Monday, April 21, 2008

Einde/begin van een tijdperk

Ja, editie #9 was, in ieder geval voor mij, een speciale... Voor 't eerst zonder vaderlief, voor 't eerst zonder Vredenburg, maar mét Iris DeMent als stripper van dienst (emotioneel, that is), mét Ed effin' Warby in het publiek als allergrootste wtf-moment ('the ultimate americana gorefest'?) en my man Jason Isbell die "Danko/Manuel" speelde (zijn swagger begint Josh Homme-achtige vormen aan te nemen).

'hanx, gents :)

Friday, April 18, 2008

Ajeto #1: LeVert vs. Leviathan


Oftewel: Buurman & Buurman in Hirams platenkast. Inmiddels tot en met de L gevorderd bij het catalogiseren van m'n LPs, kom ik steeds meer bizarre koppeltjes tegen van platen die wegens alfabetische redenen tot elkaars nabijheid zijn veroordeeld. Lijkt me een goed excuus om te pas & te onpas eens wat leuke muziek onder de aandacht te brengen hierzo, met als interessante nevenoptie ook het tegen elkaar afwegen van twee platen van dezelfde band. Als de situatie er om vraagt zal ik ook niet schromen eens een greep uit de CD kast te doen.

LeVert - Just Coolin' (LP 1988)

Uit een partij LPs van de opa van mijn nicht (!?) waar als ik me goed herinner ook een paar vette oude Solomon Burke's en Beatles en moneau tussenzaten. LeVert was een new jack swing trio dat recent weer in het nieuws was vanwege het nogal tragische (net achter de tralies gezet) overlijden van Sean LeVert; zijn broer en bandleider Gerald stierf in 2006 al aan een 'ongelukkige' overdosis (appel, boom: Hun vader Eddie was leadzanger van de O'Jays). Arrenbie van twintig jaar terug: Een waar drumcomputerbombardement aan shakers, claves en overige GoGo-percussie, snaredrums als zweepslagen, gastrappende hiphop-ster, skits tussen de nummers door, schokschouderende danspasjes in een hagelwit decor, hi-top fades, maar bovenal ook zoetgevooisder dan Willem Duys ooit had kunnen bevroeden. Aan de hoes (excuses voor het brakke fotootje, erop klikken helpt wel wat) te zien hadden de boyz een lucratieve sponsordeal met Sergio Tacchini (waar je inderdaad van aan de dope schijnt te geraken) en het klassieke Fido Dido t-shirt van derde lid Marc Gordon in de clip van het titelnummer mag er natuurlijk ook wezen:

LeVert feat. Heavy D - "Just Coolin'"


Leviathan - The Speed Of Darkness (EP 2003/2006)

Deze kocht ik bij het (nogal saaie) concert van Isis vorig jaar in Paradiso, op groen vinyl uit een gelimiteerde oplage van 466 exemplaren; er werden er ook nog 200 op doorzichtig vinyl geperst, dus doet u die wiskunde verder zelf maar. Groen past ook wel bij black metal, de kleur van de zieken van geest. Het betreft een heruitgave van een split uit 2003 en laat de heer Wrest wat meer van zijn heftige beukzijde horen, daar waar hij ook nog wel eens de volbloed atmosferische kant verkiest op andere platen (ook zeer de moeite, check bv. A Silhouette In Splinters en vooral z'n beunhazerij als Lurker Of Chalice). Misanthropische Amerikaanse éénmansblackmetal, maar dan wel een stuk pakkender dan Leviathan's eveneens Californische aartsrivaal Xasthur, die zich toch vooral onledig houdt met een queeste naar het ultieme audio-equivalent van drijfzand waarbij memorabele riffs niet bijster van belang zijn. Die riffs maken nou juist dat Leviathan altijd een streepje voor heeft op de rest, luister bijvoorbeeld eens naar dit prijsnummer van The Speed Of Darkness, waar halverwege een quasi-botte Celtic Frost-riff de gracieus deinende blackgaze-passages wreed (in a good way) komt verstoren:

Leviathan - "Pondering The Wealth Of Stars"

Wednesday, April 9, 2008

CF RIP


Tom G. Warrior heeft Celtic Frost opgeblazen, lees ik net. Daar zullen ze in Tilburg nie hil blij van worre... Frost heeft natuurlijk al lang en breed zijn plekkie in de metalgeschiedenis veiliggesteld en maakte twee jaar terug een denderende comeback met misschien wel hun beste plaat ooit, Monotheist, maar eerlijk gezegd heb ik qua Zwitsers & metal nog steeds een groter zwak voor Coroner. En volgens mij Tommy Victor ook.

