverde "Dissident Aggressor", maar toch vooral zijn hilarische funky herinterpretatie van het traditionele metalgallopje in "Diamonds And Rust"; dat het van oorsprong een nummer van Joan Baez is over haar relatie met Bob Dylan maakt het allemaal nog surrealistischer. Maar goed, let op Phillips dus, die het met behulp van ghost notes, four to the floor disco basdrums en een enorm gevoel voor groove klaarspeelt om een metalcover van een folkliedje te laten klinken als een kruising tussen "The Final Countdown" en "Theme From Fame":

Judas Priest - "Diamonds And Rust"


Zoals ik vroeger iedere ochtend opstond met "Wiped Out" van Raven, zo begon ik ook altijd met dezelfde twee drumpartijen als ik 's middags van half vijf tot half zes op mijn zolderkamertje ging zitten oefenen: Een soort van geloopte enkele basdrum versie van het intro van Deep Purple's "Fireball" en de memorabele gesyncopeerde groove die John Bonham halverwege "In My Time Of Dying" neerlegt. Zooo lekker om te spelen met die zestiende noten afwisselend op snare en hihat, en het is ook een erg goede basdrumvoetcoördinatietraining; in het livefilmpje hieronder heeft Bonzo er zelf ook nog wat moeite mee zo af en toe. Deze groove begint in het filmpje vanaf 3:20, maar om het geniaal geënsceneerde effect van deze partij echt te begrijpen moet je ook het eerste deel van dit lange nummer even goed beluisteren. Om te beginnen hoor je Bonham namelijk vanaf 0:46 een simpele slepende groove spelen met een zogenaamd 'voortrekkertje'; dat is het accent met basdrum + open hihat net vóór de eerste tel (en even belangrijk, net na de snare), zeg maar steeds op het moment dat Jimmy Page die hoge slide noot speelt. De befaamde middenpassage begint vervolgens dus vanaf 3:20 en het geheim zit hem behalve in het gesyncopeerde snare werk (cruciaal is het ontbreken van de snare op de derde tel) toch vooral steeds in dat extra telletje aan het einde van het blokje (de laatste maat is een negenachtsen in plaats van een vierkwarts). Daar speelt Bonham een 'uitgestelde' slag op de snare, direct gevolgd door een basdrum/crashbekken-boem, wat feitelijk de eerste tel van het volgende blokje is, maar voelt als dat 'voortrekkertje' dat je onbewust nog in je hoofd hebt zitten uit het eerste deel van het liedje. Capiche? Klinkt allemaal erg ingewikkeld hè, luister maar gewoon, het is zonder uitleg al mooi genoeg: Wát een nummer, wat een band ook, die baspartijen tijdens de gitaarsolo's om maar eens wat te noemen. De drie instrumentalisten van Led Zeppelin waren allemaal zo goed en hadden zo'n ongelooflijke chemie dat het altijd lastig blijft om precies te duiden waarom het zo magistraal is. Komt dat extra telletje nou uit de koker van Bonham of is het gewoon een voortvloeisel van Page's delta blues roots? Lekker belangrijk ook, trouwens. Het valt me op die Zep DVD waar deze opname vandaan komt overigens op dat Bonham, die volgens de overlevering verschrikkelijk hard sloeg, er meestal zo rustig bijzit. Steek er een sigaar in en het is alsof je naar Johan Derksen zit te kijken die een boompje opzet over het financiële wanbeleid bij AGOVV.

Led Zeppelin - "In My Time Of Dying" (live 1975)

Monday, April 7, 2008

Bump To The Grind: Anatomie van een groove


Normaal gesproken hoor ik mijn muziek het liefst ouderwets in hapklare albumbrokken, maar de afgelopen tijd heb ik eindelijk eens de shuffleknop in iTunes durven indrukken: Een grabbelton van 15.000 liedjes in allerlei genres, wat een pret! Zo hoor je weer eens dingen die je niet zo snel 'echt' zou opzetten en merk je ook wat je nou eigenlijk echt heel goed vindt; Repulsion, bijvoorbeeld.

Kort-door-de-bocht & bondig: Repulsion kwam uit Flint, Michigan en vond ruim twintig jaar geleden de grindcore uit. In 1989, de band was inmiddels al uit elkaar, werd hun demo Slaughter Of The Innocent (uit 1986) door bewonderaars/donderstelers Carcass alsnog op CD uitgebracht onder de titel Horrified. Ik kan me nog levendig mijn eerste luisterbeurt herinneren: Na het wekelijkse bezoek aan de CD-verhuurwinkel nam ik op vrijdagavond mijn vaste plaats in op de convectorput in de huiskamer, op walkmankoptelefoonsnoerafstand van de spiksplinternieuwe familie-CD speler, half tussen de gordijnen met de rug (tegenwoordig achilleshiel) tegen het koude raam om de TV niet te blokkeren voor ouders en zusjes. Ik was op dat moment blijkbaar even vegetarisch off the wagon, want als ik de plaat nu terughoor, ruik en proef ik onmiddellijk weer het broodje met geroosterd vleesch dat ik at tijdens het luisteren, een associatie die natuurlijk nog even lekker dik wordt aangezet door de bandnaam én de titel van het eerste nummer, "The Stench Of Burning Death".

Nou had ik destijds al wel die andere oergrindband Napalm Death gehoord, maar die vond ik eerder nogal grappig dan bijzonder goed. Had waarschijnlijk ook te maken met Henk Westbroek, die in Hilversum 3's metalprogramma VARA's Vuurwerk (dinsdagavond na de voetbaltraining) bij wijze van gimmick, gesandwiched tussen bands als Sleeze Beez en Dokken, steeds alleen de nummers van een seconde of 5 draaide; maar goed, zelfs de van de buurjongen getapete Scum / From Enslavement To Obliteration dubbellaar vond ik weliswaar fascinerend, maar deed me uiteindelijk niet heel veel. Dan zette ik liever nog een keer Back For The Attack op.

Horrified beviel meteen een stuk beter. Als ik het nu terughoor snap ik wel waarom: Minder chaotisch, strakker gespeeld en, ook niet onbelangrijk voor een vijftienjarige, gestoken in een 'normale' splatter-metalhoes; zie hierboven mijn middelbareschoolagenda-impressie ervan, circa 1990/1991. Die agenda is verder van voor tot achter dichtgeplakt met foto's uit muziekbladen en dus ook een erg amusante neerslag van de ontwikkeling van mijn smaak dat schooljaar: Het begint met Overkill en Dark Angel en gaat via R.E.M. en The La's naar Jaco Pastorius en Captain Beefheart op de laatste bladzijdes.

Anyhoo, Repulsion springt er nu dus nog steeds uit in m'n playlist en roept bijvoorbeeld de vraag op of de eerste inderdaad vaak de beste is. Zie bijvoorbeeld ook Ray Charles, The Beatles, Led Zeppelin, Ramones etc. Daar wilde ik hier wat over verder mijmeren, todat me iets anders opviel; helaas voor u allen, want het is weer drummersgeraaskal vanaf hier...

