Showing posts with label live. Show all posts
Showing posts with label live. Show all posts

Monday, June 8, 2009

Prong @ Melkweg setlist

“Bad Fall”
“Rude Awakening”
“Looking For Them”
“Another Worldly Device”
“3rd Option”
“The Banishment”
“Broken Peace”
“For Dear Life”
“Lost And Found”
“Messages Inside Of Me”
“Beg To Differ”
“Irrelevant Thoughts”
“Cut-Rate”
“Worst Of It”
“Third From The Sun”
“Unconditional”
“Freezer Burn”
“Disbelief”
“Whose Fist Is This Anyway?”
“Snap Your Fingers Snap Your Neck”
“Power Of The Damager”
“Dark Signs”

Soms zijn recensies zooow overbodig...

Saturday, May 9, 2009

Marit Larsen - "Fuel" (live @ Paradiso)



Dit was, zoals ik al in m'n verslagje schreef, het hoogtepunt van Marit Larsens optreden in Paradiso vorige maand. Blijf dus vooral even hangen tot het slotakkoord :) Wie het over zijn koude, koude hart verkrijgt om voortijdig weg te zappen krijgt trouwens sowieso een levenslange x_hiram_x ban. Grrr...

Anneke van Giersbergen @ Patronaat

Eigenlijk heb ik niet zoveel te melden over Anneke in het Patronaat. Of misschien ook wel (bijvoorbeeld dat ze eigenlijk gewoon dezelfde show doet als vorig jaar met haar band Agua De Annique, die er nu ook weer bij is, maar dan wat akoestischer en met de zanger van het Haarlemse Silkstone als gast, en dat als ze dan grootmoedig een Within Temptation cover doet (godbetert, alsof Paul McCartney een nummer van Badfinger speelt! Maar mooi was het wel…) ze inmiddels ook best een ‘Nighttime Birds’ of een ‘Leaves’ weer eens uit de mottenballen mag halen (dat ze ‘Strange Machines’ niet meer doet, soit), of dat er af en toe wel een heel erg matig ‘skunk alanis’ retro 1990s sfeertje hangt en dat haar stem vreemd genoeg niet geschikt lijkt voor het wat rustiger werk en veel beter vaart bij uitbundige kamerbreed gevleugelde metal, zonder dat dit alles ook maar enigszins afbreuk doet aan het feit dat Anneke de meest innemende zangeres ooit is; we formuleren voorzichtig want mevrouw Hiram leest ook mee) maar ik heb even geen tijd / zin om het een beetje leesbaar leuk te formuleren; immers, ik heb geleerd van mijn Laibach lulverhaaltje én de wekker gaat morgen weer vroeg om tevergeefs een poging te doen kaartjes te bemachtigen voor My Bloody Valentine in de Effenaar. Daarom maar deze intens vrolijkmakende foto die ik van de week tegenkwam van Anneke en een superfan; ik hoor haar moederlijke commentaar zo voor me.

Monday, April 27, 2009

It's catching on


Gheh.

Geen bpop op de bill helaas, maar anderszins zijn er in ieder geval twee erg interessante bandjes te bewonderen volgende week in de Hout: Het L.A. indiedancenoisecombo HEALTH, dat onlangs nog veel indruk maakte op het Motel Mozaïque festival, en Pink Mountaintops, de psychfolkrockband van Black Mountain frontman Stephen McBean. Misschien dat we ons dit jaar dus toch maar weer eens in het zweterige gedrang gaan storten; twee uurtjes, kleine podium, moet te doen zijn.

Nu het b-woord toch weer is gevallen, onze favoriete Go-Go-dolls KSM hebben opnieuw twee liedjes uitgepoept, voor de verandering eens wat meer 'meh' dan 'yeah' jammer genoeg: Eén keer No Doubt en één keer powerballad. Gelukkig beloven liveleaks van nóg drie andere tracks (doorklikken alleen voor de diehards!) weer veel goeds; vooral "Saturdays Sundays" krijgt bonuspunten vanwege de scandeer-in-één-van-je-liedjes-je-eigen-bandnaam factor.

Overigens kunt u al deze hete nieuwtjes voortaan ook gewoon zelf genereren via x_hiram_x's reuze handige en volledig om niet aangeboden lijstje met bpop-links; even doorscrollen en naar links blijven kijken s.v.p.

Daar bemerkt u dan ondertussen wellicht ook het lemma 'kindamuzik'. Sinds een maandje of twee schrijft onze medewerker van het eerste uur Thijs G. immers voor dit zojuist tien jaar geworden online muziektijdschrift en het is wel zo netjes om u, de trouwe lezer, hier ook even van op de hoogte te houden middels onze sidebar. Hij heeft het er maar druk mee onze Thijs, want bij De Subjectivisten verscheen onlangs ook nog een concertrecensie van Marit Larsen van zijn hand!

Nog meer heuglijk nieuws tot besluit: Huize Hiram krijgt er binnenkort een nieuwe bewoner bij, en wát een poepie is het:


Een zwart/wit gestreept Noors boskatertje, dus. U mag drie keer raden hoe wij hem gaan noemen. Het rijmt op Penriz.

Sunday, April 5, 2009

Venetian Snares @ Patronaat

De opkomst van mijn leeftijds- en haarlengtegenoot Aaron Funk uit Winnipeg is retecool. Een uur te laat komt hij uit die rare Kleine Zaal liftdeur het podium opgestiefeld, rugzakje om, spaatje blauw in de hand, lange blonde manen voor het gezicht. Laadt wat spulletjes uit, zet drie pijpjes bier op de draaitafel, kijkt eens omhoog naar de DJ, steekt een flauw handje op naar het joelende publiek en WHOOMPFF. Gáán. Hij doet de volledige set op gabber BPM in zevenkwarts. 1234567 tellen dus. Maakt ook niet uit, twee keer zeven in hoog tempo wordt alras weer veertien en daarmee dansbaar. Maar dan moet je dus geen drummer zijn… Meetellen, hè, de he-le tijd. Ik geraak er maar niet in. Dansende drummers, dat is ook eigenlijk als een pusher die niet van z'n eigen dope kan afblijven; slecht plan. Vind het eerlijk gezegd ook sowieso veel leuker op de koptelefoon, die drill ‘n’ bass van ‘m. Als je er met je iPod mee over straat loopt heb je voortdurend het gevoel dat je ineens door een auto van je flikker wordt gereden of dat er een vliegtuig aan de voor mij verkeerde kant van het Rottepolderplein aan het neerstorten is. In zevenkwarts. Checkt u allen toch vooral Rossz Csillag Alatt Született, en als u dat leuk vindt mag u door voor gevorderdenshit als Winnipeg Is a Frozen Shithole.

