Showing posts with label americana. Show all posts
Showing posts with label americana. Show all posts

Monday, May 25, 2009

RIP Jay Bennett

Wat een vreselijk nieuws: Jay Bennett is van het weekend gestorven in zijn slaap. Hij was tot en met Yankee Hotel Foxtrot Jeff Tweedy’s artistieke en persoonlijke tegenpool in Wilco. Dat leverde vuurwerk op, drie platen lang en helaas ook achter de schermen, zoals prachtig en ontluisterend te zien valt in de Wilco-docu I Am Trying To Break Your Heart, waarvan ook onderstaande clip afkomstig is. Voor iedereen die de band al een tijdje volgt en de tragiek van Bennett kende (hij had net bekend gemaakt Tweedy voor het gerecht te dagen) zal dit hard aankomen, ik ben er in ieder geval behoorlijk van ondersteboven.

Op 6 juli 1999, bijna tien jaar geleden alweer, speelde Wilco met Bennett in de Melkweg ter promotie van hun beste plaat Summerteeth en dat optreden koester ik nog altijd als één van de beste die ik ooit zag; daar is ook Wilco zelf ondanks de huidige sterbezetting niet meer overheen gekomen. Rust zacht, Jay Bennett.

Saturday, May 9, 2009

Marit Larsen - "Fuel" (live @ Paradiso)



Dit was, zoals ik al in m'n verslagje schreef, het hoogtepunt van Marit Larsens optreden in Paradiso vorige maand. Blijf dus vooral even hangen tot het slotakkoord :) Wie het over zijn koude, koude hart verkrijgt om voortijdig weg te zappen krijgt trouwens sowieso een levenslange x_hiram_x ban. Grrr...

Sunday, November 9, 2008

Zaterdag 8 november: Ron Sexsmith @ Melkweg

9:55, Station Haarlem - Damn. De rug speelt op na een iets te enthousiaste zwaai met de loodzware tas versgewassen voetbaltenues. Drie kwartier op de achterbank bij teammates M. & R. doet geen goed. MGMT's Oracular Spectacular op de car stereo; niet slecht, maar ik kan tegenwoordig maar weinig animo opbrengen voor hippe nieuwe alternatieve bandjes.

11:20, veld 4 WV-HEDW, Amsterdam - DAMN! Verdedigende kopbal na vijf minuten, wervels definitief op slot, game over. Zonder mij kansloos met 2-4 ten onder tegen Bloemendaal, uiteraard.

13:30 kantine WV-HEDW - Bier en patat. Hoe toepasselijk: Richard Witschge zit aan de bar (AFC is te gast); van welke -generatie was die ook al weer?

15:45, thuis, Haarlem - Pijnstiller; helpt niet.

16:30, Dekamarkt om de hoek - Boodschappen doen; helpt helemaal niet.

17:20, thuis - Avondeten; vegetarische hamburger met doperwtjes en aardappelkoeken; Children Of Bodom (Blooddrunk) en Ron Sexsmith (Exit Strategy Of The Soul) op de achtergrond. Vrouw is moe, weet nog niet of ze meegaat vanavond ("Hij is oud, toch?").

18:15, op de bank - Spongebob Weekend op Nickelodeon; reclame voor nickhits.nl met een flard Monique Smit.

19:14, achter de PC - Blogpost "Nederbulldozerpop: Monique Smit". Voorprogramma Madison Violet al gemist; rug zuigt nog steeds zwaar ballen. Koffie, nog een pijnstiller, twijfel of ik mijn Severe Torture shirt wel met goed fatsoen aan kan houden; toch maar een Bohren & Der Club Of Gore jackje eroverheen. Vrouw slaapt op de bank; kusje; op haar fiets naar het station.

20:15, de trein van 20:15 - iPod; "Blacksmith Of The North" van de nieuwe Darkthrone als muziek-uitzoek-achtergrondmuziek (wat een riff!); het wordt Kampfar's Heimgang; "Dodens Vee" / "Skogens Dyp" / "Antwort" nonstop Fisherman's Friend-moment.

21:05, Melkweg, Amsterdam - Enorme rij voor Ladytron in The Max; gelukkig, een aparte ingang voor de Oude Zaal. Pissen, biertje, plekje linksvoor het podium,;verbazing dat het balkon open is; zaal voor driekwart gevuld. Net als in 2005 in de bovenzaal van Paradiso weer verrassend veel oudere bezoekers; kalende mannen (en ook véél niet-kalende vrouwen) met overhemden en jas over de arm; scheelt toch weer die garderobe-euro; tsss.