Coroner - Reborn Through Hate ("we'll slash your necks until you die!")

lmnoptt


Natuurlijk vind ik het doodzonde dat Get Records, Boudisque en al die andere platenzaken langzaam maar zeker aan het verdwijnen zijn, maar inmiddels begin ik toch ook wel danig de lol in te zien van het plaatjes scoren via internet. Die cheap ass $ is uiteraard een prettige bijkomstigheid, maar echt leuk wordt het pas als je de goodies bij de artiesten zelf gaat bestellen. Zo ontving ik een week of wat terug een keurig (FRAGILE!) langspeelplaatvormig pakketje uit Chattanooga, Tennessee met daarin een gesealed, handgenummerd (#1,060 van 3,000) exemplaar van Elemen Opee Elpee, de eerste LP van LMNOP uit 1986. Zal waarschijnlijk niet echt bekend in de oren klinken, maar het is toch maar mooi de enige echte nummer acht-en-zestig in John M. Borack's vermaarde lijst van ultieme powerpop albums (voor de liefhebbers, klik & kwijl). LMNOP is het ietwat schimmige éénmansbandje van Stephen M. Fievet aka Don W. Seven aka Marcia L. Lampe aka etc., van wie ik per ommegaande een vriendelijk mailtje ("Thanks and have a great 2008... donw7 ") terugkreeg toen ik de plaat bestelde via zijn website. Fievet schijnt iets van een cultfiguur te zijn in bepaalde kringen, hij is ook striptekenaar, dichter en, blijkbaar reeds sedert 1996, internetmuziekrecensent (van Napalm Death via Anne Murray tot Wynton Marsalis, zo zien we het graag), maar er is verder niet veel terug te vinden over zijn bandje en hemzelf, dus als er iemand is met wat meer info (interview?)... Zoals ik al van de (komt die grap) elemenopeedrietjes wist, is de plaat in ieder geval tamelijk geniale twee-ige powerpop met een fikse britse Buzzcocks cum C86-vibe en een voorzichtig streepje SoCal punkpop. Ik viel ook meteen als een blok voor z'n stem, wat u?

MP3 LMNOP "Tapes"
MP3 LMNOP "Please Believe Me"
MP3 LMNOP "Comparative Analysis"


En de hele plaat staat vol met van zulkse pareltjes... Maar kers op de taart is toch wel die groene US Postal Service sticker op het pakketje. "Kwantiteit en gedetailleerde omschrijving van inhoud: 'plaat'." Een 'kadootje' van de heer S. Fievet. En hij heeft m'n naam nog goed geschreven ook!

Monday, April 7, 2008

Bump To The Grind: Anatomie van een groove


Normaal gesproken hoor ik mijn muziek het liefst ouderwets in hapklare albumbrokken, maar de afgelopen tijd heb ik eindelijk eens de shuffleknop in iTunes durven indrukken: Een grabbelton van 15.000 liedjes in allerlei genres, wat een pret! Zo hoor je weer eens dingen die je niet zo snel 'echt' zou opzetten en merk je ook wat je nou eigenlijk echt heel goed vindt; Repulsion, bijvoorbeeld.

Kort-door-de-bocht & bondig: Repulsion kwam uit Flint, Michigan en vond ruim twintig jaar geleden de grindcore uit. In 1989, de band was inmiddels al uit elkaar, werd hun demo Slaughter Of The Innocent (uit 1986) door bewonderaars/donderstelers Carcass alsnog op CD uitgebracht onder de titel Horrified. Ik kan me nog levendig mijn eerste luisterbeurt herinneren: Na het wekelijkse bezoek aan de CD-verhuurwinkel nam ik op vrijdagavond mijn vaste plaats in op de convectorput in de huiskamer, op walkmankoptelefoonsnoerafstand van de spiksplinternieuwe familie-CD speler, half tussen de gordijnen met de rug (tegenwoordig achilleshiel) tegen het koude raam om de TV niet te blokkeren voor ouders en zusjes. Ik was op dat moment blijkbaar even vegetarisch off the wagon, want als ik de plaat nu terughoor, ruik en proef ik onmiddellijk weer het broodje met geroosterd vleesch dat ik at tijdens het luisteren, een associatie die natuurlijk nog even lekker dik wordt aangezet door de bandnaam én de titel van het eerste nummer, "The Stench Of Burning Death".

Nou had ik destijds al wel die andere oergrindband Napalm Death gehoord, maar die vond ik eerder nogal grappig dan bijzonder goed. Had waarschijnlijk ook te maken met Henk Westbroek, die in Hilversum 3's metalprogramma VARA's Vuurwerk (dinsdagavond na de voetbaltraining) bij wijze van gimmick, gesandwiched tussen bands als Sleeze Beez en Dokken, steeds alleen de nummers van een seconde of 5 draaide; maar goed, zelfs de van de buurjongen getapete Scum / From Enslavement To Obliteration dubbellaar vond ik weliswaar fascinerend, maar deed me uiteindelijk niet heel veel. Dan zette ik liever nog een keer Back For The Attack op.