In de All Music Guide omschrijving van Horrified valt het volgende te lezen: “…alternating between blastbeats and double-time thrashing, with only a few sections approaching any kind of groove." NOT! Waar de oude Napalm Death het vooral moet hebben van blurry britse crustpunk white noise erupties (die ik in de loop der tijd ook wat beter heb leren waarderen), klinkt Horrified toch gewoon heel erg old school death metal, rauw & catchy, zeg maar gerust rock 'n' roll, en het zijn juist niet de vernieuwende blastbeats die het hem doen: Het lekkerst zijn de nummers waarin veel gebruik wordt gemaakt van, zoals ik het maar noem, de grind stomp. Wat dat betreft zijn Napalm Death's Mick Harris en Repulsion's Dave 'Grave' Hollingshead dan wel allebei klassieke halve drumzolen, maar is de één meer een vermakelijke ADHD clown à la Keith Moon, en komt de tweede, met zijn Hitlersnor & -zijscheiding en veroordeling voor grafschending, eerder voort uit de minder vermakelijke doch hard groovende klootzakken-school van John Bonham. Overigens bedacht Harris de term 'grindcore' en schittert hij bovendien op de ultieme extreme metaldrummersfoto (ik steek ook altijd graag m'n tong uit als ik goede muziek hoor, wat is dat toch...):


Maar goed, de grind stomp dus. Het geheim hiervan is de geïmpliceerde tweede tel (als tweekwarts geteld, éé-ne-twee-je):

BAS-SNARE-(niks)-SNARE, BAS-SNARE-(niks)-SNARE enzovoorts

De basdrum op de tweede tel ontbreekt dus, waarbij aangetekend dat de tweede snare meestal een vette boost krijgt middels een dubbele of enkele grace note (voorslagje/- roffeltje) van de basdrum. In feite is het een snelle, gemankeerde variant op de klassieke D-beat, en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de stomp daar ooit per ongeluk uit is ontstaan vanwege het ziedende tempo. Dit uit-nood-geboren / schitterend-ongeluk principe is bijvoorbeeld ook waarneembaar in het lepe truukje van het 'laten lopen' (= niet spelen) van de eerste snare, wat inmiddels behoorlijk is ingeburgerd in de extreme metal om de polsjes even wat rust te geven aan het begin van een maat. Ook dat klinkt altijd erg fijn, en ik vraag me wel eens af of ik het, ahum, 'artistiek' zo hogelijk kan waarderen omdat ik als het ware het relaxmomentje van de drummer kan navoelen, of dat het voor iedere luisteraar een goed in het gehoor liggende uitgestelde kickstart is...

Maar terug naar de hoofdzaak: De originele D-beat werd 'uitgevonden' door en is vernoemd naar punkband Discharge en heeft zelfs een compleet nieuw desgenaamd genre voortgebracht. In vergelijking met de grind stomp heeft de D-beat behalve een lager tempo, ook een extra basdrum-kick vlak na de eerste snare (maar net vóór de tweede tel), wat ik persoonlijk nogal een flow-verstorende lompe hobbel vind, als een Doc Martin tegen je knieschijf. Hierdoor sneeuwt immers die cruciale geïmpliceerde tweede tel een beetje onder en dat is zoals gezegd het geheim van de stomp: Door het ontbreken van de basdrum op de tweede tel wordt de razende snelheid voor het gevoel gehalveerd en stuiter/headbang je dus heerlijk comfortabel van eerste tel naar eerste tel. Het groovet, waar de bonkige D-beat toch vooral oproept tot a-ritmisch ellebooggepogo:

Fonetische D-beat:
boemTAKboem-boemTAK, boemTAKboem-boemTAK, enz.

Fonetische grind stomp:
boemTAK-rffTAK, boemTAK-rffTAK, enz.

Hoog tijd voor wat audio-voorbeeldjes, niet? Metalcoreband Terror (die ik toevallig deze week in het Patronaat ga zien) was zo vriendelijk om beide ritmes zo goed als achtermekaar in één nummer te stoppen; de drummer begint ondanks het hoge tempo dapper met een pokdalige D-beat, maar schakelt, als de zang erbij komt en het couplet begint, wijselijk over naar de oneindig veel geilere grind stomp:

MP3 Terror - "Test My Convictions"

OK, even een stapje terug, want dat ging enkelen van u wellicht een pietsie te snel, zo out of the blue. Hier een stug volgehouden, klip en klare D-beat van de Bazen zelve:

Discharge - "Does This System Work?" (YouTube)

Nu, om de huppelkadans van de grind stomp er even goed in te krijgen, luister eens naar deze openingsriff (het gaat hier dus even niet om de drums, maar puur om het ritme van de gitaarriff):

Karma To Burn - "Thirty" (YouTube)

Duhduh-tuh duhduh-tuh duhduh-tuh enz., dus, simpel zat; maar dit is dan ook een vertrouwde halvetijds vierkwarts rock-groove, het ritme waar de stomp voor de goede verstaander slecht naar hint. Vertaald naar drums in uptempo grindcore tweekwarts wordt dat dus zoals gezegd: boemtak-tak boemtak-tak enz. Got it?

Welaan, tijd voor Repulsion zelf, waarbij ik meteen maar toegeef dat de stomp lang niet altijd strikt en non-stop door de drummer wordt gespeeld en voor het ongetrainde oor misschien ook lastig te horen is door de grafkelderproductie en het hoge tempo. Het leuke is echter dat de gitaarriffs het patroon, met accenten op de snare (de ‘tak’) van de afterbeat, vaak overnemen, zoals bijvoorbeeld in deze twee liedjes goed te horen is (en fijn ook hoe bij beiden op het eind de boel nog even grondig aan gort wordt geblast). Probeer eens of u hem kunt horen, of beter gezegd, voelen:

MP3 Repulsion - "Slaughter Of The Innocent"

MP3 Repulsion - "Bodily Dismemberment"

Zeg nou zelf, eigenlijk is het gewoon Motörhead-voor-Echte-Manne, toch? In “Slaughter Of The Innocent” speelt Dave 'Grave' z’n fills ook nog eens lekker over de eerste tel heen, waardoor hij met zijn crash uitkomt op de 'tak'/snare/afterbeat, net als de gitaarriff.

Ter vergelijking, bij het volgende nummer begint hij met de standaard polka/thrash-beat ('boemtakboemtak' ad infinitum), maar pakt hij in het couplet samen met de gitaren ook weer fijn de stomp accenten mee in de tekstloze gaatjes aan het einde van de maat:

MP3 Repulsion - "Radiation Sickness"

En tenslotte gaan hier de drums op z'n polka's rechtdoor, terwijl de gitaren wél de grind stomp afterbeat benadrukken; maar eerlijk gezegd plaats ik deze gewoon als bonus track vanwege (do not adjust your speakers) de bassolo vlak vóór de eindstreep...yowzaah:

MP3 Repulsion - "Acid Bath"


Deze grind stomp, en nu wordt het pas écht interessant (ha!), heeft op wonderbaarlijke wijze ontzettend veel weg één van de meest basale ritmes uit de samba, meestal gespeeld door de tamborim maar vaak ook door de snare. Niet alleen het ritme is vergelijkbaar met die van de stomp (al ligt het accent in samba duidelijk meer op de eerste tel), maar het heeft ook nog eens diezelfde lekkere slordig struikelende swingfeel, ook hier weer vanwege het krankzinnige tempo dat met één hand moet worden opgebracht, alsmede het feit dat bij samba meestal een mannetje of tien (of vijftig) dezelfde partij dienen te spelen. Wel is dit allemaal ook weer, net zoals bij Karma To Burn, in gehalveerd basistempo, dus houdt steeds die 'duhduh-tuh duhduh' in je achterhoofd en luister:

Tamborim (helemaal op het eind, zo ongeveer vanaf 0:59, speelt hij hem het duidelijkst; de eerste tel (de 'basdrum') is te herkennen aan het kantelen van het trommeltje):


Hier hoor je het voorgedaan op een sambadrums instructie CD, met de snare in de rol van de tamborim inclusief wat variaties; op het eind ('exercise number 6', vanaf 2:00 min.) speelt hij het op het hele drumstel en wordt hopelijk duidelijk wat ik bedoel:

MP3 Duduka Da Fonseca - "More Snare Drum Patterns For Samba"

En hier van dezelfde CD gespeeld door een compleet samba-batucada ensemble (de 'grind stomp tamborim' in je linkeroor vanaf 0:13 min., en de snare helpt ook een handje):

MP3 Duduka Da Fonseca - "Batucada (With Trombone)"

Nog een leuke bijkomstige variant: Hetzelfde ritme verschuift als het ware naar triolen (drie even lang durende noten over de maat verspreid) als je het snel en met z'n heel velen gaat spelen; en jazeker, ook bij Repulsion (en sowieso in metal) wordt de triolen-fill geregeld van stal gehaald (hoor bv. "Bodily Dismemberment"). Dit filmpje laat een repetitie zien van één van de beroemdste samba-scholen van Rio, Mocidade. Van een onvoorstelbare schoonheid zonder meer, maar het triolendingetje waar het nu even om gaat hoor en zie je het best zo ongeveer vanaf 2:00 min., als de cameraman naar voren loopt richting tamborims:

Caixa da Mocidade


En om de cirkel sonisch helemaal rond te maken, hier nog wat harsh noise batucada in volle braziliaanse vinyl-rip glorie; nietsontziend, hard en groovend als Repulsion. Let met name op het grind stomp tamborijntje in de breakdown op 0:32 min. en de wellicht beter van Frans Bauer bekende triolen-fill, steeds vlak voor de "HEEEEEYYY!":

MP3 Escola De Samba Salgueiro - "Ensaio De Ritmos"

Enfin, wat ik maar even wou zeggen: Horrified is nog steeds zooooo enorm de moeite waard, niet als historisch verantwoord 'moetje' à la "Rocket 88", of omdat Repulsion het alleenrecht heeft op de grind stomp (verre van), maar gewoon, omdat de riff van "Slaughter Of The Innocent" om te huilen zo mooi is. Ik ben weken, zo niet maanden met dit stukske bezig geweest (Repulsion is inmiddels waarschijnlijk al lang & breed de top tien van mijn Last FM stats binnengedenderd), maar ja, het valt nu eenmaal niet mee om een beetje coherent te redenen als de adrenaline door je lijf giert. Waarvan akte.