Tuesday, February 10, 2009

(Lai)Bach @ Patronaat

Stormachtige dinsdagavond te Haerlem, volle maan. Geen bandrepetitie op het laatste moment. Bassist woont in Duitsland tegenwoordig, of de Achterhoek, whatever, dan krijg je dat. Toch leuk dat je dan in 'n dûrp woont waar je dan als alternatieve avondvulling maar naar Laibach kan gaan in het plaatselijke jeugdhonk. Ze spelen Bach, op keyboards en computers met een filmpje op de achtergrond voor de leuk. ’s Middags was ik al ter plaatse met de vrouw, we moesten op de foto voor het gemeentesufferdje als office romance-setje; kzal het resultaat nog wel even posten hierzo tzt. Toen hoorde ik al dat het waarschijnlijk niet zo druk zou worden bij Laibach, maar dat viel best mee uiteindelijk, al geeft het toch te denken dat een dergelijke grote naam nog niet eens de kleine zaal kan vol trekken. Die kleine oude gast van achter de Boudisque balie (jeweettogg, half Bassie van Adriaan, half Sjakie Wolfs) is er ook, dat dan weer wel; heeft ook niks beters meer te doen dan op een doordeweekse dag oude helden vereren. Het gebodene (ik ken de band alleen maar van de dubbele verzamelaar die ik heb, op Sloveense-proto-Rammstein-quasi-foute-industriële-concept-muziek stop popquiznivo) klinkt mij toe als een combinatie van de Clockwork Orange soundtrack, Kraftwerk en het alien jazzbandje dat speelt in de bar waar Luke en Obi-Wan Han Solo ontmoeten in Star Wars IV: A New Hope. Chriet Titulaer zit achter de knoppen, een oogvanger vanjewelste met zijn perfecte horizontale zijscheidinghaar. Ik voel me als rockert wel wat ongemakkelijk zo af&toe; klassiek en elektronisch, de neus-omhoog-genres waar je eigenlijk van ‘moet’ houden als weldenkend muziekliefhebber. Doe ik ook wel, maar ik heb er verders geen verstand van, ofzo. Tot mijn verbazing gaan ze zonder omhaal voor ‘mooi’ in plaats van ‘WTF!’, Chriet zit geregeld in opperste vervoering luidkeels mee te playbacken achter zijn Korg + iThingy. Na verloop van tijd begint het barokke-tierelantijntjes-jietiedieieieie gehalte wel enigszins de overhand te krijgen, getuige ook het toenemende geroezemoes om me heen. Lichte misplaatste ‘jaaah, zie je wel, het zijn ook maar mensen in een bandje’ ontroering als de drummer op zeer herkenbare wijze zijn naar voren geklopte (vooruit, electronische) basdrum weer wat naar zich toe trekt. Het einde is mooi geënsceneerd, één toetsenist blijft over om met kerkorgeleffect het laatste nummer solo te doen alsof hij in de Bavo op het vermaarde Müller orgel zit te spelen, met op de achtergrond een stortvloed aan allerhande muterende kruizen waaronder Dat Ene waarvoor een aantal toeschouwers toch ongetwijfeld ook naar de Spaarnestad is afgereisd. Ik krijg er vooral zin van om te gaan drummen en de Brandenburgse Concerten weer eens op de pick up te leggen. Kortom, niet bijster memorabel, maar toch wel erg leuk dat ik ze een keer heb gezien.

Monday, November 24, 2008

Hammer Battalion Europe Tour @ Patronaat

Monday night death metal night vorige week in de kleine zaal, even bijschakelen is het wel. Commander uit Beieren mag om half acht aftrappen voor een mannetje of tien, elf… gasten, misschien die Wagneriaanse introtape toch nog eens heroverwegen. De bassist heeft bovenstaand shirt aan, blijkbaar is er een Zuid-Duitse broederband op het werkelijk lumineuze idee gekomen om zich te vernoemen naar Neerlands grunttrots Martin Van Drunen (Pestilence, Hail Of Bullets). Hulde, en een erg strak shirt bovendien. Jammer van de saaie beard metal...

One Man Army &The Undead Quartet is de nieuwe band van de voormalige zanger van The Crown en zou kunnen worden afgedaan als volstrekt anonieme Zweedse melodeath, ware het niet dat ze een Malmsteen in schaapskleren in de gelederen hebben. Ik sta me toevallig recht voor zijn neus af te vragen wat zo’n autistische kale kantoorklerk in godsnaam in een metalband te zoeken heeft, als hij kalm naar voren loopt, zijn linkerbeen op de monitor zet, zijn gitaar kaarsrecht omhoog op dat linkerbeen en… ach, kijk zelf maar. Memorabele riffs ho maar, maar dit is ook wel eens leuk, bij ieder nummer reikhalzend naar zo’n shredtastic solo uitzien.

Van Krisiun heb ik weinig gezien. De laatste plaat van deze Braziliaanse blasturbeerders heet niet voor niets Southern Storm: Een tropische tornado wervelt door de arme kleine zaal, en niet alleen sonisch. Zoals gebruikelijk ben ik geposteerd voor de gitarist, maar al snel wordt de blik noodgedwongen verlegd naar de favela circle pit, waarvoor de niet (vrijwillig) participerende toeschouwers zelfs onder het soundboard nog nauwelijks veilig zijn, het is echt bukken voor je leven. Enkele hermanos uit het gevolg van Krisiun, ofschoon voortdurend getooid met een gulle Ronaldinho-lach en uitermate behulpzaam voor de talrijke stofhappers, toveren de zaal om tot een Uruguayaans strafschopgebied; een heerlijk liefde & oorlog sfeertje, zoals het hoort bij metal. Ondertussen buffelen de drie gezichtsloze broertjes/neefjes op het podium onverstoorbaar door hun op de goede manier ultramonotone brute death metal repertoire heen, niet zo hypnotiserend als Nile eerder dit jaar, daarvoor was de afleiding ook gewoon te groot, maar potverdorie, vet zat hoor. Met name het machinegeweerintro van “Bloodcraft” bezorgt me koude rillingen.

Unleashed, dat (zoals u inmiddels begrepen had) met Entombed, Dismember en Grave de Big Four van de klassieke Zweedse death metal vormt, heb ik dertien jaar geleden voor het laatst gezien, maar van dat optreden kan ik me maar bar weinig herinneren omdat ze toen zo collegiaal én oerstom waren om het voorprogramma te laten verzorgen door het destijds op volle Slaughter Of The Soul-oorlogssterkte om zich heen maaiende At The Gates. Blijkbaar zijn ze dus nogal hardleers, want ook vanavond wordt het gekkenhuis van Krisiun niet geëvenaard door Johnny Hedlund en zijn noormannen-van-stavast (“Greetings, warriors of the Netherlands!”). Daar is het zaalgeluid fors debet aan, want op een totaal niet matchende mix van alleen-maar-kick-en-nauwelijks-snaredrums en punchloze ‘holle’ gitaren is het lastig polkaën, terwijl Unleashed’s lekker simplistische boer’n death het daar wel vooral van moet hebben. Niet zo vreemd dus dat juist het black metalachtige "Black Horizon" van de laatste plaat het hoogtepunt van de set wordt, al is de titelsong met zijn crowd pleasende refrein ("the order is to kill/fire at will/hammer battalion... unleashed!") natuurlijk ook een dikke neo-klassieker van "Death Metal Victory"-kaliber. Aan de jongens zelf lag het dan ook zeker niet, de wisselvalligheid op plaat wordt alle-dertien-goed op het podium en Hedlund is een veteraan-frontman met een prachtig vikinghoofd die het publiek gemakkelijk om zijn vinger windt, met de bierdoop-uit-hoornkelk als ultiem moment van verbroedering. Toch benieuwd wie ze de volgende keer weer gaan meenemen als 'opwarmertje'.