21:30 - De Cherubijngezichtige betreedt het podium met twee begeleiders, een schaamteloze Lanois-nnabe met pet en al op gitaar + tweede stem en een bassist met een geweldige slimline upright, een soort contrabas in een lachspiegel gezien; nog nooit eerder gezien, maar klinkt fantastisch, met die echte-echte houtsound van een contrabas en de puntigheid van een elektrische. Eerste nummer is ironisch genoeg (vorige keer had hij alleen een drummer bij zich) "One Drummer One Drum"; is dat de titel? ik ben zo slecht met titels; directe ontroering; zou best een sigaretje lusten.

21:50 - Blokje nummers van de nieuwe plaat ("en dan gaan we weer de liedjes spelen waar jullie mee zijn opgegroeid" - LOL); bevestigt het oordeel dat Exit Strategy Of The Soul het moet hebben van de aardigheid van de stijloefeningen en per saldo misschien wel de Cherubijngezichtiges minste album is qua liedjes; hij speelt gitaar als een liedjesschrijver, pulkend met zijn duim; wel mooi ritmisch en met een goede attack, wat wel nodig is zonder drummer; idee voor een blogpost vormt zich; zou best een sigaretje lusten; durf ik een whiskey op mijn pijnstillers te nemen? Biertje doen maar.

22:15 - Het wordt me teveel; "Not About To Lose", "Hands Of Time", ik zou best een sigaretje lusten, "Just My Heart Talkin' ", "Hard Bargain", wat een achteloze inpertinente wat-zit-er-toch-in-dat-Canadese-drinkwater demonstratie van vakmanschap; hoe diep kan een back catalogue zijn; en die stem, natuurlijk. "Strawberry Blonde" is de druppel, tranen met tuiten; even luisteren of het volgende nummer niet godbetert "This Song" is en vlug naar buiten om mijn composure weer een beetje op orde te krijgen; het sigaretje smaakt ook goed.

22:45 - Toegift; whiskey; "Secret Heart" én "Cheap Hotel" van mijn favoriete plaat Blue Boy; heb ik drums gemist vanavond? Nee. Definitief open doekje; band weg, de Cherubijngezichtige buigt zich op het laatste moment nog even voorover naar een toeschouwer en besluit toch nog even diens verzoekje (titel vergeten...) te spelen; te-ring wat mooi zo in zijn eentje; ovatie, staand.

23:05, Tram 1 richting CS - iPod; weet onmiddellijk wat ik wil horen, Sun Kil Moon's April; aanrader voor als u nog eens behoefte heeft moederziel alleen doch gelukzalig boven een bomvolle tram te willen zweven; mysterieuze wonderplaat...

23:27, de trein van 23:27 - ... de meesterlijke ingetogenheid van Mark Kozelek; prachtig minimaal drumwerk ook; "Tonight The Sky" de ultieme Neil Young worship met AC/DC invloeden; plaat van het jaar? Concert al haast weer vergeten.

23:59, thuis - Vrouw op de bank, nog wakker; vi.nl; natuurlijk heeft anniesee van de lampies gewonnen.

02:28 - Blogpost "Zaterdag 8 November: Ron Sexsmith @ Melkweg".

Ron Sexsmith - "This Song"

Monday, May 12, 2008

Ver Heen


Ik ken mensen die er al weken wakker van liggen, maar woensdag is het dan eindelijk zover: Plant & Krauss in de Bijlmer bierhal! Sinds het begin van de toer afgelopen maand in de V.S. verschijnt de ene na het andere lovende recensie en de setlist liegt er dan ook niet om (qua Zep uiteraard "The Battle Of Evermore", maar ook "Black Dog", "Black Country Woman" en "Levee"), evenals de begeleidingsband. Niet in het minst omdat, behalve producer T-Bone Burnett, ook meestergitarist Buddy Miller er deel van uitmaakt, de geboren sideman wiens solo-albums en duoplaten met vrouw Julie (luister hier) tussen de bedrijven door niets minder zijn dan het textbook voor hoe moderne country hoort te klinken.

Op YouTube staat een drietal live-uitvoeringen van vorig jaar oktober, en wel mét Marc Ribot die helaas niet mee is op toer. La Krauss staat er nog wat statisch en onwennig bij met die kekke laklaarsjes en haar zoals altijd stonede Andrea Pirlo-blik (al lijkt me dopegebruik in bluegrass-scene, ondanks die naam, toch een stuk minder wijdverbreid dan in het Italiaanse voetbal). Zo stapt ze soms keurig in bluegrass-stijl weg van de microfoon (ook al staan er hier wél meerdere) om met gevouwen handjes naar de andere solist te luisteren; en hóe lief zijn die steelse gilletjes op het eind van "Gone, Gone, Gone"! Verder maakt Plant een goeie grap aan het begin van "Black Dog" en kan Burnett het niet laten om na afloop van "Please Read The Letter" nog even een goat te throwen ( \m/ ) tijdens het buigen. Ribot... heerscht.