Rest ons nog de ultieme rechtvaardiging voor dit subjectieve betoog, zijnde de tekst van het refrein van deze evergreen:

Monday, March 10, 2008

tararaBOEMdiejee


Na lang dralen heb ik een paar weken terug toch maar eens de stoute schoenen aangetrokken en werk gemaakt van een nieuwe set-up voor m’n drumkit, namelijk met de floor tom recht voor de snare, zo’n beetje tussen hihat en bass in. Bij m’n rechterhand ontstaat hierdoor een zee van ruimte voor het op standje allerlaagst & waterpas afgestelde ride bekken, en de crash staat, enigszins provezorisch, midden op de basdrum gemonteerd, daar waar normaal gesproken de hoge toms zitten; die heb ik nu dus inmiddels helemaal afgeschaft in mijn streven naar creatief minimalisme. Die ene floor tom is in feite namelijk toereikend genoeg voor fills en eerlijk gezegd houd ik ‘m dan nog voornamelijk in ere om af en toe eens fijn uit dat schier onmisbare hersenloze junglepunkabilly-vaatje te kunnen tappen; fills schmills! Een zeer functionele, doch vrij weinig gebruikte techniek voor het maken van een fill (of beter, een dynamische overgang) is bijvoorbeeld een eenvoudige bass/crash (danwel bass/halfgeopende hihat) combinatie op het eind van de maat; door het ontbreken van de traditionele snare-backbeat klinkt het immers al snel als een ‘echte’ break, en zo kan, vaak met een goedgeplaatste snare als startschot, een kind de was doen. Toch is het zoals gezegd nogal een ongebruikelijke move, het komt misschien soms zelfs wel over als een 'fout'. Toen ik dit truukje laatst zelf gebruikte in de studio, zei de producert bij het terugluisteren meteen: “Zal ik er daar maar ff een snare-tje bijprikken?”, waarop ik hem met handen en voeten duidelijk moest maken dat ik het toch echt zo bedoeld had… Gelukkig sprong de bassist bij door te zeggen dat hij het óók wel “een typisch Hiram-dingetje” vond :-) Hoe dan ook, het geeft mij wel een beetje die rudimentaire dweilorkesttamboer-basdrum-met-bekken-erbovenop-vibe, en het heeft ook wel iets "kijk eens mama, zonder handen!" stoers.

Het is lastig (lees: ik heb geen zin) om er zo even wat zonneklare voorbeelden bij te zoeken, (al schieten me nu spontaan "Shatter The Empyrean" en "My Name Is Jonas" te binnen), maar een opperbest gevalletje van bass/crash-happy (de coupletten!), bijna volledig tom-loos, creatief minimalistisch drummen hoorde ik vanmiddag op de iPod langskomen, en dat nog wel in een genre dat bekend staat om zijn power fills; schrikt niet, want het begint nogal in de hondenfluitjesregionen:

Judas Priest - "All Guns Blazing"

Monday, March 3, 2008

A portrait of the artist as a poldercajónista


Waarom weet ik eigenlijk niet eens meer precies, maar een jaartje of anderhalf terug geraakte ik verzeild in de wondere wereld van de polderflamenco en sindsdien speel ik her & der wel eens op mijn veredelde sinaasappelkistje samen met danseres E. en gitarist L. Naar flamenco luisteren deed ik nooit en doe ik nog steeds niet, dus er is vast van alles & nog wat mis met mijn spelenderwijs bijelkaarverzonnen techniek en stijl, maar ach, zolang het nog leuk ende leerzaam is (flamenco is ritmisch enorm gecompliceerd en dus uitdagend) en de reacties van medemuzikanten en toehoorders overwegend positief zijn, blijf ik nog wel even bijschnabbelen als kistjesmeppert. Bovendien heb ik met mijn paardenstaart, lange zwarte jas en Spaanse cowboylaarzen een serieus Antonio Banderas / El Mariachi-ding gaande (“Laat maar L., ik pak die gitaarkoffer wel!”), en ja, deze stoere viking houdt nou eenmaal wel van een verkleedpartijtje op z’n tijd.

Qua optreden is het een compleet ander circuit dan dat van een ‘gewoon’ rockbandje zoals ik gewend ben. Je komt op het soort van lokaties waarover Nico Dijkshoorn altijd zo ontzettend grappig schreef in het helaas ter ziele gegane voetbaltijdschrift JOHAN, bijvoorbeeld over de charmes van het lauwe frikandellen eten om half elf ’s ochtends in een snikhete kantine temidden van 25 schuimbekkende mongloïde G-voetballers. Zo speelden we al eens op een tentoonstelling in een tot café omgebouwde kerk; op een wijkfeest in een voormalig abattoir; in de groooooote zaal van de Haarlemse Philharmonie tijdens een nieuwjaarsbijeenkomst voor ambtenaren; en in Amsterdam op een Spaans thema-feest van een o-zo-typische grachtengordelbasisschool, waarbij de P.C. Hooft-flamenco outfitjes van de koters die van E. zelf ruimschoots overtroffen. Oh, en we repeteren doorgaans in een speeltuingebouwtje annex buurthuis onder toeziend oog van de lokale hangbejaarden en hun matig gedresseerde viervoeters, die reeds van acquit af bleken te kampen met een hardnekkige orale fixatie jegens de breeduitwaaierende jurk en mantón van E.

Afgelopen vrijdag mochten we ons ding komen doen in de kunstuitleen te Bergen: Artistieke types, tapas, wijn in plaats van bier, van dattum. Nou was het repeteren er, mede vanwege mijn dubbelgeklapte voetbalenkel, de laatste weken nogal bij ingeschoten en klonk het geheel mij toch echt iets té arty farty in de oren om er Voicst in het Patronaat voor te laten schieten, dus ik had al voorzichtig geprobeerd om voor deze keer maar eens mijn snor te drukken… doch dominatrix E. hield furieus heur poot stijf en je schijnt nou eenmaal te allen tijde de danseres te moeten volgen bij flamenco, dus hup, ik met frisse tegenzin en een hard hoofd toch maar mee naar het kunstenaarsdorp.

En natuurlijk was het toch gewoon wel weer erg leuk, al werd de voorstelling enigzins bemoeilijkt door de betonnen vloer, waardoor het voor L. & mij verdomde lastig was E.'s voetenwerk te kunnen horen. En dat terwijl de gastvrouw ons telefonisch nog zó had verzekerd dat het geen probleem zou zijn; ze had immers vantevoren het linoleum al even aan een deskundige akoestische test onderworpen middels twee (één was uiteraard volkomen futiel geweest) omgekeerde plastic bekers! Dit kleine ongemak, alsmede de daaruitvoortvloeiende, bepaald niet geringe fuck up van L. tijdens zijn colombianas pièce-de-résistance niettegenstaande werden we enthousiast onthaald en kregen zelfs veelvuldig las palmas in de lucht en de voetjes van el concreto; kunstenaars blijken een bijna net zo dankbaar publiek als lagereschoolkinderen. E. kreeg ook nog eens onbedoeld de lachers op haar hand door mij aan te kondigen als "eigenlijk een metaldrummer, maar dan met gevoel voor ritme", en ik des te meer door haar te corrigeren met "countrydrummer". "Alfredo Garcia", fluisterde ik de lieve schat van een gastvrouw in het voorbijgaan grijzend toe, toen zij bij wijze van dank ons ieder (u leest het goed) een volle koektrommel overhandigde en tijdens de afkondiging mijn naam bleek te zijn vergeten... godzijdank hadden de pre-show rode wijntjes hun uitwerking niet gemist.

