Showing posts with label noise. Show all posts
Showing posts with label noise. Show all posts

Monday, April 27, 2009

It's catching on


Gheh.

Geen bpop op de bill helaas, maar anderszins zijn er in ieder geval twee erg interessante bandjes te bewonderen volgende week in de Hout: Het L.A. indiedancenoisecombo HEALTH, dat onlangs nog veel indruk maakte op het Motel Mozaïque festival, en Pink Mountaintops, de psychfolkrockband van Black Mountain frontman Stephen McBean. Misschien dat we ons dit jaar dus toch maar weer eens in het zweterige gedrang gaan storten; twee uurtjes, kleine podium, moet te doen zijn.

Nu het b-woord toch weer is gevallen, onze favoriete Go-Go-dolls KSM hebben opnieuw twee liedjes uitgepoept, voor de verandering eens wat meer 'meh' dan 'yeah' jammer genoeg: Eén keer No Doubt en één keer powerballad. Gelukkig beloven liveleaks van nóg drie andere tracks (doorklikken alleen voor de diehards!) weer veel goeds; vooral "Saturdays Sundays" krijgt bonuspunten vanwege de scandeer-in-één-van-je-liedjes-je-eigen-bandnaam factor.

Overigens kunt u al deze hete nieuwtjes voortaan ook gewoon zelf genereren via x_hiram_x's reuze handige en volledig om niet aangeboden lijstje met bpop-links; even doorscrollen en naar links blijven kijken s.v.p.

Daar bemerkt u dan ondertussen wellicht ook het lemma 'kindamuzik'. Sinds een maandje of twee schrijft onze medewerker van het eerste uur Thijs G. immers voor dit zojuist tien jaar geworden online muziektijdschrift en het is wel zo netjes om u, de trouwe lezer, hier ook even van op de hoogte te houden middels onze sidebar. Hij heeft het er maar druk mee onze Thijs, want bij De Subjectivisten verscheen onlangs ook nog een concertrecensie van Marit Larsen van zijn hand!

Nog meer heuglijk nieuws tot besluit: Huize Hiram krijgt er binnenkort een nieuwe bewoner bij, en wát een poepie is het:


Een zwart/wit gestreept Noors boskatertje, dus. U mag drie keer raden hoe wij hem gaan noemen. Het rijmt op Penriz.

Tuesday, June 24, 2008

Hé, muur, stil 'es!

Gister plukte ik Night Of The Bloody Tapes van The Cherry Point ergens van het web en zonder dralen hing Last FM er het mij onbekende genretagje wall noise aan. Ha. Vandaar. Enzo. Later.

The Cherry Point feat. Andorkappen - Live in L.A. 2005 ('het' begint na één minuut; na een seconde of 20 loopt heer kersenpunt Phil Blankenship zelf even door 't beeld, kaal, snor)

Friday, June 13, 2008

Fuck Buttons @ Patronaat

Klinken ook werkelijk al-le-maal hetzelfde, hè, die IJslanders… Van die aangenaam fris wegtikkende neoklassieke danwel postrockende ambient electronica ergens tussen Björk, Sigur Rós en Jóhann Jóhannsson. Strijkers, laptops en verstild neerdwarrelende sneeuwvlokjesnoten, ook Ólafur Arnalds, die mag openen vanavond, weet er wel raad mee. Ik niet altijd, hoor het over het algemeen liever al rondwandelend op de koptelefoon dan in de concertzaal, al heeft zo’n tergend langzaam van de trap stuiterend plastic bekertje ook wel een zeker cachet (ze kunnen er zelf gelukkig ook om lachen). Het is een prettig en precies lang genoeg optreden dat bij mij nochtans niet voortdurend de indruk kan wegnemen dat ik naar met glitches ‘n’ beats opgeleukte muzak sta te luisteren, en daar heb ik bijvoorbeeld bij Jóhannsson meestal geen last van; maar het is eigenlijk ook niet eerlijk om de lat voor de vroege twintiger Arnalds en zijn al even jonge strijkkwartet zo hoog te leggen. Was overigens te laat binnen om het eveneens IJslandse voor-voorprogramma Rokkuro te horen.

Goed, we zijn gekomen voor Fuck Buttons, want noise is natuurlijk bij uitstek wél zeer goed genietbaar in levende lijve. Het Engelse duo heeft bepaalde regionen van de blogosfeer het afgelopen half jaar aardig in lichterlaaie gezet met single “Bright Tomorrow” en langspeler Street Horrrsing, waarop de noise niet overdreven harsh à la Wolf Eyes of Prurient maar bijna dream poppy geserveerd wordt en dat is een mes wat aan twee kanten snijdt. Ik ben altijd ende onvoorwaardelijk vóór hooks, maar het fijne van noise is juist dat je er op een gegeven moment van in the zone kunt geraken, om maar even met Britney te spreken, en daarbij kunnen hooks soms alleen maar in de weg zitten. Aan de andere kant maakt deze aanpak de muziek van Fuck Buttons zeker wat toegankelijker, al is dat aan de opkomst in de kleine zaal niet echt te merken. En ja, ikzelf hoef niet meer middels haken naar binnen getrokken te worden en hoor het eerlijk gezegd sowieso liever ‘gewoon’ hard en compromisloos, maar het optreden pakt al met al toch goed uit, of in ieder geval goed genoeg. De extreme hoog/laag frequenties worden dan wel jammerlijk geschuwd, overweldigend is het bij tijd en wijlen zonder meer. Dynamisch is het soms wat voorspelbaar maar wederom effectief genoeg. Wat me wel een beetje tegenvalt aan de twee Bristolians is de wat aarzelend (nerveuze?) podiumpresentatie en het gebrek aan een echte-echte (licht)show en/of theatrale elementen, waar de muziek zich toch goed voor leent. Wolf Eyes, Amerikaans tenslotte, gaat daarmee soms bijna over the top (is überhaupt in alles veel extremer dan FB, en tja, ‘extremer’ betekent haast automatisch ook ‘beter’ als je het over noise hebt), maar het werkt wel. Na een uurtje is het gedaan, geen toegift, en dat is mij toch wat te kort, ik begin er net een beetje in te komen. The zone, that is.