Unleashed - "Hammer Battalion"

Thursday, November 20, 2008

Elbow @ Patronaat

Poehpoeh, wat een drukte weer in die grote zaal; iedereen blijft ook altijd direct daar aan de bar hangen pal voor de enige ingang, nog eentje erbij aan de andere kant zou eigenlijk geen overbodige luxe zijn. Maar goed, vanavond *kuch*een week of twee geleden*kuch* is ook niet zomaar een concertje: Al weken uitverkocht, het gonst in muziekminnend Haarlem, er komt een Grote Band spelen! Elbow dus, de kersverse Mercury Prize winnaars. Ze gaan al een tijdje mee weet ik, maar toch had ik er nog nooit wat van gehoord, en het leek me wel eens leuk om dat zo te laten en dan in zo'n van verwachting uitpuilende zaal te gaan staan. Dat mag echter niet van de crowd controllers, dus zoek ik meteen bij binnenkomst braaf een plekje naast mijn gastenlijstpimp, soort-van-semi-backstage in de dj booth, ook geen straf natuurlijk. Je hebt in ieder geval fantastisch zicht op de band; en zij op jou, de bassist staat me in het begin voor mijn ongemakkelijke gevoel de hele tijd aan te staren met zijn grote ogen vanonder zijn Ne-Yo hoedje. Ik vermoedde op basis van recensies enzo iets in de denkbeeldige Coldplay-Radiohead-Mogwai driehoek, britpop / postrock. Wat ik vergeten was, en wat op het moment dat Guy Garvey begint te zingen onmiddellijk duidelijk wordt: Manchester. Morrissey vooral ook, het accent, de wanhopige wenkbrauwtjes, de manier van de microfoon vasthouden zelfs. The Dears hoor ik er ook wel in zo af en toe, alleen heeft Elbow behalve het donkerromantische aspect toch in de eerste plaats ook veel sympathieke gewone-lelijke-Engelse-jongens relaxedheid; "Is everyboddi still okay?" vraagt Garvey om de twee, drie nummers met een houding en intonatie waarmee hij de lachers steeds weer op zijn hand krijgt. Op een zeker moment gaat de hele band bijelkaar op de keyboard-riser om één microfoon heen staan spelen en later mogen ook nog eens vier radioprijswinnaars een liedje van achtergrondvocalen komen voorzien; het wordt misschien wel iets té gezellig. Ik merk ook dat ik af en toe lichtelijk de kriebels krijg van de hele, dunno, politiek correcte Jools Holland / Matthijs van Nieuwkerk-vibe, maar dat ligt uiteraard meer aan mijn zure onderbuik dan aan de prima band die Elbow zeker wel is. Het optreden resulteert bij mij persoonlijk in ieder geval voornamelijk in instemmend geknik, glimlachjes, lichte ontroering maar geen echte vervoering. Mooi-ig, zogezegd. Toch ook door gebrek aan voorkennis waarschijnlijk, of het feit dat ik niet tussen het enthousiaste ‘klootjesvolk’ sta, misschien ook wel vanwege het qua liedjes nooit te winnen gevecht met de nog vers in het geheugen liggende Ron Sexsmith van de avond ervoor. Tenzij het toch dieper zit… Is mijn smaak langzaam maar zeker, op plotselinge-versmalling-door-jarenlange-vebreding wijze aan het infantiliseren? Ben ik een vluchtige thrillseeker geworden die alleen nog maar bevredigd wordt door platte bulldozerhooks? Ik heb vandaag de dag simpelweg genoeg aan metal, pop en country... als het maar fout & blank is, eigenlijk. Zonder vette hooks, riffs, twang of desnoods maar teringherrie-zonder-meer haak ik redelijk snel af, merk ik; hip en alternatief zijn in mijn boekje haast regelrechte diskwalificaties geworden, terwijl ik net als de meeste liefhebbers van mijn leeftijd toch een groot deel van het vorige decennium vooral naar dit soort bandjes heb geluisterd. Hoort dat niet andersom te gaan? Ook bij Elbow veer ik toch vooral op bij de spaarzame momenten dat de gitarist zijn Jesus & Mary Chain freak on krijgt en de oortjes even lekker gezandstraald worden. In één liedje zitten een paar mooie Talk Talk-achtige ambient aanzwellende strijkerspassages, maar die worden dan weer een beetje lafjes vlug afgekapt, snel verder met het liedje, terwijl ik juist hoop op totaal overrompellende disintegratie.

Maar genoeg over mijn tunnelvisie; Billy! Hoe was het dan in de WATT? Ben erg benieuwd wat een volwassen, weldenkende, Elbow-aanbiddende politiek correcte hipster als jij ervan vond (ik zag een hoop Clismo-lookalikes in het publiek trouwens, kort haar, dik montuur, je weet wel) én welke beroemde Rotterdammers Garvey had gegoogled om zijn betrokkenheid met de stad waarin hij speelde ten toon te spreiden. In Haarlem waren het Loutje Coster, Anthony Fokker, Kenau Hasselaer en Frans Hals. Bij jullie? Coen Moulijn, Kaatje Mossel, Joke Bruijs en Lee “The Loneliness Of A Tower Crane Driver” Towers? Ik hoor het nog wel, zet ik ondertussen die versgelekte nieuwe Britney nog eens op.

Elbow - "The Loneliness Of A Tower Crane Driver" (vul hier zelf uw infantiele "zwellen" + "strijkers" grap in)

Sunday, November 9, 2008

Zaterdag 8 november: Ron Sexsmith @ Melkweg

9:55, Station Haarlem - Damn. De rug speelt op na een iets te enthousiaste zwaai met de loodzware tas versgewassen voetbaltenues. Drie kwartier op de achterbank bij teammates M. & R. doet geen goed. MGMT's Oracular Spectacular op de car stereo; niet slecht, maar ik kan tegenwoordig maar weinig animo opbrengen voor hippe nieuwe alternatieve bandjes.

11:20, veld 4 WV-HEDW, Amsterdam - DAMN! Verdedigende kopbal na vijf minuten, wervels definitief op slot, game over. Zonder mij kansloos met 2-4 ten onder tegen Bloemendaal, uiteraard.

13:30 kantine WV-HEDW - Bier en patat. Hoe toepasselijk: Richard Witschge zit aan de bar (AFC is te gast); van welke -generatie was die ook al weer?

15:45, thuis, Haarlem - Pijnstiller; helpt niet.

16:30, Dekamarkt om de hoek - Boodschappen doen; helpt helemaal niet.

17:20, thuis - Avondeten; vegetarische hamburger met doperwtjes en aardappelkoeken; Children Of Bodom (Blooddrunk) en Ron Sexsmith (Exit Strategy Of The Soul) op de achtergrond. Vrouw is moe, weet nog niet of ze meegaat vanavond ("Hij is oud, toch?").

18:15, op de bank - Spongebob Weekend op Nickelodeon; reclame voor nickhits.nl met een flard Monique Smit.

19:14, achter de PC - Blogpost "Nederbulldozerpop: Monique Smit". Voorprogramma Madison Violet al gemist; rug zuigt nog steeds zwaar ballen. Koffie, nog een pijnstiller, twijfel of ik mijn Severe Torture shirt wel met goed fatsoen aan kan houden; toch maar een Bohren & Der Club Of Gore jackje eroverheen. Vrouw slaapt op de bank; kusje; op haar fiets naar het station.

20:15, de trein van 20:15 - iPod; "Blacksmith Of The North" van de nieuwe Darkthrone als muziek-uitzoek-achtergrondmuziek (wat een riff!); het wordt Kampfar's Heimgang; "Dodens Vee" / "Skogens Dyp" / "Antwort" nonstop Fisherman's Friend-moment.