In deze versie van "Gone Gone Gone" uit Later... van vorig week lijken Alison's heupen al wat losser geraakt, maar is ook het spel wat rommeliger en de samenzang niet spot on. Ze speelden daar ook "I'm A One Woman Man", mijn bij-voorbaat-favoriet op de setlist en bovendien een goed excuus voor een audiovisueel Johnny Horton-kaasplankje, want van hem is het origineel. Horton, vooral bekend van zijn latere folkpop hit "The Battle Of New Orleans", staat namelijk in mijn alltime rockabilly lijstje minimaal in de top 5, en wel hierom:

Johnny Horton - "I'm A One Woman Man" (het 'geheim' van dit nummer is, net als bij "Honky Tonk Man", de perfect geshuffle-timede slapback, maar check vooral ook het geweldige teruglopende gitaarloopje van Grady Martin aan het begin van het refrein; overigens, voor nog meer Horton-gerelateerde full frontal n00de shellac-p0rn zie hier):


Johnny Horton - "Honky Tonk Man"


Johnny Horton - "I'm Coming Home"


Johnny Horton - "Honky Tonk Hardwood Floor"

Monday, May 5, 2008

Kathleen Edwards


Fuck it, laat ons dan maar meteen het hoe dan ook onvermijdelijke L-woord bezigen: Als Lucinda Williams de aandoenlijke, zelfbeklagende zuipschuit met zo’n nét iets te irritant harde stem hangend aan het einde van de toog is, dan is Kathleen Edwards de begripvolle doch onverbiddelijke barmadam die na sluitingstijd haar drunk ass de straat op kickt en een taxi voor haar bestelt.

Jawel, lieve blogleeskindertjes, Edwards’ derde plaat Asking For Flowers is naar mijn smaak voorlopig de beste van 2008. Met voorganger Back To Me (2005) was al niet heel veel mis, maar dit is pas écht een Baas, minder hard rockend maar des te harder aankomend, een emotionele head lock waar geen ontkomen aan is: Vastberaden, onverschrokken, intens, en toch intiem en gracieus.

Mijn eerste kennismaking met Edwards was in 2003 bij haar inmiddels semi-legendarische optreden op Blue Highways, waar ze bij aanvang toch echt nog even kwijt moest dat “this might be an americana festival, but I’ll have you know I’m from Canada thank you very much.” Die boksfoto is wat dat aangaat minstens zo treffend als die van the EZB hierzo linksbovenaan de pagina. Edwards noemde zichzelf ooit een stubborn little bitch en ze kijkt songtekstsgewijs dan ook niet op een vierletterwoordje meer of minder (“Sure As Shit”, “The Cheapest Key”), toch niet echt usance binnen de country, maar dat is dan weer één van de voordelen van het Canadees zijn, zo lijkt me. En ja, dat ‘alt.’ hoort er natuurlijk ook niet voor niets vóór te staan. Edwards (29) heeft immers, in tegenstelling tot een hoop generatiegenoten die voor ’t gemak onder het genre worden geplaatst, ook daadwerkelijk iets alternative’s in haar manier van zingen; soms herken je duidelijk die ietwat ongecontroleerde pissed off punksneer van Ani DiFranco en Laura Veirs. Ze valt dan ook op tussen al die andere alt.country zangeressen (Tift Merritt, Alison Moorer, Laura Cantrell, Kelly Willis etc. etc.) door een gebrek aan eagerness to please, echter zonder dat het verzandt in een ongeloofwaardige tough girl-pose, want de knipoog lijkt me moeilijk te missen bij bovenstaande foto (die lipjes!).