Sunday, March 9, 2008

X-mal Deutschland


Leo en ondergetekende vormen dan wel de ritmesectie van een kuntrie-bandje, voor één gat zijn we niet te vangen, dus gisteren reisden we per spoor af naar de Domstad voor de opening van de Duitse themaweek aldaar, genaamd Mitte Bitte. Op het menu stonden achtereenvolgens modern klassiek, vrije jazz en digital hardcore.

Een mopje Stockhausen kan ik zeker wel waarderen op z'n tijd, maar het voor mij onbekende Kontakte (voor percussie, piano en electronica) leek op voorhand toch wel zware kost voor een voorgerecht. Dat viel reuze mee, ik vond het erg fris en toegankelijk klinken, al was er wel steeds een klein rock 'n' roll stemmetje in m'n hoofd dat vroeg om wat meer show en tribune-opschuddend volume. De percussionist, een kruising tussen Ian Curtis en Mr. Bean, was hoe dan ook een genot om te aanschouwen; ik zou ook wel cimbalen met de achterkant van mijn stokken willen strelen for a living, en als onvoorwaardelijk liefhebber van de voetbediende hihat viel ik helemaal met de neus in de boter, want ook de pianist had er één tot zijn beschikking naast het klavier. Hij kan nog wel wat techniektips gebruiken, eerlijk gezegd :-) Maar mooi was het zonder meer.

Vervolgens ging het van theater Kikker naar het SJU Jazzpodium, een soort moderne beatkelder met een laag, golvend plafond en een op de één of andere manier erg prettig podium. Erdmann 3000 verblijdde ons met een begeesterde set moderne improv, waarbij gitarist Frank Möbus hoe langer hoe meer de show ging stelen met zijn bedrieglijk bescheiden, keyboard-achtige sound. De rollen in het combo waren niet zelden omgekeerd, in die zin dat de tenorsaxofonist, contrabassist en gitarist beurtelings de puls bewaakten, terwijl drummer John Schröder vooral druk bezig was om ieder gaatje dicht te roffelen met een gezonde minachting voor het basisritme. Dit werd nog eens grappig onderstreept door het gebruik van de muziekstandaards: Voor de melodici was het een traditionele spiekbriefjesdrager, voor Schröder een spontane toevoeging aan zijn instrumentarium. Het werkte allemaal bijzonder goed, wat mij betreft de beste act van de avond en ik baal dat ik uiteindelijk vergeten ben een 'Produkt' (zoals Möbus het aanprees) mee te nemen.

Achterin de zaal werd het tijdens het optreden van 'E3K' almaar rumoeriger van de rusteloze jongmenschen, die zich reeds verzameld hadden voor het kleine verhoginkje waarop Alec Empire aanstonds recalcitrant zou gaan staan wezen, en ja, ook wij waren, gecharmeerd van zijn laatsteling The Golden Foretaste Of Heaven, toch in de eerste plaats voor hem naar Utrecht gekomen. Empire speelde echter solo en in plaats van de duistere popliedjes van zijn nieuwe plaat, gebruikte hij vooral amorfe, beat- en vocaalloze klanken om zijn digitale haardkoorvuurtje op te stoken, een tactiek die maar gedeeltelijk werkte naar mijn smaak; de beste momenten waren toch die waarop er enigzins beatsgewijs op de onderbuik werd gericht, toonsculpturen boetseren blijkt niet Empire's sterkste kant. Waarbij aangetekend dat we er na een dik halfuur alweer jammerlijk vantussen moesten om nog een min of meer gristelijke trein te halen; wel nam ik voor thuis op de bank nog snel een J-noise mixceedeetje mee. Overigens komt Empire volgende maand mét zijn band the Hellish Vortex naar Den Haag, en wat betreft Mitte Bitte lijkt me de komende vrijdag wel wat, met de vertoning van Full Metal Village, een documentaire over het vermaarde Duitse metalfestival Wacken Open Air, en aansluitend nog wat noise-lekkers elders op het Utregse Stadtkulturfestival.

De credits voor de geile foto daarboven gaan naar Leo, die zich met gevaar voor eigen leven achter op het schavot van Herr Empire waagde; hulde!