21:05, Melkweg, Amsterdam - Enorme rij voor Ladytron in The Max; gelukkig, een aparte ingang voor de Oude Zaal. Pissen, biertje, plekje linksvoor het podium,;verbazing dat het balkon open is; zaal voor driekwart gevuld. Net als in 2005 in de bovenzaal van Paradiso weer verrassend veel oudere bezoekers; kalende mannen (en ook véél niet-kalende vrouwen) met overhemden en jas over de arm; scheelt toch weer die garderobe-euro; tsss.

21:30 - De Cherubijngezichtige betreedt het podium met twee begeleiders, een schaamteloze Lanois-nnabe met pet en al op gitaar + tweede stem en een bassist met een geweldige slimline upright, een soort contrabas in een lachspiegel gezien; nog nooit eerder gezien, maar klinkt fantastisch, met die echte-echte houtsound van een contrabas en de puntigheid van een elektrische. Eerste nummer is ironisch genoeg (vorige keer had hij alleen een drummer bij zich) "One Drummer One Drum"; is dat de titel? ik ben zo slecht met titels; directe ontroering; zou best een sigaretje lusten.

21:50 - Blokje nummers van de nieuwe plaat ("en dan gaan we weer de liedjes spelen waar jullie mee zijn opgegroeid" - LOL); bevestigt het oordeel dat Exit Strategy Of The Soul het moet hebben van de aardigheid van de stijloefeningen en per saldo misschien wel de Cherubijngezichtiges minste album is qua liedjes; hij speelt gitaar als een liedjesschrijver, pulkend met zijn duim; wel mooi ritmisch en met een goede attack, wat wel nodig is zonder drummer; idee voor een blogpost vormt zich; zou best een sigaretje lusten; durf ik een whiskey op mijn pijnstillers te nemen? Biertje doen maar.

22:15 - Het wordt me teveel; "Not About To Lose", "Hands Of Time", ik zou best een sigaretje lusten, "Just My Heart Talkin' ", "Hard Bargain", wat een achteloze inpertinente wat-zit-er-toch-in-dat-Canadese-drinkwater demonstratie van vakmanschap; hoe diep kan een back catalogue zijn; en die stem, natuurlijk. "Strawberry Blonde" is de druppel, tranen met tuiten; even luisteren of het volgende nummer niet godbetert "This Song" is en vlug naar buiten om mijn composure weer een beetje op orde te krijgen; het sigaretje smaakt ook goed.

22:45 - Toegift; whiskey; "Secret Heart" én "Cheap Hotel" van mijn favoriete plaat Blue Boy; heb ik drums gemist vanavond? Nee. Definitief open doekje; band weg, de Cherubijngezichtige buigt zich op het laatste moment nog even voorover naar een toeschouwer en besluit toch nog even diens verzoekje (titel vergeten...) te spelen; te-ring wat mooi zo in zijn eentje; ovatie, staand.

23:05, Tram 1 richting CS - iPod; weet onmiddellijk wat ik wil horen, Sun Kil Moon's April; aanrader voor als u nog eens behoefte heeft moederziel alleen doch gelukzalig boven een bomvolle tram te willen zweven; mysterieuze wonderplaat...

23:27, de trein van 23:27 - ... de meesterlijke ingetogenheid van Mark Kozelek; prachtig minimaal drumwerk ook; "Tonight The Sky" de ultieme Neil Young worship met AC/DC invloeden; plaat van het jaar? Concert al haast weer vergeten.

23:59, thuis - Vrouw op de bank, nog wakker; vi.nl; natuurlijk heeft anniesee van de lampies gewonnen.

02:28 - Blogpost "Zaterdag 8 November: Ron Sexsmith @ Melkweg".

Ron Sexsmith - "This Song"

Friday, October 3, 2008

Ithyphallic Europe Tour @ Patronaat

Vier totaal verschillende death metal bands vorige week in Patronaat in het kader van de Heavy In Haarlem-reeks, die ons volgende maand nog Unleashed en Krisiun, en volgend jaar onder anderen Deicide en Vader gaat brengen; geweldig! Omnium Gatherum speelt op niet onaardige wijze de typisch Finse melodieus-met-toetsen variant voor een nog meer dan halflege grote zaal (komt goed), waarbij meteen het ook de rest van de avond knap volgehouden transparante zaalgeluid opvalt: Beetje meer gitaar had gemogen, maar de drums overheersen in ieder geval niet. Severe Torture uit Boxtel laat maar weer eens zien dat brabo's in een Haarlems decor altijd een bijzonder amusant schouwspel zijn, zoals bijvoorbeeld ook Agua De Annique eerder dit jaar. "Kom op godverdomme, Haarlem de gekstûh!" gilt zanger Dennis Schreurs ons midsong toe en hij kan ook z'n best kalekopheadbangen met de handjes op de dijen; hij heeft wel iets weg van Extince. Verder slacht ST simpelweg, met afstand de beste traditionele meat & potatoes no frills brute maar niet al te technische death metal band van de avond, met een speciale vermelding voor de lekker swingende bounce die drummer Seth van de Loo bij voortduring in zijn blasts weet te stoppen. Toppertje, vindt ook de zojuist straight outta harples aangesloten mrs. Hiram. Grave speelt vervolgens een beetje ongeïnspireerd, zo lijkt het, en het iets te zachte gitaargeluid wreekt zich bij deze Zweedse oldschoolers natuurlijk ook des te meer; we gaan maar eens even wat verder naar voren, want onze favoriete lokatie bovenin bij de bar mag dan zeker niet te verwaarlozen voordelen hebben ten aanzien van het zicht en de dorstlessing, maar het overhangende balkon doet de oren vaak wat tekort, zogezegd. Voorin blijkt het qua geluid nog steeds niet helemaal je dat, maar de content vergoedt veel, zoniet alles en mijn inmiddels ook presente stagiair laat zich zelfs de gewaagde uitspraak ontvallen dat het "wel een goed bandje is, volgens mij, toch?" Dat is het, Leo; maar niet zo goed als Dismember. Nile doet werkelijk precies datgene waarop ik had gehoopt, namelijk een andere dimensie inschieten, de extreme metal voorbij en tegelijkertijd zijn al jaren sluimerende belofte inlossend. Vergeet die circle pit, windmolennek of zelfs maar meetappend voetjes, dit is een kwestie van benen wijd, armen over elkaar en de weldadige geluidsgolven over je heen laten komen. Zo af en toe komt er wel een flard herkenbare riff voorbijvliegen of kun je een licht knikkende hoofdbeweging niet onderdrukken, maar verder is het wat mij betreft gewoon vervoerende, louterende, haast Coltraneëske noisescapism. Het contrast met de traditionele (and then some) podiumpresentatie van de band zorgt bovendien nog eens voor absurdistische comic relief: Zanger Dallas Toler "This next one is all about the phallus!" Wade (rechts) heeft inmiddels zonder noemenswaardige concurrentie de skulletkroon van de naar verluidt recentelijk gekortwiekte Devin Townsend overgenomen, en terwijl drummer George Kollias onverstoorbaar op topsnelheid doorratelt (stagiair Leo denkt bij de eerste paar nummers steeds dat 'de eindroffel' al is ingezet) staat gitarist Karl Sanders liefdevol glimlachend over zijn 'Egyptische' dubbele Flying V gebogen doodkalm te sweep picken (d.i.: scroll naar 2:13) alsof hij een geitje aait op de kinderboerderij, om aan het eind van ieder nummer in perfecte choreografie met de rest van de band de tweepuntige gitaarhalzen/-koppen (?) én rechterpink & -wijsvingers richting publiek uit te strekken. Achterin de zaal biggelt er stilletjes een traan mijn biertje in.