Als je nu haar debuut Failer (2003) terugluistert, toch een plaat die destijds ontzettend, en terecht, veel lof kreeg toegezwaaid, hoor je meteen hoe enorm Edwards vooruit is gegaan als zangeres, iets wat ze in interviews zelf ook toegeeft, of eigenlijk gewoon trots mededeelt, evenals het feit dat ze eigenlijk helemaal niet streeft naar verbreding van haar stilistische palet, maar zich volkomen op haar plek voelt in het americana/alt.country/folkrock-genre en vooral op zoek is naar verdieping en kwalitatieve progressie als zangeres en songschrijver. Da's een hele zwaarwichtige mond vol, maar het is wel precies waar de kracht en de niet aflatende intensiteit van Asking For Flowers vandaan komen. Muzikaal gebeurt er namelijk weinig schokkends, al is het allemaal zéér adequaat gespeelde, lekker omfloerste Lanois-mericana, fijn, mooi, precies goed. Van mij had het ook best nog wel wat smeriger en ruiger gemogen her en der, maar dat is feitelijk gezeur in de marge; het draait uiteindelijk toch, zoals het hoort, om Edwards' stem en persoon(lijkheid). Ze bijt zich vast in de liedjes en laat niet meer los. Zelfs de comic relief van “The Cheapest Key” en vooral “I Make The Dough, You Get The Glory” wordt wel zo enorm ‘naar huis’ gezongen door Edwards dat je bijna vergeet om te lachen. Zo is het naamdroppen van Marty McSorley, wat als ik het goed begrijp zo’n beetje het ijshockeyequivalent van Marco Materazzi is, zonder meer grappig bedoeld, maar hoor haar dat refrein eens zingen, op de top van het bereik van haar sowieso al ‘ademige’ stem… Nu houd ik zoals gezegd van-niets-als-niet-van silly music, maar als een artiest (of beter, ikzelf als luisteraar) met gemak zonder gekkigheid af kan, dan is het, eerlijk is eerlijk, ook wel des te indrukwekkender.

Het wordt altijd een beetje oneerbiedig een snik in de stem genoemd, maar mits met beleid gebruikt is het een machtig wapen, zeker bij een tough cookie als Kathleen Edwards. Ze bewaart ‘hem’ tot de climax van het nummer en met een beetje geluk komt op zo’n moment zelfs haar Canadese accent bovendrijven (“my heart nearly burst right ou-oot of my chest”, klinkt het in "Run"); eigenlijk hebben we het hier over het verschil tussen 'een snik in' en 'het breken van' de stem. In "Oh Canada" hoor je bijna letterlijk haar stembanden trillen van het stampvoeten, het contrast onderstrepend tussen dit uitgesproken Canadese protestliedje en het veel subtielere "Oil Man's War". Want ja, Canadese americana, het blijft een bijzonder fenomeen (met een beetje goede wil kun je stellen dat de grondleggers van het genre ook van boven de 49e breedtegraad zijn, Neil Young en The Band, en hell, zelfs Dylan is geboren aan Lake Superior…), wat soms voor lastige situaties zorgt, zeker als je je gaat wagen aan politieke songs (vraag het de oude Nelis zelf). Edwards gaf ook al eens aan er moeite mee te hebben om als Canuck op een podium in pak-‘em-beet Birmingham, Alabama het Amerikaanse publiek de les te gaan lezen over hun stomme oorlog, maar ze lost het in “Oil Man’s War” mooi en toch ook wel een beetje ondeugend uitdagend op door er een Nebraska-stijl gewone-mensen verhaal van te maken, over een jong stel dat vlucht voor de dienstplicht, jawel, naar ‘het Noorden’.

Country is op twee manieren heel mooi, namelijk als rock ‘n’ roll voor gevorderden (zoals metal rock ‘n’ roll voor beginners is) én als Amerikaanse volksmuziek waarin de mysterieuze, verstilde 19e eeuw een stem krijgt, als u mij toestaat even schaamteloos Greil Marcus on yo asses te worden. Jimmie Rodgers vs. the Carter Family, Hank Williams vs. The Louvin Brothers, Lucinda Williams vs. Alison Krauss, of zaterdagavond vs. zondagochtend, zo u wil, al kunnen de échte groten, zoals ome Hank en mama Lu, maar bijvoorbeeld ook Steve Earle of Jeff Tweedy, natuurlijk met beide uit de voeten. In die tweede categorie is “Scared At Night” wat mij betreft het goed getimede (één-na-laatste nummer) hoogtepunt van Asking For Flowers, zo’n perfect akoestisch country nummer dat klinkt alsof je het al jaren kent (vooruit, er zit dan ook daadwerkelijk het bekende terug-loopje uit "The Weight" in aan het einde van het refrein; over Canadese glorie gesproken) en in alle eenvoud en sentimentaliteit (het gaat, hoe Carter-esque, over dode oma's) enorm ontroert. Dit is ook het nummer waarin de invloed van Ryan Adams (circa Heartbreaker) het duidelijkst is terug te horen, één van Edwards’ grootste voorbeelden; producer Jim Scott zat ook bij Whiskeytown achter de knoppen. En over 'invloeden' gesproken: "Oil Man's War" lijkt dusdanig veel op Car Wheels opener "Right In Time" dat Edwards zich voorlopig al die voor de hand liggende vergelijkingen toch echt zal moeten laten welgevallen.