Ook uit Bergen, het bewijs dat metaldrummers echt wel grappiger zijn dan countrydrummers:
Immortal - "One By One"

Tuesday, January 8, 2008

TOP2007! #9: Pelican

The Chicago School Of Guitar Making, Chicago, Illinois

9. Pelican – City Of Echoes

"That's it: Fire the drummer." Zo begon de recensie van deze plaat op Pitchfork, voormalig supporter van de stadsgenoten. Het is slechts één van de meest in het oog springende keutels op de strontkar die arme Larry Herweg over zich heen kreeg het afgelopen jaar. Dames en heren, laat mij dan hier nog één keer Jan Mulder-stijl het laatste woord zeggen over drums in metal: NIET belángrijk. Een metaldrummer moet bij voorkeur een zekere basisstrak- en snelheid bezitten en vooruit, enig besef van dynamiek wil ook nog wel wat helpen. De gitarist daarentegen maakt de heerschende plaat met zijn riffs, gelijk een spits de overwinning met zijn doelpunten, waarde Frits. Hét bewijs is nog steeds Master Of Puppets, de beste metalplaat aller tijden ondanks één van de belabberdste drummers uit het genre (zo durf ik er bijvoorbeeld mijn geliefkoosde dubbelvinyl exemplaar onder te verwedden dat de riff in het couplet van het titelnummer zo raar struikelt vanwege de grenzen aan Lars' kunnen; niet dat het wat uitmaakt, dus). Zeker ook voor Pelican, ik keuvelde er hier al eens eerder het één en ander over in de rondte, geldt het it's the guitars, stupid-credo: Fijne riffs, catchy liedjes en dat nota bene in de vorm van instrumentale postrock (een genre waar ik wel zo'n beetje klaar mee dacht te zijn). En ja, die oenige drums gaan er, net als bij Metallica, na verloop van tijd gewoon nog bij pássen ook... Grijsdraaiplaatje van het zuiverste water.

MP3 "Dead Between The Walls"

Tuesday, December 18, 2007

Little Bitty Pretty One TWO three FOUR


Met het verscheiden van Ike Turner passeert overal (en dus ook hier) "Rocket 88", Het Eerste Rock & Roll Nummer, weer eens de revue. Dat blik wormen ga ik hier niet weer opmaken, maar Leo Konra vroeg zich terecht af of er in dit nummer uit 1951 wel wis & waarachtig sprake is van een backbeat en wat dat nou precies is, die backbeat. Die vragen zijn eigenlijk heel eenvoudig te beantwoorden: Nee en "Little Bitty Pretty One".

Thurston Harris & The Sharps - Little Bitty Pretty One (1957)



OK, het is een beetje verneukeratief, want je hoort vooral hand claps op de 2e en de 4e tel in plaats van de snare, maar het wordt er in ieder geval wel even ondubbelzinnig ingeramd in het intro (dat, pas op, begint op de 4).

(Kleine terzijde: Ik hoorde dit liedje voor het eerst begin jaren negentig in Lipstick On Your Collar, een tv-serie van Dennis "The Singing Detective" Potter die tjokvol zat met karikaturale maar wel vintage jaren vijftig muziek. Een vreemde manier om aan 'de' Oude Amerikaanse Muziek te geraken, maar dat was hét moment waarop ik de klap van de molen heb gekregen: Hier hoorde Hiram Hank Zelf voor het eerst! Moest ik anders maar eens een stukje over schrijven binnenkort...)

De drummer van dienst is Earl Palmer, 'the world's greatest rock 'n' roll drummer', de Big Beat in hoogsteigen persoon, die in de jaren veertig en vijftig op honderden sessies speelde voor onder andere Little Richard, Fats Domino, Eddie Cochran, Ritchie Valens, Smiley Lewis, Lloyd Price, Etta James, Shirley & Lee en vele andere minder bekende r&b/r&r artiesten. Van zijn genadeloos harde shuffle trekt iedere iPod wit weg en dan vooral ook als hij hem op z'n snare speelt. Dat is een inmiddels wat vergeten techniek, waarschijnlijk omdat het nogal ouderwets, marching band-achtig aandoet, maar ik ben er gek op, laat die bekkens toch eens wat vaker lekker voor wat ze zijn! Vanzelfsprekend werd Palmer hierbij weldadig gevoed door de rijke muziekgeschiedenis van zijn hometown New Orleans, niet alleen wat betreft die drumbandstijl (ook die NOLA voetbediende hihat waar ik het eerder over had komt natuurlijk van de handbekkens in de drumbands) maar ook qua Carribische, Afro-Latin invloeden. Die vallen op micro-niveau zelfs terug te vinden in wat ik als zijn signature fill (drumbreak) beschouw: De gesyncopeerde roffel, zoals mooi te horen in bijvoorbeeld Little Richard's "I Got It", vlak vóór en (iets uitgebreider doch minder duidelijk) halverwege de sax-solo. Hier (even scrollen) zie je het hem (een beetje roestig) zelf voordoen met nog een paar levende New Orleans-legendes en uitleggen dat de basis een rumba is. Je herkent dan ook (het '3' gedeelte van) het traditionele clave patroon uit de latin (bij sommigen misschien beter bekend als de Bo Diddley beat), door Palmer met grote regelmaat met de basdrum gespeeld. Als basis van je fill of zelfs maar gewoon als beat kom je zo prachtig op de 4e tel (de upbeat) uit met je bass 'onder' je snare, zoals te horen in Little Richard's "Rip It Up" (erg drumband-stylo en hey, daar heb je die fill weer!), Fats Domino's "I'm Walkin" (een goed voorbeeld omdat de melodie het ritme zeer nadrukkelijk volgt) en Roy Montrell's onweerstaanbare "(Everytime I Hear) That Mellow Saxophone", waar hij hem achtermekaardoor op de tom pakt. Net als "Little Bitty Pretty One" begint dit laatste nummer ook met dat accent op de 4e tel, de upbeat dus (in feite een 'halve' backbeat).

Overigens, ook vierkant rocken heeft Palmer zo'n beetje uitgevonden, luister naar de proto-hardrock van Eddie Cochran's "Somethin' Else" (1959), later met goede reden vaak live gecoverd door Led Zeppelin. Let ook weer op die enorme drive van de snare in de coupletten, en op het publiek dat in 1959 nóg niet weet wat een backbeat is....



Het grappige is dat ik "In The Mood" wilde noemen als overbekend voorbeeld van hoe het ritme in popmuziek klonk vóór de backbeat; met een beschaafd pom-pom-pom-pom accent op alle vier de tellen dus. Nu heeft Earl Palmer dat nummer toevallig ook een keer opgenomen en het laat piekfijn horen wat de backbeat, de Big Beat, kortom rock 'n' roll ons hebben gebracht: Silly music! Je gaat ervan bewegen op de 2 en de 4, met een ingehouden terugtrekkende beweging op de 1 en de 3 en stom eruit zien dat dat doet... Laat ik meteen maar eens on record gaan en zeggen dat in zijn algemeenheid 'silliness' (hoe kan je dat nou het best vertalen, 'stompzinnigheid'?) de belangrijkste kwaliteit van muziek is. Op zeker.