Alec Empire - "On Fire"

Thursday, February 21, 2008

TOP2007! It's A Wrap

1. Lyle Lovett & His Large Band - It's Not Big, It's Large
Klein, Texas
MP3 "All Downhill"

2. Future Of The Left - Curses!
Cardiff, Wales
MP3 Small Bones Small Bodies

3. Alasdair Roberts - The Amber Gatherers
Callender, Scotland
MP3 The Calfless Cow


Zo, klaar :-)

Tuesday, January 1, 2008

TOP2007! #13: Neurosis

Oakland, California

13. Neurosis – Given To The Rising

De enige echte Eindbaas van de postmetal, met prog en noiserock als geheime wapens. Maar zijn uiteindelijke onoverwinnelijkheid dankt hij op Given To The Rising toch aan De Toetsen. Ik bedoel, dat hemelsbrede, subwooferverpulverende, Pink Floyd-anno-1970 orgel in "Hidden Faces", in godsnaam... WAT... IS... dat... een drop-D Hammond?! Zeven kleuren stront, ik zweer. Bijna net zo eng is de breakdown van het titelnummer, met gelijk daaropvolgend het meest indrukwekkende oppressive vijfkwarts beukcoda sinds mensenheugenis. GAME OVER

MP3 "Given To The Rising"

Thursday, December 13, 2007

Concertjaar 2007


Volgens Last FM was ik dit jaar bij 61 events aanwezig. Die lijst is niet compleet, ik denk dat ik (inclusief voorprogramma's en festivals) op z'n minst honderd bandjes heb zien spelen in 2007, waarvan sommige zelfs twee of drie keer. Dat is meer dan ooit, meer ook dan ik aan nieuwe platen hoorde het afgelopen jaar, en het bevalt me erg goed, die terugkeer naar levende muziek en een-LPtje-kopen-bij-het-concert als tegenwicht voor de overkill aan nieuwe mp3 muziek. Hiram's concert-eindlijst van 2007:

1. The Hold Steady Paradiso
2. Dolorean Patronaat
3. The Drones Paradiso
4. Chris Isaak Manchester Academy 3
5. Wilco Paradiso
6. Mono Patronaat
7. The Sgeurvreters Pacific Parc
8. Wolf Eyes Patronaat
9. Rush Ahoy'
10. Future Of The Left Paradiso
11. Heavy Trash Patronaat
12. (Sharon Jones &) The Dap-Kings Paradiso
13. Joanna Newsom Paradiso
14. Pelican Patronaat
15. Magnolia Electric Co. Patronaat
16. Jay Reatard Patronaat
17. Jesu Paradiso
18. L'Ham De Foc Rasa
19. Harry Connick, Jr. World Forum Theater
20. Will Johnson Patronaat

Over de meeste van deze optredens heb ik hier wel wat geschreven, maar ik wil graag nog even speciaal uw aandacht vragen voor The Drones, een schromelijk ondergewaardeerde droooom van een bluestrashgaragenoiserock band uit Australië die zich nadrukkelijk heeft ontfermd over de erfenis van hun illustere landgenoten The Birthday Party. Ik zag ze in de halflege bovenzaal van Paradiso op een (te) vroege zondagavond in het voorprogramma van Black Lips (ofschoon ik die liet schieten om aansluitend in de Melkweg NoMeansNo te kunnen zien, waar ik pardoes een jeugdvriend van 15 jaar geleden tegen het lijf liep en een beregezellige avond had; maar dit terzijde). De drummer lijkt weggelopen uit The Jesus & Mary Chain (of Black Rebel Motorcycle Club, zo u wilt), de gitarist uit INXS, de bassiste uit je wildste bosnimffantasieën, de zanger/gitarist gilt de oogbollen uit zijn voorhoofd en behandelt zijn effectenpedalen als kakkerlakken. Grandioos meeslepend, zoals je op basis van hun platen mag verwachten. "Sharkfin Blues" is een klassieker in de dop en wordt gelukkig niet overgeslagen. Ook leuk: Een dag later zie ik de voltallige band in de grote zaal bij Low in het publiek staan; de drummer kijkt beteuterd als hij ziet hoe klein de biertjes worden geschonken in Nederland. De gitarist schreef over het optreden in Amsterdam op zijn mateloos entertainende blog (even scrollen), dat zelfs hilarisch is als je niet bekend bent met de muziek van The Drones.

In 2007 zag ik eindelijk enkele bonafide persoonlijke helden zoals Dolly Parton, Chris Isaak, Harry Connick, Jr. en Rush; voor 2008 staat in dat kader in ieder geval al Alison Krauss op de rol, ze komt naar het zich laat aanzien in mei (gelukkig niet De Zesentwintigste) met Robert Plant naar de Heineken Music Hall, haar eerste bezoek aan Nederland sinds een jaartje of tien, twaalf (ik was erbij in Paradiso destijds). Ik hoop verder het hardst op Patty Griffin, Buddy Miller en bovenal Lyle Lovett. Als die laatste het blijft vertikken naar Europa te komen, overweeg ik speciaal voor die lelijke bonenstaak naar Texas af te reizen. "Texas wants you anyway", jeweettoggg...

Oh, en Folkwoods is het leukste festival van Nederland, ik verheug me nu al op de volgende editie begin augustus 2008.

Het nu volgende filmpje is niet voor tere zieltjes, misantropisch nihilisme waar menig blackmetaller jaloers op kan zijn... heerlijk :-)

The Drones - Jezebel



The Drones - Sharkfin Blues (live in de 2004 bezetting)



Voor de tere zieltjes:
Gareth Liddiard - Sharkfin Blues (acoustic)



Dit is een nummer waar ik ein-de-loos over door kan mijmeren, soms denk ik dat het daadwerkelijk het ultieme rock & roll nummer is. Tenslotte ook nog maar even het origineel dus van The Drones' tweede plaat, die de prachtige titel Wait Long By The River And The Bodies Of Your Enemies Will Float By draagt. Er mag lijdzaam gecrepeerd worden.