Wat nog meer? Te veel om op te noemen. Zo is "asking for flowers is like asking you to be nice" een klassieke country one-liner, wat bijna automatisch betekent dat het in de handen van minder getalenteerde zangeressen zou kunnen verworden tot een tenenkrommende Viva-platitude; zoniet bij Edwards. Verder begint de plaat onverwijld bloedstollend met het pianopedalengekraak tussen de basisakkoorden van "Buffalo", de openingstrack die meteen dient als lakmoesproef: Het is zo goed dat ongestraft een blik strijkers (violen, geen fiddles) kan worden opengetrokken. Edwards speelt zelf mee, viool is haar 'eerste' instrument, wat volgens haar ook de oorsprong is van haar gevoel voor zangharmonie. Een mooi truukje wat ze daar wellicht aan over heeft gehouden is een soort van denkbeeldige harmony vocals-voor-één-stem ("Buffalo", "Oh Canada"), oftewel het halverwege een strofe van eerste naar 'tweede' stem overschakelen. In "Buffalo" doen de strijkers daarbij ook nog eens prachtig hun contrapuntige ding, dus ja, zakdoekjes paraat zakmazegge... Zoals men bij 8weekly al schreef, het blijft lastig om zinnige dingen te zeggen over een bijna volmaakte plaat. En dan heb ik een instant klassieker als "Alicia Ross" nog buiten beschouwing gelaten. 18 juni Vera, 19 juni Melkweg, 20 juni W2, meer hoeft u eigenlijk niet te weten...

Asking For Flowers promo / song previews:



Vorig jaar leende Edwards haar stem aan een paar nummers op cowpunk godfather John Doe's alleraardigste A Year In The Wilderness, en zo verstopt op een argeloos gedownloade plaat grijpt ze je helemaal zonder weerga bij de keel, met name in "The Golden State". Die staat niet op YouTube, wel deze Grammylou chestnut:

John Doe & Kathleen Edwards - "We'll Sweep Out The Ashes In The Morning"

Thursday, February 21, 2008

TOP2007! It's A Wrap

1. Lyle Lovett & His Large Band - It's Not Big, It's Large
Klein, Texas
MP3 "All Downhill"

2. Future Of The Left - Curses!
Cardiff, Wales
MP3 Small Bones Small Bodies

3. Alasdair Roberts - The Amber Gatherers
Callender, Scotland
MP3 The Calfless Cow


Zo, klaar :-)

Monday, February 4, 2008

Nutteloze Lijstjes #1: Favoriete C&W subgenres

1. Alt.country / Country Rawk
2. Rockabilly
3. Hillbilly / Country Folk
4. Honky Tonk
5. Bluegrass
6. Country Noir
7. Western Swing / Hillbilly Boogie
8. Singer-songwriter
9. Country Blues
10. Western / Cowboy
11. Country Pop
12. Country Rock
13. Tex-Mex

Tennessee Ernie Ford feat. Speedy West & Jimmy Bryant - "Kissing Bug Boogie"

Saturday, February 2, 2008

Steve Earle @ Paradiso


Pfff, soms ontbreekt het eenvoudigweg aan voldoende puf voor een midweekse gang naar de concertzaal: Druk op 't werk, de 'vrije' avonden gevuld met bandrepetities, enorm pokkenweer op de avond zelf waardoor je, zeiknat & wel, je trein mist op weg naar een uitverkocht Paradiso (geen onverdeeld genoegen met mijn drie-turven postuurtje) met een ongetwijfeld weer erg hoog Johan Derksen-gehalte in het publiek (en ja, hij was er zelf ook weer) en dan gaat het ook nog eens om een bandloos optreden van iemand die sinds de eeuwwisseling steeds meer de indruk wekt dat zijn glorietijd inmiddels lang en breed achter hem ligt, in ieder geval muzikaal gezien. Ook de laatste plaat van Steve Earle, Washington Square Serenade, kon me slechts matig bekoren, maar het was inmiddels alweer te lang geleden dat ik hem zag, dus adel verplicht, of zoiets. Hij heeft zijn zevende echtgenote Allison Moorer meegenomen als voorprogramma, een dertien-in-een-dozijn country belle met werkelijk een dijk van een stem, maar ja, met alle respect voor van der Lubbe & co., de eerste dijk met soul moet ik nog ontmoeten, zogezegd. De DJ draait tussen de bedrijven door heel vilein Joe Jackson's "Is She Really Going Out With Him?", maar als Steve zelf het podium betreedt snap ik wel waar de bijna twintig jaar jongere Moorer voor gevallen is: Dat schattige donskuifje voorop zijn kalende schedel. Hij opent zwijgzaam met een reeks oude favorieten en al snel moet ik tot mijn schaamte én geluk bekennen hoezeer ik buiten de peilloze diepte van z'n back catalogue heb gerekend; liefst drie onvervalste snikpartijen zijn mijn deel, en dan nog heel voorspelbaar ook bij "Now She's Gone" / "Goodbye", "Galway Girl" en uiteraard "Fort Worth Blues" (wat in feite een remake is van "Goodbye" maar dan met een typisch understated refrein ter ere van leermeester TVZ; het filmpje is trouwens beslist not safe for work wegens zachtjes huilend toehorende Nanci Griffith). En dan te bedenken wat hij nog allemaal niet speelt... Halverwege komt de nieuwe plaat uitgebreid aan bod met behulp van zowel Allison Moorer (wiens staalharde stem zich veel beter leent voor samen- dan solozang) als een beatmaster, wiens kale boomende oude school hiphopbeats live een stuk overtuigender klinken dan de aarzelende probeersels op plaat en een mooi contrast vormen met Earle's snerpende dobro. Zo af en toe dwalen mijn gedachten nog wel even af naar eerdere optredens in dezelfde zaal, zoals die keer met de smeuïge begeleiding van de onovertroffen sidemen Buddy Miller en Brady Blade, of in bluegrass vermomming met Del & The Boys, of met Axl Rose-bandana ten tijde van zijn meesterwerk El Corazón en vooral ook de in mijn ziel gekerfde solo-uitvoering van Nirvana's "Breed" op distorted mandoline, waar de term blistering wel zo'n beetje voor moet zijn uitgevonden... maar uiteindelijk voegt deze editie zich na twee-en-een-half uur moeiteloos in het rijtje. Ben er niet zo van, maar Grote Laatste Woorden zijn hier op zijn plaats: Steve Earle is een monument voor de Amerikaanse muziek in het algemeen en de Texaanse singer/songwriter traditie in het bijzonder, en ik ga het nu echt niet meer vergeten.