Of Earl Palmer nou werkelijk de uitvinder van de Big Beat is of dat hij gewoon de beste PR van al die geweldige sessiedrummers heeft gehad, laat ik maar in het midden, het doet verder niets af aan zijn grandioze spel. Er bestaat een leuk verzamel CDtje van zijn werk (beter nog, ga op zoek naar de onmisbare box set van het Specialty label) en een biografie met dezelfde naam, die ik ook nog steeds niet heb gelezen helaas. Mr. Earl Palmer is in ieder geval nog steeds alive & well in Californië, 25 oktober jongstleden werd hij 83. De snelle rekenaars uit mijn directe omgeving zien hier meteen de reden waarom ik altijd maar een middelmatig drummertje ben gebleven: Op een dag na scheel ik precies 50 jaar met hem! Toch leuk geprobeerd, pieps & miems ;-)

Zoals gebruikelijk leverde de rondgang in de YouTube-archieven in ieder geval in muzikaal opzicht weer veel moois op, zoals Frankie Lymon, altijd een genot om hem te horen (vergeet het filmpje):

Frankie Lymon & The Teenagers - Little Bitty Pretty One (1958)



Over silly music gesproken, het blitse vocale doowop crescendootje dat Lymon toevoegt wordt een paar jaar later overgenomen door Merseybeaters Freddie & The Dreamers. Prachtig Mancunian intro ("There's my modda!") en de drummer doet even voor hoe ze in het Engeland van vóór Keith Moon een nummer afsloten... gewoon met een stiff upper lip dus.

Freddie & The Dreamers - Little Bitty Pretty Won (ca. 1964)



Tenslotte nog even iedereens favoriete working class cokesnuivende sportsbarrockers; ja, ik heb een zwak voor ze en moet ook steevast aan Jim Belushi denken als ik ze hoor. Er is een nóg betere liveversie (niet meer te vinden), maar deze is ook leuk zat, wederom met volkomen overbodig YT-huisvlijtfilmpje:

Huey Lewis & The News - Little Bitty Pretty One (1994)

Monday, December 17, 2007

To The Left, To The Right


Welaan, in de beste traditie van de Vereniging voor Interessante Edoch Nutteloze Onderzoeken gaan we hier, naar aanleiding van mijn eerdere ritmesectie-foto-essay-tje, toch maar eens die onderste steen boven zien te krijgen betreffende het hoe & waarom van de Positionering van de Bassist. Mijn ervaring is dus dat ze meestal links van mij (voor de kijkers rechts) gaan staan, zowel in het oefenhok als op het podium. Lijkt me om twee praktische redenen ook het meest voor de hand liggend (en hierbij ga ik uiteraard uit van een rechtshandige ritmesectie): Ten eerste is de (rock)drummer per saldo het grootste deel van de tijd naar links gericht bezig, namelijk met de rechterarm over de linker heen de hihat bespelend; aan deze zijde is dus ook het oogcontact te halen. Ten tweede heeft de basgitaar een lange hals waarmee je het gevaar loopt de drumkit te raken als je aan de rechterkant gaat staan. Logisch, toch?

Echter, gitarist/geluidsman-in-ruste ‘Rude’ Danny merkt op dat het één en ander ook wel eens met geluidstechniek te maken zou kunnen hebben, ik citeer even zijn reactie:

“Heb altijd begrepen dat dit te maken heeft met het feit dat drummers (want meestal rechtshandig) het grootste deel van hun, qua frequentie meest doordringende, gehalte aan bekkens rechts van zich hebben gesitueerd in hun drumopstelling. M.a.w. links herrie van bekkens, rechts herrie van (belangrijk voor ritmisch verband) bassist. Vooral handige bij optredens zonder monitors e.d.”

Hmm, wellicht is dit een gevalletje “links… nee, links… neehee, andere links!”; voor alle duidelijkheid, ik spreek dus steeds vanuit het oogpunt van de drummer. Volgens mij staan normaal gesproken de meest luidruchtige bekkens juist aan de linkerkant, namelijk de crash en de hihat; op rechts gaat slechts de ride van ‘ping-ping-ping’, het eventuele gebruik van meerdere crash bekkens of (godbetert) een china aan die kant even daargelaten. Afhankelijk van hoe hard er gespeeld wordt, lijkt de grootste geluidsvervuiler mij de handbespeelde geopende hihat, niet? Mij leek juist één van de redenen voor een bassist om niet links te gaan staan dat voortdurende treble-gesis in die hoek… Het laag van een drumkit zit met de basdrum en floor tom wat meer aan de rechterkant. Hoe dan ook, er zullen vast wel audiologische redenen zijn, waardoor bijvoorbeeld ooit eens de gewoonte kan zijn ontstaan bij geluidstechnici om in de backline van hun zaal de basversterker standaard links of juist rechts naast de drumkit neer te zetten, zodat bassisten misschien zonder het te weten vaak worden ‘gedwongen’ aan een bepaalde kant te gaan staan. Wie hier meer van weet mag het zeggen…

Maar ho 'es even, hoe zit het nou eigenlijk, stáán al die bassisten nou wel altijd stijf op links? Nee, natuurlijk niet. Ik heb even een kleine steekproef genomen, check it out:

Paul McCartney (Beatles): Rechts
Bill Wyman (Stones): Rechts
John Entwistle (Who): Rechts
Chris Hillman (Byrds): Rechts
James Jamerson (Motown): Arno, enig idee?
Donald “Duck” Dunn (Stax): Rechts
John Paul Jones (Led Zeppelin): Rechts
Roger Glover (Deep Purple): Rechts
Rinus Gerritsen (Golden Earring): Rechts
Dee Dee Ramone (Ramones): Links
Tina Weymouth (Talking Heads): Links
Peter Hook (Joy Division/New Order): Links
Adam Clayton (U2): Links
Kim Gordon (Sonic Youth): Links (ik geef het toe, dit hele verhaal is eigenlijk gewoon een excuus om weer eens een mooie foto van haar te plaatsen hier)
Mike Mills (R.E.M.): Rechts
Cliff Burton/Jason Newsted/Robert Trujillo (Metallica): Rechts
Kim Deal (Pixies): Links
Flea (Red Hot Chili Peppers): Rechts
Krist Novoselic (Nirvana): Rechts (vanzelfsprekend, net als de linkshandige Kurt Cobain, juist wél met de hals richting dra te verwoesten drumstel)
D’arcy Wretzky/Melissa Auf Der Maur (Smashing Pumpkins): Rechts
Colin Greenwood (Radiohead): Rechts
Carlos D. (Interpol): Links

Uiteraard verre van compleet, nogal willekeurig en zeker niet 100 % accuraat (sommigen staan ook stiekem wel eens aan de andere kant), maar toch opmerkelijk: Vroegâh, zeg maar vóór de punk (de nrs. 1 t/m 9) was het blijkbaar de gewoonte om juist rechts te gaan staan (daarna valt er geen peil meer op te trekken) en dames (in ieder geval zij die niet naar Billy Corgan hoeven te luisteren) lijken liever links te staan [broodje-aap-modus] Wegens minder lage drumtonen en dus geen eierstokken die tot sambaballen verworden? Lijkt me sterk, we hebben het hier wel over bassistes…[/broodje-aap-modus]. Verder valt op dat elk van de bestudeerde objecten toch op z’n minst een duidelijke voorkeur heeft voor een bepaalde kant, afgaande op het beschikbare foto- en videomateriaal. Ik heb leadzingende bassisten als Jack Bruce, Lemmy en Mark King trouwens buiten beschouwing gelaten en uiteraard zijn aanvullingen/correcties op bovenstaand lijstje zeer welkom. Overigens verbaasde ik me erover van hoeveel bassisten ik uit m’n hoofd wist aan welke kant ze meestal stonden/staan.

Afijn, u merkt het al, deze eenvoudige stokkenzwaaier komt er niet uit. Daarom roep ik mijn hulplijnen in en vraag ik bij deze Mijn Bassisten of ze eens hun licht willen laten schijnen over deze heikele kwestie. Hier wat vragen om jullie op weg te helpen:

-Sta je altijd, ongeacht met wie je speelt, aan dezelfde kant?
-Is die voorkeur ooit per ongeluk, uit gewoonte of om specifieke redenen ontstaan?
-Wie is je persoonlijke jeugdheld cq. basvoorbeeld? En staat die aan dezelfde kant als jij?
-Heeft het iets met het geluidsbeeld of het fysiek van het drumstel te maken?
-Is misschien het welbekende hanengedrag van gitaristen allesbepalend (“Ik sta dus dáár!”) en neem jij dan maar de kant die overblijft? Of ben je er neergezet door een ander bandlid?
-Is er verschil tussen oefenruimte en podium?
-Heb je er überhaupt ooit over nagedacht?
-Maar vooral: Waarom staan jullie bij mij altijd links? Oftewel: Zijn jullie punk of zijn jullie meisjes?