MP3: The Drones - Sharkfin Blues

Friday, December 7, 2007

Jesu @ Paradiso


Justin K. Broadrick, de zanger/gitarist van Jesu, heeft zo’n typisch Noord-Engels, miserabel bleek Ian Curtis gezicht. Zeker in het schijnsel van zijn laptop, die nogal lullig op een houten stoeltje op kniehoogte naast hem staat, waardoor hij bij het begin van elk nummer moet bukken en zijn witte boxer boven z’n afzakbroek en onder zijn Xasthur/Striborg split t-shirt (wow) vandaan piept. De drummer is volgens mij toch niet de verwachte Ted Parsons, tenzij die ineens heel dik en langharig is geworden en een enorme tatoeage van de hoes van Bitches Brew (WOW!) op z’n rechterarm heeft laten zetten. Jack DeJohnette is’ie in ieder geval niet, hij beukt zich het leplazarus op zijn als crash bekkens dienstdoende rides, en de bell van zijn echte-echte ride heeft de afmetingen van een mediumsized wok. Mede daardoor pakt het allemaal veel heavier uit dan ik had verwacht; redelijk wat metalheads en dus vuistgezwaai en geitengesmijt ook in de zaal. Raar gezicht bij die blissed out muziek… het blijft een verbazingwekkend monsterverbond tussen metal en shoegaze. Dynamisch gebeurt er eigenlijk niet zoveel, bijna ieder nummer begint met wat kabbelende electronica en na een paar maten knallen de vijfsnarige bas en zevensnarige gitaar zonder schroom ongenadig hard binnen. Omdat dit synchroon moet gebeuren en de trage tempi daartoe weinig houvast bieden, wordt er uiteraard een clicktrack gebruikt, maar alleen de drummer heeft ‘oortjes’ en moet daarom zijn maatjes onzachtzinnig binnen tikken met het midden van z’n stok op de rand van zijn ferm gesloten hihat, vaak ook tijdens de nummers na een wat zachtere passage; niet echt subtiel. Maar goed, het speelt zich dus grotendeels op één zalvend hard volume af, met de huilzang diep verstopt in de mix en dat is eigenlijk maar goed ook, afgaand op live-opnamen die ik eerder hoorde. Feedback wordt niet onderdrukt, maar gretig aangewend voor experimentele doeleinden, ergens in de buurt van de pijngrens; het optreden eindigt na een uurtje zoals het filmpje in de vorige post. Het was erg mooi allemaal.

(Vóór het concert stond ik beneden bij de merch van Johan, zij speelden tegelijkertijd in de grote zaal, een prachtige vinylversie-met-gratis-cd (geweldig idee, bijvoorbeeld Shellac doet het ook standaard) van THX JHN te oogballen, maar de in goud/zwart geperste nieuwe Jesu EP met beeldschoon artwork van Isis zanger/labelbaas Aaron Turner en gastvocalen van Jarboe heeft uiteindelijk de strijd om mijn laatste twintigje gewonnen.)

Tuesday, December 4, 2007

Heerlijk Avondje



Morgen dus, Jesu in Paradiso. Zo'n zin in...

Tuesday, November 27, 2007

Audience, PLEASE...

Inmiddels bewust van het feit dat Curses met afstand de beste plaat uit Wales van dit jaar is, vanavond getuige van Future Of The Left, the sequel: Twee keer zo lang en tien keer zo goed, en dat ondanks de beruchte hipster chill van Paradiso's bovenzaal, die de band uitermate slecht bevalt; hun hooligan mantras ("violence...solved...everything") gedijen nu eenmaal niet best bij zwijgende toehoorders. Na drie nummers is het zo stil dat iedereen de zanger luid en duidelijk "Quiet Dutch guys..." kan horen zeggen, ondanks het feit dat hij niet in de mic praat. In tegenstelling tot de vorige keer doen de heren daarom nu wél veelvuldig hun mond open tussen de nummers door en langzaam maar zeker wordt het een running gag: "My uncle thinks painful silences are a cure for cancer". "We get very excited by playing for audiences this quiet... Actually, I've got a huge erection right now... It's so huge it's got its own postal code". "Thank you very Dutch". De irritatie vertaalt zich uiteraard naar een verbeten, agressieve en geniale set met opnieuw, zoals ik al vermoedde, de drink'n'drum-gimmick van de drummer, die nu laat zien dat ook een bierblikje tussen zijn kaken past, al knipogend naar de bezorgd achterom kijkende zanger. Terug op het podium voor de verwoestende toegift, die wordt besloten met een drumstok vs. gitaarsnaren slachtpartij en een stapsgewijze drumsteldemontage à la Shellac (wiens voorman Steve Albini ik overigens nog nooit zo breed heb zien grijnzen als toen hij eerder dit jaar in de grote zaal zijn gear mocht klaar zetten op de tonen van het door hemzelf op de band geslingerde "Lightsabre Cocksucking Blues" van FotL-voorloper Mclusky), laat de bassist sarcastisch weten dat hij zich voelt als de Beatles, waarmee onbewust meteen mooi het verschil is benoemd tussen de snotterige Britse onzekerheid van FotL (de zanger heeft overigens écht veel weg van die van fellow Welshmen Stereophonics), en het op en top Amerikaanse Elvis-met-een-vleugje-Freek-de-Jonge podiumbeestcharisma van David Yow, frontman van hoofdact Qui (foto boven). Vooraf kneep ik hem best wel, want het zal je toch gebeuren dat je net even die decibelmeter achter in de zaal checkt en je vervolgens Mr. Yow met het gezicht op onweer en z'n leuter in je dubbele whiskey voor je neus hebt staan, want zo ééntje is het er dus. Net als Elvis doet Yow het ook niet alleen op een bammetje banaan met pindakaas, want het halve optreden zwalkt hij straalbezopen door de zwartfluwelen gordijnen rond het podium. Maar hij bespeelt het publiek met een enkele hand- of huigbeweging en mist bovendien geen noot, wat erg knap is want bij Qui moet je soms toch echt tot 25 tellen om weer bij de 1 uit te komen. Toch vind ik het na een goed halfuur wel een beetje saai worden, Future Of The Left heeft veel betere liedjes; de samenwerking tussen Yow en Qui zou dan ook best wel eens eenmalig kunnen blijken, hoewel de plaat voor de liefhebber zeker de moeite waard is, al was het maar vanwege de Pink Floyd-cover "Echoes". En mama, maak je geen zorgen, morgen ga ik weer braaf wezen bij lieve, lieve Hanne Hukkelberg :-)