Eén van mijn knuffelbandjes, The Seatsniffers uit Antwerpen, deden ooit een mooie cover van Steve Earle's "The Devil's Right Hand", maar daar kan ik jammer genoeg geen filmpje van vinden. Echter, al is de aanleiding nog zo klein, voor het spelplezier en de dansende kuif van drummer Piet de Houwer ruim ik altijd graag een plaatsje in:

The Seatsniffers - "I'm Ready" (Fats Domino-cover, live 2003)



En, omdat je nou eenmaal nooit genoeg sambaballen & honk'n'rollende tenorsax kan horen (om van de boy wonder of the Big Beat maar te zwijgen), nog eentje:

The Seatsniffers - "Shake It" (live 2002)

Monday, January 21, 2008

TOP2007! #5: Wilco

Chicago, Illinois

5. Wilco - Sky Blue Sky

Zie hier voor mijn ‘laat-ons-nu-Sky Blue Sky-prijzen’-moment, waaraan ik nog wel even toe wil voegen dat het genoemde concert één van de beste was van het vorige jaar, en wat mij betreft ook een kleine revanche voor het wat minder vervoerende optreden van een jaar of twee terug, al herinner ik me nu weinig details meer, behalve dat ik vlak naast de heerlijk verkoelende rookmachine stage right stond met een mooi uitzicht-van-dichtbij op drummer Glenn Kotche, die een vreemdsoortig doorgeëvolueerde drumstijl bezit waarbij het gevoel de techniek in ergonomisch twijfelachtige exotische oorden gedreven heeft (soms lijkt het wel alsof hij de vogeltjesdans doet) en wiens soloplaat Mobile (2006), een mathematisch percussie-experiment geïnspireerd door Steve Reich, ik na afloop kocht alsmede een dik blitse dubbelvinylen heruitgave van Butch (1997), het avantcountrypunk meesterwerk van The Geraldine Fibbers, wier zangeres Carla Bozulich op zeer indruk-, om niet te zeggen huiveringwekkende wijze (ze speelde niet alleen een snoeiharde cover van Low maar hield ook minutenlang het hoofd van een toeschouwer vast terwijl ze in haar oor 'zong') het voorprogramma verzorgde, uiteraard samen met ex-Fibbers en huidige Wilco gitarist Nels Cline, al jaren een hooglijk gewaardeerde feedbackverfrommelende freejazz-virtuoos zoals bijvoorbeeld te horen op het prachtige New Monastery: A View Into The Music Of Andrew Hill (2006, met nota bene een accordeon in de gelederen) en de schedeldakzandstralende drum/gitaar-explosie Interstellar Space Revisited: The Music Of John Coltrane (1999, met Gregg Bendian), waarmee ik maar wil aangeven dat head honcho en discoliefhebber (ik gebied u in ieder geval deze clip niet over te slaan) Jeff Tweedy, die zelf overigens ook graag van de straat probeert te blijven middels talrijke solo-optredens en schnabbels bij alt.country supergroep Golden Smog (de eerste twee platen zijn, niet in het minst, eerlijk is eerlijk, door opperJayhawk Gary Louris' bijdragen, toppers en men is, inmiddels sans Tweedy, alweer toe aan album nummer vier) en Loose Fur (check zeker hun (Kotche en parttime Wilcoër / Sonic Youther / platenverprutser Jim O’Rourke doen ook mee) vreemd-fijne Born Again In The USA (2006)), wel een neusje heeft voor het uitzoeken van talentvolle begeleiders, een benaming die immers ook bassist John Stirratt en multi-instrumentalist Pat Sansone, samen al drie albums volspelend als The Autumn Defense, bezwaarlijk ontzegd kan worden, ofschoon ik natuurlijk niet zou durven beweren dat toetsenist / audiokunstenaar Mikael Jorgensen (zijn andere bandje heet Pronto) er wél usance van maakt het karretje in de poep te rijden, want zeg nou zelf, is Sky Blue Sky dan niet zo’n zeldzame plaat om in je eentje heerlijk in weg te kruipen, gelijk een klassieke Springsteen van dertig jaar terug, of, om maar weer eens met een variant van het aloude cliché af te sluiten, hun beste sinds Summerteeth?