Nile - "The Blessed Dead" (aka "The Pleasant Dad)

Wednesday, September 24, 2008

Lykke Li @ Paradiso

Ik geef de bulldozermeisjes de schuld, maar de laatste tijd word ik nogal moe van 'alternatief'. Neem Lykke Li. Ze is Beth Gibbons (kopje thee op het podium) met street dance moves. Ook een flinke scheut Roísín Murphy dronken nachtvlinder d'r bij, maar toch ook een beetje Scandinavisch bleu. Een blinde kon vanavond merken dat ze pas écht los gaat op de liedjes met een dikke groove, met als hoogtepunt het KRS-ONE intermezzo (whoop-whoop!) in "Complaint Department", kippenvelmomentje voor mij én haarzelf. Maar bijvoorbeeld ook "I'm Good I'm Gone" en sowieso het laatste kwartier van het optreden doen de hoofden z'n best bobben. Eigenlijk een beetje zoals Robyn begin dit jaar, die ook vooral moest hebben van de ferme klappen van live drums met minimale overige begeleiding. Alleen is zij veel verder qua liedjes, performance en écht doen wat je leuk vindt. Kappen dus met die indietronische omfloerstigheden, Lykke, en gewoon lekker gaan funken met een stelletje hippe danceproducers. De laatkomers (stijf uitverkocht) kunnen op 6 december in de herkansing als ze in de grote zaal komt spelen, als ik me de poster goed herinner. Leuk trouwens hoe je in het rookhok van Paradiso recht onder het podium van de bovenzaal staat. Bonkig.

Lykke Li - "Can I Kick It?" (live in London 2008)

Monday, June 16, 2008

Dismember - "Under A Bloodred Sky"

Een band adoreren om z’n übervette gitaargeluid, dat is eigenlijk zoiets als van een vrouw houden vanwege haar rondborstigheid. Gelukkig schrijft Dismember met enige regelmaat ook nog puike liedjes. “Under A Bloodred Sky” van hun dit jaar verschenen titelloze plaat heeft alles wat je mag verlangen van een death metal nummer, and then some; ik ben nu al een paar keer letterlijk (fysiek) duizelig geworden van de eerste tachtig seconden. Snel, zwaar, bruut, to the point back-to-back killer riffage en vooral ook zweedser dan Ikea, want verdomd als dit geen 24-karaats popliedje is, met als crux de majeur-akkoorden van het refrein én het instrumentale black-ish pre-chorusje met perfecte bass/crash-boost op 't eind. Het is een nauwelijks waarneembaar verschil, maar die duizel is toch echt pop-bliss, en geen metal-adrenaline, of waarschijnlijker nog, een combinatie van beiden; alsof je straight bourbon chaset met een Breezertje. Blijf daar maar eens mee op je poten staan...

Maar nog even over dat gitaargeluid. Zoals ik al zei, de soundcheck vóór het concert van Dismember eerder dit jaar in Purmerend was voor mij eigenlijk al de entreeprijs dubbel en dwars waard. Het bulderend geraas van een panzerdivisie die en masse een fjord in dondert. O goddelijke gruizige smeuïgheid. Niks meer aan doen. Het hielp wel dat de gitaarroadie niet zoals gebruikelijk verveeld naar de geluidsman starend wat lome power chords stond weg te harken, maar aan het shredden sloeg als ware hij de papierversnipperaar van de boekhouding van Feyenoord in het tijdperk Van Den Herik. Ik stond het in de nog bijna lege zaal dusdanig met open mond gade te slaan dat mrs. Hiram al aanstalten begon te maken om mij een niesonderdrukkende wijsvinger (plus pinkje voor de show) onder de neus te wrijven. Hoe spijtig was het dat we die avond al na een halfuurtje 'echt' concert de laatste trein moesten gaan halen, waardoor we niet alleen "Under A Bloodred Sky" maar ook de toegiftcovers "Killers" en "Painkiller" hebben gemist. Want ja, ik vergeet bijna te vermelden dat "Under A Bloodred Sky" eindigt met twee minuten Maiden-pastiche waar Dismember patent op heeft. Gelukkig hebben we de wearing their influences on their amps-foto's nog.

Friday, June 13, 2008

Fuck Buttons @ Patronaat

Klinken ook werkelijk al-le-maal hetzelfde, hè, die IJslanders… Van die aangenaam fris wegtikkende neoklassieke danwel postrockende ambient electronica ergens tussen Björk, Sigur Rós en Jóhann Jóhannsson. Strijkers, laptops en verstild neerdwarrelende sneeuwvlokjesnoten, ook Ólafur Arnalds, die mag openen vanavond, weet er wel raad mee. Ik niet altijd, hoor het over het algemeen liever al rondwandelend op de koptelefoon dan in de concertzaal, al heeft zo’n tergend langzaam van de trap stuiterend plastic bekertje ook wel een zeker cachet (ze kunnen er zelf gelukkig ook om lachen). Het is een prettig en precies lang genoeg optreden dat bij mij nochtans niet voortdurend de indruk kan wegnemen dat ik naar met glitches ‘n’ beats opgeleukte muzak sta te luisteren, en daar heb ik bijvoorbeeld bij Jóhannsson meestal geen last van; maar het is eigenlijk ook niet eerlijk om de lat voor de vroege twintiger Arnalds en zijn al even jonge strijkkwartet zo hoog te leggen. Was overigens te laat binnen om het eveneens IJslandse voor-voorprogramma Rokkuro te horen.

Goed, we zijn gekomen voor Fuck Buttons, want noise is natuurlijk bij uitstek wél zeer goed genietbaar in levende lijve. Het Engelse duo heeft bepaalde regionen van de blogosfeer het afgelopen half jaar aardig in lichterlaaie gezet met single “Bright Tomorrow” en langspeler Street Horrrsing, waarop de noise niet overdreven harsh à la Wolf Eyes of Prurient maar bijna dream poppy geserveerd wordt en dat is een mes wat aan twee kanten snijdt. Ik ben altijd ende onvoorwaardelijk vóór hooks, maar het fijne van noise is juist dat je er op een gegeven moment van in the zone kunt geraken, om maar even met Britney te spreken, en daarbij kunnen hooks soms alleen maar in de weg zitten. Aan de andere kant maakt deze aanpak de muziek van Fuck Buttons zeker wat toegankelijker, al is dat aan de opkomst in de kleine zaal niet echt te merken. En ja, ikzelf hoef niet meer middels haken naar binnen getrokken te worden en hoor het eerlijk gezegd sowieso liever ‘gewoon’ hard en compromisloos, maar het optreden pakt al met al toch goed uit, of in ieder geval goed genoeg. De extreme hoog/laag frequenties worden dan wel jammerlijk geschuwd, overweldigend is het bij tijd en wijlen zonder meer. Dynamisch is het soms wat voorspelbaar maar wederom effectief genoeg. Wat me wel een beetje tegenvalt aan de twee Bristolians is de wat aarzelend (nerveuze?) podiumpresentatie en het gebrek aan een echte-echte (licht)show en/of theatrale elementen, waar de muziek zich toch goed voor leent. Wolf Eyes, Amerikaans tenslotte, gaat daarmee soms bijna over the top (is überhaupt in alles veel extremer dan FB, en tja, ‘extremer’ betekent haast automatisch ook ‘beter’ als je het over noise hebt), maar het werkt wel. Na een uurtje is het gedaan, geen toegift, en dat is mij toch wat te kort, ik begin er net een beetje in te komen. The zone, that is.