Future Of The Left - The Lord Hates A Coward

Saturday, November 10, 2007

Crosseyed & Painless

Ik dacht: Kom, laat ik eens een experimentje doen. Deze maand zie ik toevallig twee keer Future Of The Left, de eerste keer zonder, de tweede keer met voorkennis. NIET de plaat gedownload dus en als onbeschreven blad naar het Patronaat gegaan vanavond. Dus. Ja, ik hoor niet veel verschil met Mclusky, de cultlegendarische noiserockband waar FotL uit voortkwam. Bovenmatig goed dus, hard, ironisch, maar stiekum erg poppy. De drummer is opmerkelijk sterk qua rechts-links-handcoördinatie, nog eens extra geshowcased door het drinken van een biertje tijdens het spelen van "Fuck The Countryside Alliance". Hij bracht zijn flesje wel schokkerig op de maat naar de mond en moest wat zichtbare boertjes kwijt achteraf. Es kijken of dat net zo gaat over twee weken in het voorprogramma van Qui.

Maar dan, nog even over die voorkennis. Hoofdact is Mono. Ik ken ze alleen van de MySpace. Postrock/J-noise. Vast wel goed genoeg voor een avondje uit. Het eerste liedje begint zacht. Wordt steeds harder. Drummer met paukenstokken. Nog harder. Mooi, verrekte mooi. Climax. Het valt stil. Gitarist voor de kijkers links tokkelt stilletjes wat na. Ik steek alvast mijn bierflesje onder de oksel voor een welverdiend applaus...

Ik weet niet of u de (van origine Japanse!) horrorfilm The Ring kent, maar de openingsscene daarvan bevat het meest ijzingwekkend shockeffect ooit. Het is zo eng dat je verder de hele film lang met samengeknepen billen/wimpers zit toe te kijken. Mono doet een The Ring. Nog nooit zo geschrokken tijdens een concert, wát een gierende noise breekt er ineens los. De jongens in de zaal kijken hun meisje aan van "Trek je het nog?". De andere jongens kijken hun maten aan van "Vèè-het". En móói dat het is! Wat mij betreft hadden ze na dat eerste nummer mogen nokken, kwartiertje & klaar, net als Jay Reatard in dezelfde zaal 'n half jaartje terug (alleen speelde hij wel een liedje of twaalf, dertien). Maar ze gaan dóór en weten gaandeweg alle nuances tussen heel zacht en HEEL HARD met genadeloos ge-orkestreerde precisie bloot te leggen. Dit is toch wel even een stap verder dan de "If you want a vision of the future, imagine a boot stamping on a human face - forever"-stijl noise van bijvoorbeeld Wolf Eyes. Ondanks dat je (ongeveer) weet wat er komt ga je onherroepelijk voor de bijl. Ik weet nu eindelijk ook wat David Byrne bedoelde met "Crosseyed & Painless": Van puur genot scheel naar de spotlichten boven de band kijken en je volmaakt gelukkig wanen. Nee, écht! De aanblik van de vier muzikanten, en vooral de bassiste-met-wit-gewaad, was trouwens daadwerkelijk als bovenstaand plaatje, bekken dicht & koppen omlaag. Wel leuk/een beetje jammer die drummer, die meteen na afloop zijn zakfototoestel tevoorschijn haalt om het publiek vast te leggen (had ik al gezegd dat ze uit Japan komen?).

(In het café na afloop hoorde ik het hardste concert van het jaar: The Gaping Mould uit Amsterdam. Het was HardmeteenhoofdletterH. Morgen Roots Of Heaven. Welterusten.)

Wednesday, April 25, 2007

Here, there & everywhere

Drukke tijden in Huize Hiram, even snel een rondje langs de velden dan maar…

Chris Isaak @ Paradiso 11 april

Daar staat ‘ie dan eindelijk in z’n lichtblauwe Vegas glitterpak, zowel fysiek als vocaal buitengewoon goed geconserveerd. De deels ingestudeerde praatjes tussendoor verraden z’n thespische achtergrond en zijn erg vermakelijk en sympathiek. Uitmuntende keuze van covers: Cheap Trick, James Brown, Johnny Cash en uiteraard The Big O. Mooi akoestisch blokje halverwege met persoonlijke favorieten als “Forever Blue”, “Except The New Girl” en “Two Hearts”, waarbij Isaak wel laat horen geen al te beste gitarist te zijn. De toegift is magistraal met het coole lichteffect op zijn spiegeltjespak en Paradiso’s discobal bij de openingszin van “Blue Hotel”, kippenvel! Jammer dat hij er als uitsmijter niet even “Diddley Daddy” tegenaan gooit, maar ach, het oversteeg hoe dan ook al mijn verwachtingen.