Friday, January 11, 2008

TOP2007! #8: Earth

Seattle, Washington

8. Earth - Hibernaculum

Van dat, waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.

Thursday, January 3, 2008

TOP2007! #10: Buffalo Tom

Boston, Massachusetts

10. Buffalo Tom – Three Easy Pieces

Jaja, nog meer pubersentiment, 't is hopeloos… Aardig wat favoriete 2007 platen zijn van oude liefdes waarover ik eigenlijk geen ‘objectief’ oordeel kan vellen, de door nostalgie gedreven ontroering zorgt bij voorbaat al voor een nauwelijks meer goed te maken voorsprong op nieuwe bandjes; 'Dinosaur Jr., Jr.' (zoals Buffalo Tom in z’n beginperiode ook wel bekend stond) was de allereerste band die ik in Paradiso zag, om maar eens wat te noemen. Inmiddels (zeg maar, sinds een jaartje of vijftien…) zul je ze trouwens niet meer zo snel verwarren, de autistische noisepopmetal van de één met de dewy-eyed indiemericana van de ander. Want ja hoor’es even, je kunt het me nauwelijks kwalijk nemen ook eigenlijk: Buffalo Tom was altijd al de band van de boomhuizen, krakende veranda’s, kinderlijke onschuld, je reinste Huck Finn nostalgie (check eens de hoezen van hun beste platen Let Me Come Over, Big Red Letter Day en Sleepy Eyed). ”Where’d they go, where are all those golden years?” zingt lonesome Billy Janovitz, de leeftijdsloze kwajongen in “Bottom Of The Rain” met die fijne sneer van ‘m. Ik merk dat ik nog steeds BT boven Dino prefereer, Three Easy Pieces wint het op tranen van Beyond, ofschoon ook die plaat verrassend goed gelukt is, met verloren zoon Lou Barlow die de show steelt in “Back To Your Heart” (deze foto + onderschrift moet trouwens wel even gezien worden: die basgitaar van Lou, die kop van J!). Grappig, tussen (het beeld dat ik heb van) Barlow en Buffalo Tom bassist Chris Colbourn (rechts) heb je eigenlijk wel het indierock-spectrum in een notendop: Hyperactief miskend genie in slobbertrui met een kort lontje tegenover het verfrommelde muurbloempje in slobbertrui met net zoveel mannelijke als vrouwelijke aanbidders (hij kreeg een huwelijksaanzoek uit het publiek vorig jaar in De Melkweg! Janovitz ad rem: "It's legal now in Massachusetts..."). Colbourn schittert op "Renovating" met zijn lieve hoge stem en dito basloopjes, en de going for broke-rifferij meteen na het refrein is ooozooo uit duizenden herkenbaar Buffalo Tom...

MP3 "Renovating"

Wednesday, January 2, 2008

TOP2007! #12: Patty Griffin

Penobscot Indian reservation, Old Town, Maine

12. Patty Griffin – Children Running Through


Die hele Plaat Van Haar Leven-shtick trap ik niet in, met het mes op de keel zou ik toch nog nét voor 1,000 Kisses gaan denk ik, maar hey, boven peers als Lucinda en Bruce in de eindafrekening, wat wil je nog meer? Nou, bijvoorbeeld die 3 Girls & Their Buddy droompackage (Griffin, Emmylou Harris, Shawn Colvin en Buddy Miller) naar Europa, als ’t ff kan! De knuffelcountrypopprinses van 2007 Miranda Lambert doet een beste stoere meid-cover van Children Running Through’s “Getting Ready” op haar onvoorstelbaar over het paard getilde maar desalniettemin aangename plaat Crazy Ex-Girlfriend, maar komt als zangeres niet in de buurt bij Griffin. Dat is geen schande want dat doen er echt maar bar weinig.