Volgende maand moet ik, zoals sommigen van jullie weten, het podium delen met drie bassisten, waaronder één burgermeester, dus vóór die tijd moeten we eruit zijn, anders voorzie ik een choreografische chaos die zijn weerga niet kent!

Luistert u tijdens het nadenken even lekker naar T-Model Ford's geniale "To The Left, To The Right" (filmpje slaat nergens op, maar scheelt mij weer de moeite van het mp3tje uploaden). Het is zonder bas dus karaoke behoort ook nog tot de mogelijkheden :-)

T-Model Ford – To The Left, To The Right



En deze kwam ik tijdens de research tegen, die moet ik gewoon even plaatsen, al was het maar vanwege die extra hihat bovenop de basdrum van Zigaboo Modeliste (nou snap ik eindelijk waar'ie die geweldige gesyncopeerde accenten vandaan haalt). En omdat het één van de beste bands allertijden is, vanzelf... Heilige Graal spul, dit.

The Meters - Look-A Py Py / Jungle Man (live 1974)

Wednesday, December 12, 2007

In De Ritmesectie

...met Rob
...met Martin
...met Arno & alcoholische versnapering ...met burgervader Bernt
...met zonder hoofd

Maar zeg eens, waarom gaan al die bassisten toch consequent links van me staan?

Friday, November 16, 2007

If I Can Do It, You Can Do It

Strakke actie van het Patronaat: Superdrummer Steve Gadd is voor een optreden drie dagen in het land en ze weten 'm pardoes te strikken voor een drumclinic, in de grote zaal nog wel. Ik dacht, daar ga je een brush kunnen horen vallen, zo weinig toeschouwers gaan er op af komen (het werd pas een week vantevoren bekend gemaakt); maar nee dus, bómvol met neurotisch tikkende mannen. Gadd brak meesterlijk het ijs door zonder wat te zeggen een piepkleine swinggroove met brushes neer te leggen om daar vervolgens met een hoog stemmetje over heen te gaan scatten. Het is een cliché, maar de man zelf bleek net zo laidback als zijn spel.

Wacht, u weet waarschijnlijk helemaal niet wie Steve Gadd is. Deze kent u wél:



"50 Ways To Leave Your Lover" dus, één van de weinige pophits waarbij de drumpartij de hook is, verplichte kost voor iedere slagwerker. Ook "Late In The Evening" van Paul Simon draagt de Gadd signatuur (check die voetbediende hihat, met op het eind nog een vette bonus samba):



Ja, dat waren inderdaad 4 stokken :-) De clinic bestond voor het grootste deel uit vraag & antwoord gesprekken met het publiek. Het mooiste moment kwam toen iemand hem vroeg naar zijn opwarmoefeningen en Gadd wat rudiments (basistechniek-oefeningen) op z'n snaredrum speelde; werkelijk ontroerend om te horen en te zien hoe zo'n grote drummer na veertig jaar nog geconcentreerd zijn single stroke rolls en flamadiddles kan gaan zitten spelen, twee karakteristieke elementen van zijn spel nota bene. Met name die flams zijn cruciaal voor zijn groove: Een zachte 'voorslag' geven met je ene hand, een milliseconde vóór de harde slag met de andere hand. Gadd weet deze twee slagen zover uit elkaar te timen dat het bijna geen voorslag meer mag heten (zeker als hij er de koebel of de floor tom bij gebruikt); de groove lijkt te struikelen, prachtig. Ook dropt hij nog even een diepe wijsheid over fills; dat zijn die kleine solostukjes aan het einde van een maat waar de drummer even 'los' mag (ikzelf speel ze niet graag of alleen zeer bescheiden). Het gaat echter, zo zegt Gadd, niet zozeer om de fill zelf of het opbouwen ernaartoe, maar om waar hij naartoe werkt, de dynamische relatie met de eropvolgende maat. Zó waar... Hijzelf heeft (naar eigen zeggen vooral pas sinds hij wat ouder is) de goede gewoonte om de fill vroeg in te zetten en de laatste twee tellen (bijna) open te laten (hoor ook "50 Ways"). Wat hij een paar keer heel mooi liet horen, zeker in de uptempo samba dingetjes, was het bijna lukraak laten 'vallen' van een basdrumkick in die stilte, waarbij de luisteraar hem naar eigen gevoel een mooi plekje mag geven. Op dat soort momenten krijg ik óók bij solo drums een brok in m'n keel.

Friday, October 12, 2007

Heeft u een Bonuskaart?

Tsss... ik zou toch beter moeten weten dan bij Albert Heijn in de rij te gaan staan met Drive-By Truckers' "Danko/Manuel" op de koptelefoon... Dat hou ik dus niet droog en tot overmaat van ramp laat ik er zelfs zo'n oncontroleerbare omgekeerde snotterende snikzucht uit (of eigenlijk dus in) schieten. Pijnlijk, pijnlijk. Misschien wordt het tijd om eens een 'Not Safe For Public Places' iPod playlist aan te maken...

Alabama, dat u het even weet, is the country of country: Jimmie Rodgers, Emmylou Harris, The Louvin Brothers en Hank Zelf werden er geboren. Zo ook de Drive-By Truckers en dat zullen we weten ook: Plaat- en songtitels als The Southern Rock Opera, Alabama Ass Whuppin', The Dirty South, "The Boys From Alabama" en "Wifebeater" alsmede de onafscheidelijke fles JD op het podium leggen het er wel héél dik bovenop, soms iets té dik voor mijn smaak. Ze komen er echter meestal mee weg omdat ze geregeld, zoals ik het eens ergens omschreven zag, liedjes maken die de wereld stil doen staan. "Danko/Manuel". "Sinkhole". "Nine Bullets". "Decoration Day". "The Day John Henry Died". "Feb 14". En zo nog een stuk of wat.

Jammer genoeg stapte mijn favoriete van de drie singer/songwriter/guitarists, benjamin Jason Isbell, eerder dit jaar uit DBT. Hij heeft zopas zijn solodebuut Sirens Of The Ditch uitgebracht, een plaat die me ondanks een paar pareltjes ("Chicago Promenade", "Dress Blues", "In A Razor Town"; dat midtempo/slepende ding blijft toch z'n forte) toch net niet helemaal overtuigt. Geeft niet, als Trucker maakte hij zich al ruimschoots onsterfelijk met "Danko/Manuel", zijn ode aan The Band die onder andere maar weer eens laat horen hoe verdomde weinig country in wezen met cowboyhoeden van doen heeft, als u begrijpt wat ik bedoel.

De 'gewraakte' versie op mijn iPod is een audio-rip van de Dirty South Tour DVD en overtreft, zoals het een ultieme live-band als DBT betaamt, het origineel achteloos:

MP3: Drive By Truckers - Danko/Manuel (live)

Het webzine Stylus heeft een rubriek genaamd Seconds, over fragmenten in liedjes die je extra hard raken, eigenlijk de momenten waar het echt om gaat bij muziek. Deze versie van "D/M" heeft er ook zo één. Nou maken de Truckers er met hun drie gitaren altijd nogal een fijn zootje van (hoor ook het sologedeelte op 't eind), maar op het moment (3:20 min.) dat Isbell zingt "They say Danko would have sounded just like me" disintegreert de boel echt wonderschoon (gewoon iemand die een verkeerd akkoord pakt, maar daar gaat het niet om). Maar hoort welk één Dankoësque basloopje (twee noten, maar daar gaat het niet om) Shonna Tucker uit de kast trekt om de boel weer op de rails te zetten, ge-wel-dig. En dan komen er in het navolgende refrein ook nog eens de harmony vocals bij die ik altijd al in mijn hoofd hoorde, maar in de studioversie ontbreken (net als het basloopje trouwens). Ook weer typisch The Band, zoals Greil Marcus zo mooi beschrijft in Mystery Train, van die stemmen die schijnbaar spontaan de muziek binnen komen vallen.