Chris Isaak @ Manchester Academy 2 13 april

Daar staat ‘ie dan weer, nu in een roze Vegas glitterpak. En ik ook, twee keer Chris Isaak in drie dagen, would you believe it! Na veel vijven en zessen hebben we, vers aangekomen in Manchester, kaartjes bemachtigd en het zeer goed verstopte tijdelijke concertzaaltje gevonden op Oxford Road. Bijna dezelfde show (Buddy Holly cover ipv Johnny Cash), al blijkt Isaak wel een geweldig vermogen tot improviseren te bezitten: Een haperende mic zorgt voor prachtige slapstick, twee zeer jonge fans worden voortdurend door Isaak bij de show betrokken en zijn “Are you a professional dancer?”-grap knalt enigzins in z’n gezicht uiteen als de ondervraagde dame een heuse paaldanseres blijkt te zijn (dit in tegenstelling tot de juridische assistente in Paradiso, verschil moet er zijn). Onvergetelijk avondje weer, kortom.

Hiram Sr. & Jr. @ The Cavern 15 april

Coverbandjes in het geboortehol van The Fab 4, die grappig genoeg allemaal als een andere band klinken: Achtereenvolgens Elvis Costello, Arctic Monkeys en The Hives doen The Beatles, en gelukkig ook nog wat ander 60s en classic (hard)rock spul. De jonge honden bandjes zijn het leukst, het publiek een gezellige mix van toeristen & Scousers, en Hiram & vader konden zich uiteindelijk maar met moeite naar de laatste trein naar Manchester slepen. Cheers!

My Dying Bride @ Paradiso 20 april

Voor het eerst sinds tijden weer eens together alone met mijn lief naar een concertje! Paradiso is natuurlijk gemáákt voor MDB, maar het begint enigzins stroef en sombermans Stainthorpe is ook nog even op zoek naar de juiste noten op zijn klaagzang. Helaas ook maar twee nummers van de bloedmooie laatste plaat, maar tegen het eind gaat het welzeker los en wapperen onze haren als vanouds synchroon in slomo. Toch niet zo indrukwekkend als de vorige keer in het Patronaat.

Blue Highways 8 @ Vredenburg 21 april

Toch wel opvallend minder druk van voorgaande edities, deze laatste Blue Highways in het oude Vredenburg. Wel weer zoals gebruikelijk veel moois, zowel on- als bekend. Diana Jones is qua verschijning en muziek bijna een karikatuur van Gillian Welch: 19e eeuwsche liedjens over opa & oma, de dood en mijnrampen, een Dave Rawlings op mandoline, mantelpakje met kistjes eronder, stukje a-capella, microfoonloze toegift, allemaal uit het boekje. Het enige ‘probleem’ is haar stem, die teveel coffee & cream en te weinig koud, hard, blauwblinkend staal is voor dit soort old timey hillbilly. De ontroering wordt overigens niet weinig geholpen door haar van trots glimmende broer die naast ons op de tribune zit. Vervolgens wordt de kleine zaal uiteen gereten door Jesse Dayton en zijn Road Kings. Tjonge, ik was toch even vergeten hoe ongenadig begenadigd deze Texaan kan zingen, gitaarspelen en liedjesschrijven. Licht beschonken en vuil gebekt geeft hij het toch altijd wel wat suf aandoende americanagebeuren een fikse schup onder de kont en de doghouse bassist heeft nog een Morbid Angel t-shirt aan ook. SUFFER! Joe Ely is werkelijk prachtig in de grote zaal, maar de logistiek dwingt ons om reeds om half tien af te taaien. Jammer, en we missen vervolgens alsnog de trein…

SunnO))) @ 013 22 april

Ook bij dit minidronefestivalletje in Tilburg weer te laat in da house en tot overmaat van ramp blijkt niet Fear Falls Burning (een nogal saai Belgisch eenmansding) maar het Duitse avantgardejazzdronecultgezelschap Bohren & Der Club Of Gore al halverwege hun set te zijn. De amper drie nummers die ik nog wel hoor zijn erg hard, traag en mooi, en hebben met sax een hoog Badalamenti gehalte; spijt dat ik geen ceedeetje heb gekocht. SunnO))) heeft deze keer blackmetallegende Attila Csihar meegebracht als gastzanger en hij steelt de show aan het begin en einde van het optreden met zijn demonische gekrijs vanonder zijn rode kap. Daartussenin is het toch wel wat plichtmatig wat Zij Die Van Eierstokken Sambaballen Maken laten horen en verslapt de aandacht af en toe wat. Dat zijn ook de momenten waarop je in gedachten Graham Chapman het podium op ziet komen: “Right, stop it, too silly!” Het maakt overigens allemaal wel benieuwd naar de volgende stap die O’Malley & Anderson gaan maken, want er zal toch iets moeten gebeuren met de beproefde Sunn-formule om het nog interessant te houden op toekomstige platen. Het lijkt me de heren wel toevertrouwd, eerlijk gezegd.