Thursday, June 5, 2008

Black Mountain @ Melkweg

Bij aanvang van het bijna uitverkochte optreden in de Oude Zaal vertelt Black Mountain zanger/gitarist/bandleider Stephen McBean het publiek dat dit het laatste loodje van de Europese tour is en dat ze ‘stoked’ zijn om na zo’n lange tijd weer in Amsterdam te spelen, maar pas bij de hypnotiserende toegift “Bright Lights” gaan echt alle remmen los (ofschoon, het blijven Canadezen, dus al te freakaristiek wordt het nooit), verandert de ‘k’ in een ‘n’ en de spa blauw in rode wijn, stroboscoopje erbij, goede tijden. Wel jammer dat ik in de volle zaal de verkeerde kant heb gekozen: Een maatje bolderkar vintage houten toetsenbordbakbeest staat vooraan het podium opgesteld en ontneemt mijn zicht op de gehele ritmesectie. Heel veel spectaculairs valt er eigenlijk ook niet te zien, want ja, een klein beetje moe schijnen ze wel toe, de retropsychrockers uit Vancouver. Zangeres Amber Webber, die vorig jaar met mede-BM’er Joshua Wells nog een fijne spacey folk noir plaat uitbracht als Lightning Dust, is niet echt de sprankelende, mysterieuze of anderszinsbegoochelende frontvrouw waar ik op gehoopt had, zeker niet met nog vers in het geheugen het prachtige maar veeels te korte optreden van zielsverwante Jesse Sykes vorige week als opener voor Martha Wainwright (ook geweldig) in Paradiso. Vanavond moeten we het doen met een doorsnee zwijgzaam sikkeneurig maar toch ook wel weer schattig indie-madammeke wiens outfit het midden houdt tussen een slobbertrui en een tank top, als u zich daar iets bij voor kunt stellen. Ondanks dit alles toch welzeker een zéér vet concert; qua tremelozwangere, soms letterlijk schaapachtige zang (dat is een compliment) en tamborijnspel laat Webber immers geen steek vallen, en de rest van de band is ook gewoon erg lekker bezig. De nieuwe plaat In The Future is dan misschien wel wat constanter dan het debuut, onbetwist hoogtepunt van de avond zijn toch duidelijk de rug-aan-rug gespeelde zwaar stonerrockende oudjes “Don’t Run Our Hearts Around” en vooral “Druganaut”. Want. Flagrante stilistische dwalingen in de geschiedenis van de metal: Ze zijn talrijk, zowel muzikaal alsook kledings- en haardrachtsgewijs (en soit, menigeen zal het genre an sich als zodanig wensen af te doen), maar één van de meest pijnlijke/vermakelijke is toch wel funk metal; deze zoals gebruikelijk hilarische post op Metal Inquisition zegt alles. Maar was het nou eigenlijk wel zo’n slecht idee? Stel je voor dat iemand ze in 1989 even had uitgelegd dat ze niet Van Halen met Level 42 moesten combineren, maar Led Zeppelin met Stevie Wonder. Of beter nog, Black Sabbath met The Meters:

Black Mountain - "Druganaut" (live 2008)


Jesse Sykes & The Sweet Hereafter - "Hard Not To Believe" (live 2008)

Monday, May 12, 2008

Ver Heen


Ik ken mensen die er al weken wakker van liggen, maar woensdag is het dan eindelijk zover: Plant & Krauss in de Bijlmer bierhal! Sinds het begin van de toer afgelopen maand in de V.S. verschijnt de ene na het andere lovende recensie en de setlist liegt er dan ook niet om (qua Zep uiteraard "The Battle Of Evermore", maar ook "Black Dog", "Black Country Woman" en "Levee"), evenals de begeleidingsband. Niet in het minst omdat, behalve producer T-Bone Burnett, ook meestergitarist Buddy Miller er deel van uitmaakt, de geboren sideman wiens solo-albums en duoplaten met vrouw Julie (luister hier) tussen de bedrijven door niets minder zijn dan het textbook voor hoe moderne country hoort te klinken.

Op YouTube staat een drietal live-uitvoeringen van vorig jaar oktober, en wel mét Marc Ribot die helaas niet mee is op toer. La Krauss staat er nog wat statisch en onwennig bij met die kekke laklaarsjes en haar zoals altijd stonede Andrea Pirlo-blik (al lijkt me dopegebruik in bluegrass-scene, ondanks die naam, toch een stuk minder wijdverbreid dan in het Italiaanse voetbal). Zo stapt ze soms keurig in bluegrass-stijl weg van de microfoon (ook al staan er hier wél meerdere) om met gevouwen handjes naar de andere solist te luisteren; en hóe lief zijn die steelse gilletjes op het eind van "Gone, Gone, Gone"! Verder maakt Plant een goeie grap aan het begin van "Black Dog" en kan Burnett het niet laten om na afloop van "Please Read The Letter" nog even een goat te throwen ( \m/ ) tijdens het buigen. Ribot... heerscht.

In deze versie van "Gone Gone Gone" uit Later... van vorig week lijken Alison's heupen al wat losser geraakt, maar is ook het spel wat rommeliger en de samenzang niet spot on. Ze speelden daar ook "I'm A One Woman Man", mijn bij-voorbaat-favoriet op de setlist en bovendien een goed excuus voor een audiovisueel Johnny Horton-kaasplankje, want van hem is het origineel. Horton, vooral bekend van zijn latere folkpop hit "The Battle Of New Orleans", staat namelijk in mijn alltime rockabilly lijstje minimaal in de top 5, en wel hierom:

Johnny Horton - "I'm A One Woman Man" (het 'geheim' van dit nummer is, net als bij "Honky Tonk Man", de perfect geshuffle-timede slapback, maar check vooral ook het geweldige teruglopende gitaarloopje van Grady Martin aan het begin van het refrein; overigens, voor nog meer Horton-gerelateerde full frontal n00de shellac-p0rn zie hier):


Johnny Horton - "Honky Tonk Man"


Johnny Horton - "I'm Coming Home"


Johnny Horton - "Honky Tonk Hardwood Floor"

Wednesday, May 7, 2008

Voorpret: Forro In The Dark

David Byrne en Paul Simon ontdekken elkaar in de braziliaanse bosjes (Drew Friedman, 1989)

Morgenavond vanaf tien uur speelt, o zalige zompigheid, in de bovenzaal van Paradiso het braziliaans / newyorkse Forro In The Dark, het bandje van Mauro Refosco, de vaste percussionist van David Byrne. Forró is een muziek- en (eigenlijk vooral) dansstijl uit het noordoosten (Bahia, Pernambuco) van Brazilië waarin de hoofdrol is weggelegd voor de accordeon. Dit geeft het over het algemeen een voor braziliaanse begrippen vrij ingetogen, zelfs een beetje melancholiek karakter. Verwacht echter ook geen gesofisticeerd bossa nova of tango sfeertje, want daar is het weer veel te boertig polka-esque voor (zydeco heeft 't ook wel wat van), en er is al helemaal geen sprake van overdonderend onderbuikgericht slagwerk, je moet het doen met een bescheiden triangeltje en de traditionele zabumba. En toch is het sexy dansmuziek! Durf het bijna niet te zeggen, maar denk een beetje 'lambada' (of beter, woppa!)...