Overigens benadert Brad Morgan in dit nummer ook nog eens dé ideale 'less is more' drumpartij; hoe terecht dat hij in z'n eentje mag beginnen. Mensen kijken me vaak hilarisch glazig aan als ik zeg dat ik in een countrybandje drum, maar wat is er nou relaxter dan een beetje achter op het podium meetikken met en luisteren naar je lievelingsmuziek? Maar pas op, want iedere tik tikt dubbel zo zwaar aan en kan er één teveel zijn. Gewone snare of rimshot... Snaren erop of snaren eraf... Brushes, hotrods, mallets of stokken... Geen toms behalve de floor... en geef die voetbediende hihat weer de plek die hij verdient. Waren er maar meer drummers zoals Brad Morgan; kijk die foto dan, en wat te denken van dit interviewfragmentje, ook van de Dirty South DVD:

Patterson Hood (de bandleider): "Originally four out of five of us come from the Muscle Shoals area, North Alabama... Brad is our one non-Alabama guy"
Brad Morgan: "I know, I'm sorry...."

Bij deze draag ik mijn partij in "Soul To Skin" (binnenkort verkrijgbaar bij de betere platenzaak) op aan Brad Morgan. Check die voetbediende hihat!

Wonderlijk toch hoe je op YouTube zonder veel moeite altijd precies vindt wat je zoekt... and then some. Zohier een zeer coole clip van The Band uit 1970 (zeer cool zijnde het understatement van het jaar; en hey, mijn nieuwe layout indachtig, is dit Music From Big Pink of Music From Big Pink!) met achtereenvolgens Richard Manuel én Rick Danko in het spotlicht, die om voor mij onbegrijpelijke redenen doorverwijst naar een Coltrane-met-zijn-klassieke-kwartet interpretatie van, jawel, "Alabama". Deze is (voor JC's doen) zo mooi ingetogen dat ik hem hier wel ongestraft denk te kunnen mogen plaatsen. Mooie lange shots ook van Elvin Jones, waarin je prachtig ziet hoe jazzdrummers hun ride bekken kunnen liefkozen, zoals een rockdrummer zijn of haar hihat, voet- danwel handbediend.

The Band - King Harvest / Long Black Veil (1970)



John Coltrane - Alabama (1963)



En met Jason en zijn nieuwe band The 400 Unit zit het gelukkig ook wel snor:

Jason Isbell - Danko/Manuel (live 2007)



Nee, ik heb geen Bonuskaart... I know, I'm sorry...

Monday, September 3, 2007

Drummers Aller Landen

Hoera! Han Bennink en de polderjumpjugend krijgen concurrentie.

Zware concurrentie :
Drums Of Burundi (deel 1).
Drums Of Burundi (deel 2).

"So bedeutet die Rotation mit dem Stock um dem Kopf: Sterben soll ich, wenn ich mein Land verrate." Oeps...

Bennink in Ethiopië


Thursday, August 9, 2007

Vinyl Do Brasil

Mijn Last FM charts hebben inmiddels een wel erg hoog braziliaans gehalte. Dat komt door de blogsnoepwinkelvondst van het jaar: LORONIX

Ik geloof niet dat ik voorlopig nog ergens anders hoef te wezen voor nieuwe muziek... Zo'n 1500 (!) linkskes naar geZIPt klassiek braziliaans vinyl, al dan niet out of print. Wel lastig doorwaadbaar, want ik ben dan wel enorm hongerig naar, maar vooral ook niet zo erg thuis in dit 'genre'. Nu ben ik niet bijster éénkennig qua muziek, maar als het teveel de bossaloungestrandtentchill-kant op gaat, haak ik toch meestal snel af; daarvoor hangt het geflapper van teenslippers & witte canvas broeken alhier in de stad van Dennis v.d. G. (zou die op de mat gewoon dezelfde broek aanhouden?) me al ruimschoots genoeg de keel uit (ja, ik weet 't, love it or leave it).

Ik wil samba. Liefst met veel of alleen maar slagwerk. Batucada Fantástica (deel 1 & deel 3; die hoezen!) van Luciano Perrone dus, bijvoorbeeld, of deze van baterista Paulihno en zijn escola de samba. Ook de geweldige Soul Jazz Records verzamelaar Batucada / Capoeira staat er op; die had ik al maar is echt een aanrader, dus bij deze.

Naast hardcore batucada is er vooral ook een hoop mooie liedjessamba te vinden. De grondleggers van dit genre (en meer in het algemeen de zogeheten Música Popular Brasileira of MPB) zijn de vooroorlogse componisten Noel Rosa en Ary Barroso, die ik eerder dit jaar al eens zwervend op Het Net aantrof. Mijn veramerikaanste oren horen de klassieke pop van Tin Pan Alley en The Great American Songbook maar dan met die massaal meegeblèrde refreinen en vooral die onbetaalbare chaotische struikelswing waar Brazilianen patent op hebben, prachtig!

Barroso schreef het beroemde, inmiddels morsdood gespeelde "Aquarela Do Brasil" en lag erg goed in de Amerikaanse markt, Disney wilde hem maar wat graag naar Hollywood halen, maar get this: Hij bleef in Rio omdat hij niet buiten zijn geliefde Flamengo kon! Hij was trouwens gewoon fan én live radiocommentator tegelijk, en was als gemeenteraadslid ook nog eens medeverantwoordelijk voor de bouw van het immense Maracanã-stadion. Zie hier voor nog véél meer Ary-ana en andere musica brasiliensis.

Voordat zij naar Hollywood verhuisde en als vleesgeworden Chiquita-chick in haar thuisland persona non grata werd, zong Carmen Miranda (die zelfs een luchtballonbouwer inspireerde) in Brazilië 'gewoon' de liedjes van Rosa en Barroso. Deze is echter geschreven door hun collega/rivaal Dorival Caymmi en komt uit de film (jawel) Banana Da Terra (1939).

Carmen Miranda - "O Que É Que A Baiana Tem?"

Monday, July 9, 2007

Get Up From Da Down Stroke

In de extreme metal gaat het van je snel-sneller-snelst. De drummer heeft de plaats van de gitarist overgenomen als de held van de band. Niet echt een positieve ontwikkeling als je 't mij vraagt, maar het levert wel nieuwe gadgets op qua drumtechnieken. In de jaren tachtig maakte vooral het dubbele basdrumwerk van gasten als Dave Lombardo (Slayer) en zijn voormalige drumstelvasthouder Gene Hoglan indruk. Wat later kwamen de blastbeats in zwang, waarbij de handjes de voetjes in snelheid gingen matchen, met doorlopende snare dus in plaats van op de traditionele afterbeat. Persoonlijk vind ik deze voortratelende maalstroom meestal het beste werken als dynamisch wapen, ter afwisseling en intensivering van het reguliere ritme en niet iets om een compleet nummer stug ende tr00 vol te houden; it's blasturbation, I tells ya! In feite is de thrash/polkahuppel van Slayer nog steeds het meest adrenalineverhogend, of ik ben gewoon een ouwe lul, dat kan ook. Aan de andere kant, ik herinner me nog goed hoe ook mijn oneindig veeeeeeeel jongere verloofde bij haar Slayer live ontgroening blij verrast werd door de hoge dansbaarheidsfactor van het gebodene.

Slayer - Reborn



En voor alle fans, Peart, Bonham en Jabba The Hutt in één: Gene Hoglan met Dark Angel ("No One Answers", één van m'n favoriete metalnummers ever)



Maar goed, blastbeats dus. Hier een reguliere variant van één van de pioniers, Pete Sandoval van Morbid Angel. Leuk om eens zo 'kaal' te horen.