Tuesday, April 10, 2007

TOP2006! #1: Anaal Nathrakh - Eschaton

Jaja, ik ben er ook niet trots op om steeds maar weer die ranzige bandnaam (vanaf nu afgekort als AN) te moeten blijven droppen, maar we kunnen er niet onderuit: Eschaton was met een straatlengte verschil het beste van het afgelopen jaar, waarin ik overigens maar weinig platen hoorde die van begin tot eind top zijn. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vind het misschien zelfs wel de beste metalplaat sinds de oerknal van 1986. En dat terwijl ik na het licht tegenvallende Domine Non Es Dignus toch eerlijk gezegd dacht dat AN zijn fifteen minutes of fame al had opgebruikt met "Pandemonic Hyperblast" en het als een nachtkaars zou uitgaan. Niet dus. Op Eschaton presteren de manne het onmogelijke door tegelijkertijd toegankelijker én extremer te klinken dan ooit tevoren en dat nota bene door zo'n beetje iedere denkbare vorm van metal te gebruiken om tot dit resultaat te komen, de 'post industrial black metal'-pigeonhole ver voorbij.

Een paar jaar terug schreef ik een ingezonden brief naar de Volkskrant naar aanleiding van een recensie van een concert van Slayer, Slipknot en Mastodon, waarin werd gesteld dat het maar niet wilde lukken om de metal nog verder te ontwikkelen of bij een breder publiek te laten aanslaan en dat Slayer na twintig jaar eigenlijk nog steeds onbedreigd In Bloed Regeert. Ik riposteerde dat men de al dan niet bewuste toenadering tussen extreme metal en avantgarde noise over het hoofd zag en halfgrappend droeg ik de dienstdoende recensent (die me overigens alleraardigst een zeer uitgebreide mail terugstuurde) op dan toch maar eens AN uit te checken. Inmiddels zijn we een jaar of drie verder en is metal hipper dan hip bij de 'serieuze muziekliefhebber' (met name de meer avontuurlijke doom/drone en black metal; zie ook Pelican) en hebben de drie 'gezaghebbende' indie webzines Pitchfork, Popmatters en Stylus allemaal een regelmatig terugkerende metalcolumn. Ha!

En nu blijkt dus zelfs dat mijn AN-tip een gelukkig schot in de roos was. Eschaton is een nauwelijks aflatende adrenaline kick, de eerste vijf nummers zijn werkelijk ongekend intens en doen het kippenvel over m'n hele lijf gieren (het blijft raadselachtig hoe je van zulke extreme herrie onbedaarlijk gelukzalig aan het janken kan slaan). Pas in het af en toe Voivodiaans aandoende "The Yellow King" gaat de voet enigzins van het gaspedaal, waarna het direct weer volle kracht vooruit is met hoogtepunt "When The Lion Devours Both Dragon & Child", het ultieme bewijs dat AN echt alles aankan, want zelfs een nu-metal riff blijkt de massavernietiging uitstekend van dienst te kunnen zijn. Lekker over-the-top power metal refreintje, fijne grind-stomp, black, thrash, het kan niet op. Zelden ook zo'n terechte Celtic Frost-style "UUOOAARRGH" gehoord, een vaak misbruikt metalcliché, maar hier moet hij echt, bij weer zo'n achterlijke catchy breakdown (op 3:44, prachtig 'een maatje te vroeg' getimed). Na dit nummer slaat zelfs de old school AN schrijnende black metal exercitie "The Necrogeddon" enigzins dood. Attila Csihar van Mayhem steekt een handje toe bij de doodenge, van gabberluchtalarm vergeven afsluiter "Regression To The Mean".

Maar de pièce de résistance is wat mij betreft toch "The Destroying Angel". Allereerst wordt het zaakje even geprogrammeerd op de totale vernietiging van het universum, vervolgens een AN-by-the-numbers openingszet (zo één waarvoor elke andere band een moord zou doen) en dan die ijzingwekkend krioelende sub-death metal rumbleriff, afgemaakt door de naar het schijnt uit Blackadder afkomstige "Kill EVERYBODY in the WHOLE WORLD, hahaha!"-sample (metal zonder humor is immers meestal niet leuk en als het er niet inzit, moet je het er gewoon zelf bijdenken, natuurlijk). Het 'refrein' is woordenloos gekrijs, briljant in z'n eenvoud en fantastisch uitgevoerd door Dave Hunt. Ook hier weer even aandacht voor het detail graag: De drumbreak vlak vóór en dan vooral het inkomen met 'de snare op de één' bij het begin van het tweede couplet is werkelijk geniaal. Het is mij overigens nog steeds niet duidelijk of ze een drumcomputer gebruiken of niet. Ik ben geneigd te denken van niet, daarvoor sissen mij de bekkens net iets te ongecontroleerd.

Bovendien zag ik gisteren op het No Mercy festival in 013 'verdachte #1' (want drummer van het eveneens uit Birmingham afkomstige Napalm Death) Danny Herrara spelen en die kan dit wel aan, me dunkt. Aan de andere kant, even later in de kleine zaal deed AN het verrassend genoeg toch met een andere drummer; maar die had dan wel weer een bomvet Darkthrone shirt aan. Ze waren volgens mij behoorlijk zenuwachtig (Dave Hunt passeerde me twee minuten voor showtime met een volle pint en voor hij het podium beklom was deze al achterover getikt); het was tenslotte ook pas hun vijfde optreden ooit, maar ze brachten het er prima vanaf. Van de ijle hoogten van Eschaton blijft live natuurlijk weinig over, maar het vloog in ieder geval niet reddeloos uit de bocht en ze speelden in een halfuurtje bijna alle 'klassiekers' (uitsmijter was "Pandemonic Hyperblast", uiteraard) en de zaal was boven verwachting enthousiast, al hoorde ik achter mij een dame in vet Tilllllburigs accent zeggen: "Okeej, moar dè is toch gin mziek mìr?" De korstige UK grindpunks stalen sowieso de show op het festival, eerst Napalm Death in de grote zaal, daarna Extreme Noise Terror en tenslotte (er is immers maar één overtreffende trap van extreme noise terror) Anaal Nathrakh in de kleine. Hun down to earth podiumpresentatie contrasteerde leuk met die van 'traditionele' langharige death metallers als The Monolith Death Cult, Behemoth en Obituary, die overigens wel allemaal overtuigden, al vond ik met name de wat puntigere attack (waardoor het niet allemaal in 'laag' verzoop) van de Engelse lads een pré.