Forro In The Dark feat. David Byrne - "Asa Branca"



Niet dat FitD overigens strikte old school forró speelt (ik hoorde u denken, waar is die penspiano nou?), want er wordt gretig gebruik gemaakt van de rijke new yorkse muzikale voedingsbodem (neem ook aan dat 'in the dark' staat voor hun experimenteerdrift); moddervette baile funk rolt er evenzo soepeltjes uit:

Forro In The Dark feat. Zuzuka Poderosa



Dus, komt allen, al was het maar opdat het niet Forro In The Dark feat. Hiram gaat worden.

Sunday, March 9, 2008

X-mal Deutschland


Leo en ondergetekende vormen dan wel de ritmesectie van een kuntrie-bandje, voor één gat zijn we niet te vangen, dus gisteren reisden we per spoor af naar de Domstad voor de opening van de Duitse themaweek aldaar, genaamd Mitte Bitte. Op het menu stonden achtereenvolgens modern klassiek, vrije jazz en digital hardcore.

Een mopje Stockhausen kan ik zeker wel waarderen op z'n tijd, maar het voor mij onbekende Kontakte (voor percussie, piano en electronica) leek op voorhand toch wel zware kost voor een voorgerecht. Dat viel reuze mee, ik vond het erg fris en toegankelijk klinken, al was er wel steeds een klein rock 'n' roll stemmetje in m'n hoofd dat vroeg om wat meer show en tribune-opschuddend volume. De percussionist, een kruising tussen Ian Curtis en Mr. Bean, was hoe dan ook een genot om te aanschouwen; ik zou ook wel cimbalen met de achterkant van mijn stokken willen strelen for a living, en als onvoorwaardelijk liefhebber van de voetbediende hihat viel ik helemaal met de neus in de boter, want ook de pianist had er één tot zijn beschikking naast het klavier. Hij kan nog wel wat techniektips gebruiken, eerlijk gezegd :-) Maar mooi was het zonder meer.

Vervolgens ging het van theater Kikker naar het SJU Jazzpodium, een soort moderne beatkelder met een laag, golvend plafond en een op de één of andere manier erg prettig podium. Erdmann 3000 verblijdde ons met een begeesterde set moderne improv, waarbij gitarist Frank Möbus hoe langer hoe meer de show ging stelen met zijn bedrieglijk bescheiden, keyboard-achtige sound. De rollen in het combo waren niet zelden omgekeerd, in die zin dat de tenorsaxofonist, contrabassist en gitarist beurtelings de puls bewaakten, terwijl drummer John Schröder vooral druk bezig was om ieder gaatje dicht te roffelen met een gezonde minachting voor het basisritme. Dit werd nog eens grappig onderstreept door het gebruik van de muziekstandaards: Voor de melodici was het een traditionele spiekbriefjesdrager, voor Schröder een spontane toevoeging aan zijn instrumentarium. Het werkte allemaal bijzonder goed, wat mij betreft de beste act van de avond en ik baal dat ik uiteindelijk vergeten ben een 'Produkt' (zoals Möbus het aanprees) mee te nemen.

Achterin de zaal werd het tijdens het optreden van 'E3K' almaar rumoeriger van de rusteloze jongmenschen, die zich reeds verzameld hadden voor het kleine verhoginkje waarop Alec Empire aanstonds recalcitrant zou gaan staan wezen, en ja, ook wij waren, gecharmeerd van zijn laatsteling The Golden Foretaste Of Heaven, toch in de eerste plaats voor hem naar Utrecht gekomen. Empire speelde echter solo en in plaats van de duistere popliedjes van zijn nieuwe plaat, gebruikte hij vooral amorfe, beat- en vocaalloze klanken om zijn digitale haardkoorvuurtje op te stoken, een tactiek die maar gedeeltelijk werkte naar mijn smaak; de beste momenten waren toch die waarop er enigzins beatsgewijs op de onderbuik werd gericht, toonsculpturen boetseren blijkt niet Empire's sterkste kant. Waarbij aangetekend dat we er na een dik halfuur alweer jammerlijk vantussen moesten om nog een min of meer gristelijke trein te halen; wel nam ik voor thuis op de bank nog snel een J-noise mixceedeetje mee. Overigens komt Empire volgende maand mét zijn band the Hellish Vortex naar Den Haag, en wat betreft Mitte Bitte lijkt me de komende vrijdag wel wat, met de vertoning van Full Metal Village, een documentaire over het vermaarde Duitse metalfestival Wacken Open Air, en aansluitend nog wat noise-lekkers elders op het Utregse Stadtkulturfestival.

De credits voor de geile foto daarboven gaan naar Leo, die zich met gevaar voor eigen leven achter op het schavot van Herr Empire waagde; hulde!

Alec Empire - "On Fire"

Monday, March 3, 2008

A portrait of the artist as a poldercajónista


Waarom weet ik eigenlijk niet eens meer precies, maar een jaartje of anderhalf terug geraakte ik verzeild in de wondere wereld van de polderflamenco en sindsdien speel ik her & der wel eens op mijn veredelde sinaasappelkistje samen met danseres E. en gitarist L. Naar flamenco luisteren deed ik nooit en doe ik nog steeds niet, dus er is vast van alles & nog wat mis met mijn spelenderwijs bijelkaarverzonnen techniek en stijl, maar ach, zolang het nog leuk ende leerzaam is (flamenco is ritmisch enorm gecompliceerd en dus uitdagend) en de reacties van medemuzikanten en toehoorders overwegend positief zijn, blijf ik nog wel even bijschnabbelen als kistjesmeppert. Bovendien heb ik met mijn paardenstaart, lange zwarte jas en Spaanse cowboylaarzen een serieus Antonio Banderas / El Mariachi-ding gaande (“Laat maar L., ik pak die gitaarkoffer wel!”), en ja, deze stoere viking houdt nou eenmaal wel van een verkleedpartijtje op z’n tijd.

Qua optreden is het een compleet ander circuit dan dat van een ‘gewoon’ rockbandje zoals ik gewend ben. Je komt op het soort van lokaties waarover Nico Dijkshoorn altijd zo ontzettend grappig schreef in het helaas ter ziele gegane voetbaltijdschrift JOHAN, bijvoorbeeld over de charmes van het lauwe frikandellen eten om half elf ’s ochtends in een snikhete kantine temidden van 25 schuimbekkende mongloïde G-voetballers. Zo speelden we al eens op een tentoonstelling in een tot café omgebouwde kerk; op een wijkfeest in een voormalig abattoir; in de groooooote zaal van de Haarlemse Philharmonie tijdens een nieuwjaarsbijeenkomst voor ambtenaren; en in Amsterdam op een Spaans thema-feest van een o-zo-typische grachtengordelbasisschool, waarbij de P.C. Hooft-flamenco outfitjes van de koters die van E. zelf ruimschoots overtroffen. Oh, en we repeteren doorgaans in een speeltuingebouwtje annex buurthuis onder toeziend oog van de lokale hangbejaarden en hun matig gedresseerde viervoeters, die reeds van acquit af bleken te kampen met een hardnekkige orale fixatie jegens de breeduitwaaierende jurk en mantón van E.

Afgelopen vrijdag mochten we ons ding komen doen in de kunstuitleen te Bergen: Artistieke types, tapas, wijn in plaats van bier, van dattum. Nou was het repeteren er, mede vanwege mijn dubbelgeklapte voetbalenkel, de laatste weken nogal bij ingeschoten en klonk het geheel mij toch echt iets té arty farty in de oren om er Voicst in het Patronaat voor te laten schieten, dus ik had al voorzichtig geprobeerd om voor deze keer maar eens mijn snor te drukken… doch dominatrix E. hield furieus heur poot stijf en je schijnt nou eenmaal te allen tijde de danseres te moeten volgen bij flamenco, dus hup, ik met frisse tegenzin en een hard hoofd toch maar mee naar het kunstenaarsdorp.