Tuesday, January 1, 2008

TOP2007! #14: Bruce Springsteen

'Girls in their summer clothes', Long Branch Beach, New Jersey (1874)

14. Bruce Springsteen – Magic

Zo gewoon en zo bijzonder tegelijk, Bruce blijft een raadsel. Hands down beste openingstrack van het jaar (ook al is er iets erg on-Springsteens aan dat akkoordenschema...). "Doe mij 'n bietje ritme... en o ja, 1000 gitaren". Zo is het.

MP3 "Radio Nowhere"

TOP2007! #15: Robert Plant & Alison Krauss

Halesowen, West Midlands

Champaign, Illinois

15. Robert Plant & Alison Krauss – Raising Sand

Dat de trotse bezitter van de Baard Van Het Jaar toevallig meedoet is voor mij slechts een leuke bijkomstigheid (het gaat mooi samen hoor, maar ik hoor hem toch eigenlijk liever gewoon hard rocken), want waar het om gaat is dat Alison Krauss eindelijk eens een beetje buiten de lijntjes durft te kleuren. De zompige T-Bone Burnett sound staat haar prima; ik zou zeggen, probeer ’t de volgende keer eens met Buddy Miller en/of the Twangtrust. Maar ach, voorlopig zijn we vooral buitengewoon dankbaar dat onze gebeden verhoord zijn.

MP3 "Through The Morning, Through The Night"

Monday, December 31, 2007

TOP2007! #16: Rilo Kiley

Las Vegas

16. Rilo Kiley – Under The Blacklight

Mijn persoonlijke grootste verrassing van het jaar, want eerder werk kon me nooit zo boeien; hoogste tijd voor een herkansing dus. Bij een deel van de indie-incrowd hebben ze het dan ook verbruid met deze retrosoftpop-vrijage (probeer je een ménage à trois voor te stellen tussen Fleetwood Mac, Liz Phair en Spargo) maar zulke mooie liedjes (alle elf op één na goed!) ten dienste van Jenny Lewis die zich onverschrokken door de bonte stoet van jangle pop, blue-eyed-soul-met-theremin-solo, faux-disco, alt.country en indierock heenschmiert, ja, dat wil wel hoor. Natuurlijk, de houdbaarheidsdatum moet nog blijken, maar voorlopig blijf ik nog wel even aan het lachen met bijvoorbeeld die overdreven gechokete crash bekkens aan het eind van “The Moneymaker”, en de rehabilitatie van de Miami Sound Machine (om nog maar te zwijgen van de gospelkoor-met-harp bridge) bij wijze van “Dejalo” is mindboggling en onweerstaanbaar:

TOP2007! #18: Laura Veirs

Colorado Springs

18. Laura Veirs – Saltbreakers

Al een paar jaar favoriet bij ons thuis. Fijne eigenwijze drollenstem met bijpassend hoofd.

TOP2007! #19: Dolorean

Schip gestrand op weg naar Portland, Oregon

19. Dolorean - You Can’t Win

Typisch zo’n plaat die van een zeven naar een acht-plus gaat na een concert. God, wat was het mooi op Roots Of Heaven… Ik kan me tegelijkertijd goed voorstellen dat veel mensen het dodelijk saai sombermansgeneuzel vinden, understatement is immers hun grootste wapen, ook live. Oordeel zelf:

Sunday, December 30, 2007

TOP2007! #23: Spoon

Austin, Texas

23. Spoon – Ga Ga Ga Ga Ga

Nee, ’t is qua liedjes niet hun fijnste (ik mis net die echte toppers als een "The Fitted Shirt" of een "I Turn My Camera On", het meest geniale twee-akkoorden liedje ooit), maar toch nog met gemak één van de beste alt.rootsrock platen van het jaar, wat maar aangeeft hoe goed deze band eigenlijk wel niet is. Wannabe-funkster-indierock-minimalisme met een wereldzanger (Britt Daniel's Lennon-sneer is trouwens niet de enige Beatles referentie) voor op de koptelefoon, want dan barst het akoestieke feest van handclaps, sambaballen en vooral het zoals altijd tot in de puntjes verzorgde knisperende tamborijnspel pas echt goed los. Oningewijden beginnen dus echter beter bij Kill The Moonlight of Girls Can't Tell; er aan beginnen is hoe dan ook een must.

MP3 "You Got Yr. Cherry Bomb"