Grootste pluspunt van de week is toch wel dat mijn trommelvliezen zowel Wolf Eyes als Anaal Nathrakh hebben doorstaan en ik morgen na jaren wachten en hopen eindelijk één van m'n all-time heroes, Chris Isaak kan gaan zien, en horen!

Thursday, April 5, 2007

Wolf Eyes @ Patronaat

Afgelopen jaar bezocht ik voor mijn doen maar bar weinig concerten, maar dat haal ik de komende twee maanden ruimschoots in: Een stuk of twintig staan er op de rol tot en met eind mei, dus verwacht een paar keer per week berichten van het front alhier.

Gisteren de kick-off met een fijne noise-package in de kersverse Nachttempel van 2006. Het gitaar/electronica duo Growing mocht beginnen met een onderbrekingsloze set van een halfuurtje en dat was best aardig zodra er eens een dronestormpje de kop opstak; de pogingen tot het creëren van hypnotiserende beats waren aan mij minder besteed en veel te zien viel er ook niet, dus snel verder met Thrones, het drumcomputer&bass éénmansproject van doomsludgemeister (Earth, SunnO))), Melvins) Joe Preston. Die had direct al last van knetterende speakers, al weet je bij dit genre nooit echt of het nou zo hoort of niet… Gelukkig wist de soundchick het alras te herstellen en kon de bebaarde zonderling, ietwat van zijn apropos, verder met zijn toch ook wel stonerrockende start-stoppende liedjes, waarbij hij zijn bas als gitaar behandelde (akkoorden, stringbends) en zo heb ik het graag, mooi optreden.

Maar we (een mannetje (m/v) of 150) kwamen toch vooral voor Wolf Eyes, de drie genreleidende noiseketeers uit Ann Arbor, Michigan, waar ooit ook The Stooges onder de stoeptegels vandaan kropen. Hun drumcomputer heeft maar één knop, ‘Heiblok’, waarvan tevens de BPM zijn afgekeken. Verder een weldadige oase van teringherrie met veel electronisch geknoppendraai, een paar vervormde gitaren, een schijnbaar uit gaffa tape & paperclipsen opgetrokken éénsnarige dronebas, een saxofoon (Wolf Eyes maakte al eens een plaat, Black Vomit, met avant-garde saxofonist Anthony Braxton), drie schreeuwende zangers (allemaal type morsig, beetje hooliganesque) en vooral ook lekker veel energie; eindelijk wordt er bewogen op het podium, en hoe! Het manische gezwaai met ledematen en hoofden heeft in combinatie met de gierende noiseterreur eigenlijk wel een bepaalde Jiskefet-kwaliteit (zeker als je het eens vanuit je luie stoel gaat zitten bekijken op YouTube), maar mist z’n opzwepende uitwerking op het publiek niet. Complimenten ook voor de geluidsmensen, want het was precies goed: Geen oordoppen nodig (de gevreesde ultra-hoge frequenties bleven uit), toch geen gepiep achteraf maar wel broekspijpwapperend en aambeisplijtend fysiek voelbaar. Het mooie aan noise (en free jazz en extreme metal; van beide genres hoor je wel wat terug in Wolf Eyes, black metal vooral) is vaak het moment waarop de gillende razernij een subjectief omslagpunt bereikt en plots gaat aanvoelen als serene rust. Dat gebeurde me een paar keer bij Wolf Eyes. Ook leuk: Tijdens een snelle sanitaire stop de pleebril mee horen ratelen met het donderende geraas in de verte. Shit yeah!

Wednesday, March 7, 2007

TOP2006! #5: Jesu - Silver

Alsof er niks aan de hand is tel ik doodleuk nog even mijn top 5 af van vorig jaar (voor nos. 6 t/m 10 zie hier).

Justin Broadrick was als Napalm Death'er van het eerste uur mede-uitvinder van de grindcore, maar hij was het gerampetamp @ breakneck speed snel beu en gooide het met Godflesh op ultratrage industriële depridoom geïnspireerd door Joy Division en Swans. Na het razende, uit teenangst geboren engagement en de onvermijdelijk daarop volgende afkeer van de reddeloze wereld is er dan nu de Verlichting. Jesu dus. Inmiddels is hun nieuwe full-length Conqueror al uit, maar deze een halfuur klokkende EP deed vorig jaar reeds velen met mij naar adem happen. Traag is het nog steeds (dank u, ex-Swans drummer Ted Parsons), echter niet meer als dikke stront maar meer als een tintelfrisse zomerse motregenbui in slow-motion (zie hoes). Okay, echt van je 'happyhappyjoyjoy' zal het wel nooit worden bij Broadrick, maar het is toch onmiskenbaar een lichte, serene, dromerige, 'blissful' plaat: You guessed it, de beste man heeft zonder reserves de shoegaze omarmd; en eindelijk de juiste drugs ontdekt, waarschijnlijk. Maar oh-oh, wat zoemt, zuigt en dreint het hemels allemaal.