En natuurlijk was het toch gewoon wel weer erg leuk, al werd de voorstelling enigzins bemoeilijkt door de betonnen vloer, waardoor het voor L. & mij verdomde lastig was E.'s voetenwerk te kunnen horen. En dat terwijl de gastvrouw ons telefonisch nog zó had verzekerd dat het geen probleem zou zijn; ze had immers vantevoren het linoleum al even aan een deskundige akoestische test onderworpen middels twee (één was uiteraard volkomen futiel geweest) omgekeerde plastic bekers! Dit kleine ongemak, alsmede de daaruitvoortvloeiende, bepaald niet geringe fuck up van L. tijdens zijn colombianas pièce-de-résistance niettegenstaande werden we enthousiast onthaald en kregen zelfs veelvuldig las palmas in de lucht en de voetjes van el concreto; kunstenaars blijken een bijna net zo dankbaar publiek als lagereschoolkinderen. E. kreeg ook nog eens onbedoeld de lachers op haar hand door mij aan te kondigen als "eigenlijk een metaldrummer, maar dan met gevoel voor ritme", en ik des te meer door haar te corrigeren met "countrydrummer". "Alfredo Garcia", fluisterde ik de lieve schat van een gastvrouw in het voorbijgaan grijzend toe, toen zij bij wijze van dank ons ieder (u leest het goed) een volle koektrommel overhandigde en tijdens de afkondiging mijn naam bleek te zijn vergeten... godzijdank hadden de pre-show rode wijntjes hun uitwerking niet gemist.

Ook uit Bergen, het bewijs dat metaldrummers echt wel grappiger zijn dan countrydrummers:
Immortal - "One By One"

Sunday, February 10, 2008

Bondage Goat Zombie

Dat Oostenrijkers leip zat zijn was natuurlijk al langer bekend, maar met de titel en hoes van hun nieuwe plaat gaan de blackened death metallers van Belphegor wel ganz und gar ende dolkomisch over de top, daarmee de voorlopige leiding in het klassement voor Titel van het Jaar overnemend van The Mountain Goats' "Marduk T-Shirt Men's Room Incident" (mind you, het betreft hier literair verantwoorde indie/americana). De heren Belphegor komen in september naar het Patronaat in een droompackage met Nile en Grave, na Entombed en (aanstaande vrijdag in P3 te Purmerend) Dismember de derde bonafide Zweedse death metal grondleggers die ik dit jaar te zien krijg, maar liefst. Sowieso goed bezig, daar bij het Patronaat: Nile is een indrukwekkend grote vis, net als Vader, die op 24 april spelen, terwijl nota bene op hetzelfde moment in de kleine zaal de legendarische Legendary Pink Dots hun enige show in Nederland gaan doen. 't Is wel erg zware concurrentie voor een cd presenterend lokaal countrybandje, maar hey, als ik aldus backstage mijn Litany-LP gesigneerd kan krijgen is mijn avond hoe dan ook geslaagd...

Belphegor - Vomit Upon The Cross

Saturday, February 2, 2008

Steve Earle @ Paradiso


Pfff, soms ontbreekt het eenvoudigweg aan voldoende puf voor een midweekse gang naar de concertzaal: Druk op 't werk, de 'vrije' avonden gevuld met bandrepetities, enorm pokkenweer op de avond zelf waardoor je, zeiknat & wel, je trein mist op weg naar een uitverkocht Paradiso (geen onverdeeld genoegen met mijn drie-turven postuurtje) met een ongetwijfeld weer erg hoog Johan Derksen-gehalte in het publiek (en ja, hij was er zelf ook weer) en dan gaat het ook nog eens om een bandloos optreden van iemand die sinds de eeuwwisseling steeds meer de indruk wekt dat zijn glorietijd inmiddels lang en breed achter hem ligt, in ieder geval muzikaal gezien. Ook de laatste plaat van Steve Earle, Washington Square Serenade, kon me slechts matig bekoren, maar het was inmiddels alweer te lang geleden dat ik hem zag, dus adel verplicht, of zoiets. Hij heeft zijn zevende echtgenote Allison Moorer meegenomen als voorprogramma, een dertien-in-een-dozijn country belle met werkelijk een dijk van een stem, maar ja, met alle respect voor van der Lubbe & co., de eerste dijk met soul moet ik nog ontmoeten, zogezegd. De DJ draait tussen de bedrijven door heel vilein Joe Jackson's "Is She Really Going Out With Him?", maar als Steve zelf het podium betreedt snap ik wel waar de bijna twintig jaar jongere Moorer voor gevallen is: Dat schattige donskuifje voorop zijn kalende schedel. Hij opent zwijgzaam met een reeks oude favorieten en al snel moet ik tot mijn schaamte én geluk bekennen hoezeer ik buiten de peilloze diepte van z'n back catalogue heb gerekend; liefst drie onvervalste snikpartijen zijn mijn deel, en dan nog heel voorspelbaar ook bij "Now She's Gone" / "Goodbye", "Galway Girl" en uiteraard "Fort Worth Blues" (wat in feite een remake is van "Goodbye" maar dan met een typisch understated refrein ter ere van leermeester TVZ; het filmpje is trouwens beslist not safe for work wegens zachtjes huilend toehorende Nanci Griffith). En dan te bedenken wat hij nog allemaal niet speelt... Halverwege komt de nieuwe plaat uitgebreid aan bod met behulp van zowel Allison Moorer (wiens staalharde stem zich veel beter leent voor samen- dan solozang) als een beatmaster, wiens kale boomende oude school hiphopbeats live een stuk overtuigender klinken dan de aarzelende probeersels op plaat en een mooi contrast vormen met Earle's snerpende dobro. Zo af en toe dwalen mijn gedachten nog wel even af naar eerdere optredens in dezelfde zaal, zoals die keer met de smeuïge begeleiding van de onovertroffen sidemen Buddy Miller en Brady Blade, of in bluegrass vermomming met Del & The Boys, of met Axl Rose-bandana ten tijde van zijn meesterwerk El Corazón en vooral ook de in mijn ziel gekerfde solo-uitvoering van Nirvana's "Breed" op distorted mandoline, waar de term blistering wel zo'n beetje voor moet zijn uitgevonden... maar uiteindelijk voegt deze editie zich na twee-en-een-half uur moeiteloos in het rijtje. Ben er niet zo van, maar Grote Laatste Woorden zijn hier op zijn plaats: Steve Earle is een monument voor de Amerikaanse muziek in het algemeen en de Texaanse singer/songwriter traditie in het bijzonder, en ik ga het nu echt niet meer vergeten.

Eén van mijn knuffelbandjes, The Seatsniffers uit Antwerpen, deden ooit een mooie cover van Steve Earle's "The Devil's Right Hand", maar daar kan ik jammer genoeg geen filmpje van vinden. Echter, al is de aanleiding nog zo klein, voor het spelplezier en de dansende kuif van drummer Piet de Houwer ruim ik altijd graag een plaatsje in:

The Seatsniffers - "I'm Ready" (Fats Domino-cover, live 2003)



En, omdat je nou eenmaal nooit genoeg sambaballen & honk'n'rollende tenorsax kan horen (om van de boy wonder of the Big Beat maar te zwijgen), nog eentje:

The Seatsniffers - "Shake It" (live 2002)