Morbid Angel / Pete Sandoval - Dominate (het gaat vooral om de eerste minuut)


Het kan echter nóg sneller. De laatste tijd is namelijk de zogeheten gravity blast (zwaartekrachtroffel, hihi) in de mode geraakt. De truc hierbij is om niet alleen bij de neerwaartse (downstroke) maar ook bij de opwaartse beweging (upstroke) een hit op je snare te plaatsen, daarbij gebruik makend van de metalen (!) rand van je snare. Hier zie je een zweedse blonde mongool (zo zeggen de tags) het voordoen:

The Swedish Gravity Blast



Cool! Ik versta er geen hol van uiteraard, maar wat wel opvalt is dat je blijkbaar met klem wordt verzocht om de meest basale drumtechniek (vanuit je polsen spelen) zsm weer af te leren. Hij kan het zelfs zonder te kijken!

Ter afsluiting van dit blokje lering en vermaak nog even de natte droom van iedere metalhead, Metallica met Dave Lombardo op drums. Larsmans was 'ziek'. Het betreft een optreden op het Download Festival. Go figure...

Metallica feat. Dave Lombardo - Battery (gemiste kans: Op 2:20 de drumbreak van "Angel Of Death" inzetten en er een waarlijk onvergetelijke medley van maken)

Sunday, May 6, 2007

Los Lobos @ Bevrijdingspop

Ondanks dat ik als klein menneke al zwaar werd geïndoctrineerd door vaders platenkast met Neil Young, Poco, Gram Parsons, en Emmylou Harris, zijn Chris Isaak's Forever Blue en Los Lobos' Kiko de platen die mij definitief tot de americana hebben bekeerd halverwege de jaren negentig. In tegenstelling tot Isaak zag ik Los Lobos al een keer of vier in het verleden, steeds in een vol Paradiso en steeds zonder dat ze Hun Grote Hit wensten te spelen, tot woede van de dagjesmensen. Gister op het Bevrijdingspopfestival in de Haarlemmerhout bleek dat ze bij dit soort gelegenheden logischerwijs toch de beroerdste niet zijn en sloten ze gewoon af met "La Bamba", al konden ze het toch niet laten om halverwege fijn over te schakelen op de nu volgende kraker uit een ver verleden; check it out, de vólle 1:38 min. inclusief aankondiging van Ed Sullivan, en met speciale aandacht voor de double twirl van übercoole (die kóp!) drummer Dino Danelli, die, zoals dat ging in de sixties, zijn bekkens soms reuze stijlvol op horizontale wijze beroert:

The Young Rascals - "Good Lovin'"



Wow, zo zie je ze niet meer hedentendage...

Los Lobos speelde verder, zoals gebruikelijk, een zeer afwisselende set van hoog nivo, met veel uptempo feelgood spul ("Come On Let's Go", "I Got Loaded", "Don't Worry Baby", "One Time, One Night"), een stel vrij 'obscure' persoonlijke favorieten ("Mas Y Mas", "Maricela", "Good Morning Aztlán"), twee... uhm... 'Rowwen Hèze covers' (polonaise, jawel!) en "What's Goin' On?" met gastzanger Paul Carrack, waarbij Cesar Rosas liet horen dat zijn stem werkelijk gemáákt is voor de "Brother!"-achtergrondvocalen. Verder viel op dat David Hidalgo langzaam maar zeker zijn mooie hoge stem aan de ouderdom aan het prijsgeven is (al werd het beter op het eind, misschien moest'ie gewoon even warmzingen, hoop doet leven) en dat ze eindelijk (zo bleek al na twee maten, wat een verschil!) een goede drummer hebben gevonden, en 't is nog een zwaargewicht latino ook :) Het blijft een klein mirakel en een ongekend genot, zo'n band die achteloos heen en weer stuitert tussen om 't even welke variant van 'latin' (mexicaans en cubaans), country, rockabilly, soul, blues, texmex, R&B, avantgarde (Colossal Head!), fifties/sixties nostalgie, hardrock en americana. Aaayayayyy!

Los Lobos / Rowwen Hèze - "Anselma / Bestel Mar"

Friday, March 9, 2007

Hiram draait door

Klaatu - Klaatu (LP)

Ik ben gek op neo/alt.powerpopbandjes als The Posies, Sloan, Fountains Of Wayne, Weezer en The New Pornographers. Powerpop is simpel gezegd de Beatles met hardrockgitaren, vaak vertakkend richting teenpop en glamrock. Eigenlijk vind ik Nirvana en Ramones ook powerpop. Las laatst ergens de rake opmerking dat de term door popjourno’s vaak uit de kast getrokken wordt om bepaalde platen de hemel in te prijzen vanwege kwaliteiten waarover men zich normaal gesproken nogal laatdunkend uit laat (‘retrogressieve meuk’ wordt ‘ambachtelijke liedjessmederij’). The Who wordt wel de eerste powerpop band genoemd, maar de echte boom kwam in de seventies: The Raspberries, Big Star, Cheap Trick, Badfinger, The Cars, The Rubinoos, Bay City Rollers en Klaatu, dus. Vaak zijn hun platen nogal wisselvallig en gaat het eigenlijk om ouderwetse singlesgroepen, maar als historisch verantwoorde freak vind ik het toch wel erg leuk om het op tweedehands vinyl op te pikken (iemand nog LP’s van The Shoes in de aanbieding?); laatst al The Rubinoos’ bijzonder fraaie Back To The Drawing Board voor een prikkie gevonden, vandaag Klaatu’s titelloze eersteling. Meer powerprog dan -pop eigenlijk, maar zeker de moeite waard. Mooie klassieke symphohoes ook (zie boven). En kende u ook het verhaal van The Beatles’ second coming al?

Jorge Ben - Tropical (LP)
Jorge Ben - Para Ouvir No Radio
(LP)
Olodum - Best Of Olodum
(CD)
Los Zafiros - Bossa Cubana (CD)

Sinds kort doe ik wel eens wat (cajón spelen) met een flamencodanseres en -gitarist en dat heeft mijn al jaren in de slaapstand staande liefde voor Zuid-Amerikaanse muziek weer aangewakkerd. Als drummert trek je dan van nature naar de Braziliaanse hoek: Vette batucada (samba met alleen percussie) blijft het mooist, maar ik draai ook veel capoeira (berimbau-happy rituele dans-muziek), bossa nova en tropicália (breeduitwaaierende maatschappijkritische psychrock op z’n Braziliaans; Jorge Ben dus). Top 70’s funk van Banda Black Rio en 'schmaltza nova' van Dalva de Oliveira, bring it on! Een collega van me heeft een Braziliaanse vriendin, dus die soufleert me zo af & toe ook nog eens met ranzige carnavalsbootlegs uit São Paulo en Rio, helemaal la bomba. I’m like a one eyed cat peeping in the sea food store 8)
Ook de Mexicaanse en Cubaanse shit wordt gechecked, waarbij dé ontdekking tot nu toe Los Zafiros is, een heerlijk smeuïg sixties latin/doo-wop kwintet uit Havana dat gefronste wenkbrauwen opriep bij Fidel & zijn vriendjes vanwege hun door R&B beïnvloede en dus te Amerikaanse muziek. Had hun verzamelaar Bossa Cubana al eens van de bieb gehaald, maar vond hem nu in het eggie voor een tientje in Haarlems knusse world/jazz platenwinkeltje Tipitina. Er schijnt recentelijk ook een film over hen gemaakt te zijn, ben ik inmiddels wel erg benieuwd naar.
De latin-feel sluipt intussen stiekem weer in mijn drumspel en wat blijkt? Dat ‘boom-chk-a-boom’ countrygalopje gaat desgewild/-oefend naadloos over in een samba of bossa nova! Nu nog een manier vinden om het “Cortez The Killer” binnen te smokkelen, o zoete ironie.

Verder gekocht vandaag:
Clifford Brown & Max Roach - Alone Together: The Best Of The Mercury Years (2CD)
Los Lobos - Kiko (CD)
B.B. King & Bobby Bland - Together For The First Time… Live (2LP)
Louis Prima - Stars Of Rock ‘n’ Roll (LP)
KC & The Sunshine Band - Who Do Ya Love (LP)
Smiley Lewis - Shame Shame Shame (LP)
Smiley Lewis - The Smiley Lewis Story: I Hear You Knocking (LP)

En een kaartje voor het No Mercy festival op 9 april in 013, oftewel: Anaal Nathrakh. Live. Morituri te salutant.