Horrified beviel meteen een stuk beter. Als ik het nu terughoor snap ik wel waarom: Minder chaotisch, strakker gespeeld en, ook niet onbelangrijk voor een vijftienjarige, gestoken in een 'normale' splatter-metalhoes; zie hierboven mijn middelbareschoolagenda-impressie ervan, circa 1990/1991. Die agenda is verder van voor tot achter dichtgeplakt met foto's uit muziekbladen en dus ook een erg amusante neerslag van de ontwikkeling van mijn smaak dat schooljaar: Het begint met Overkill en Dark Angel en gaat via R.E.M. en The La's naar Jaco Pastorius en Captain Beefheart op de laatste bladzijdes.

Anyhoo, Repulsion springt er nu dus nog steeds uit in m'n playlist en roept bijvoorbeeld de vraag op of de eerste inderdaad vaak de beste is. Zie bijvoorbeeld ook Ray Charles, The Beatles, Led Zeppelin, Ramones etc. Daar wilde ik hier wat over verder mijmeren, todat me iets anders opviel; helaas voor u allen, want het is weer drummersgeraaskal vanaf hier...

In de All Music Guide omschrijving van Horrified valt het volgende te lezen: “…alternating between blastbeats and double-time thrashing, with only a few sections approaching any kind of groove." NOT! Waar de oude Napalm Death het vooral moet hebben van blurry britse crustpunk white noise erupties (die ik in de loop der tijd ook wat beter heb leren waarderen), klinkt Horrified toch gewoon heel erg old school death metal, rauw & catchy, zeg maar gerust rock 'n' roll, en het zijn juist niet de vernieuwende blastbeats die het hem doen: Het lekkerst zijn de nummers waarin veel gebruik wordt gemaakt van, zoals ik het maar noem, de grind stomp. Wat dat betreft zijn Napalm Death's Mick Harris en Repulsion's Dave 'Grave' Hollingshead dan wel allebei klassieke halve drumzolen, maar is de één meer een vermakelijke ADHD clown à la Keith Moon, en komt de tweede, met zijn Hitlersnor & -zijscheiding en veroordeling voor grafschending, eerder voort uit de minder vermakelijke doch hard groovende klootzakken-school van John Bonham. Overigens bedacht Harris de term 'grindcore' en schittert hij bovendien op de ultieme extreme metaldrummersfoto (ik steek ook altijd graag m'n tong uit als ik goede muziek hoor, wat is dat toch...):


Maar goed, de grind stomp dus. Het geheim hiervan is de geïmpliceerde tweede tel (als tweekwarts geteld, éé-ne-twee-je):

BAS-SNARE-(niks)-SNARE, BAS-SNARE-(niks)-SNARE enzovoorts

De basdrum op de tweede tel ontbreekt dus, waarbij aangetekend dat de tweede snare meestal een vette boost krijgt middels een dubbele of enkele grace note (voorslagje/- roffeltje) van de basdrum. In feite is het een snelle, gemankeerde variant op de klassieke D-beat, en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de stomp daar ooit per ongeluk uit is ontstaan vanwege het ziedende tempo. Dit uit-nood-geboren / schitterend-ongeluk principe is bijvoorbeeld ook waarneembaar in het lepe truukje van het 'laten lopen' (= niet spelen) van de eerste snare, wat inmiddels behoorlijk is ingeburgerd in de extreme metal om de polsjes even wat rust te geven aan het begin van een maat. Ook dat klinkt altijd erg fijn, en ik vraag me wel eens af of ik het, ahum, 'artistiek' zo hogelijk kan waarderen omdat ik als het ware het relaxmomentje van de drummer kan navoelen, of dat het voor iedere luisteraar een goed in het gehoor liggende uitgestelde kickstart is...

Maar terug naar de hoofdzaak: De originele D-beat werd 'uitgevonden' door en is vernoemd naar punkband Discharge en heeft zelfs een compleet nieuw desgenaamd genre voortgebracht. In vergelijking met de grind stomp heeft de D-beat behalve een lager tempo, ook een extra basdrum-kick vlak na de eerste snare (maar net vóór de tweede tel), wat ik persoonlijk nogal een flow-verstorende lompe hobbel vind, als een Doc Martin tegen je knieschijf. Hierdoor sneeuwt immers die cruciale geïmpliceerde tweede tel een beetje onder en dat is zoals gezegd het geheim van de stomp: Door het ontbreken van de basdrum op de tweede tel wordt de razende snelheid voor het gevoel gehalveerd en stuiter/headbang je dus heerlijk comfortabel van eerste tel naar eerste tel. Het groovet, waar de bonkige D-beat toch vooral oproept tot a-ritmisch ellebooggepogo:

Fonetische D-beat:
boemTAKboem-boemTAK, boemTAKboem-boemTAK, enz.

Fonetische grind stomp:
boemTAK-rffTAK, boemTAK-rffTAK, enz.

Hoog tijd voor wat audio-voorbeeldjes, niet? Metalcoreband Terror (die ik toevallig deze week in het Patronaat ga zien) was zo vriendelijk om beide ritmes zo goed als achtermekaar in één nummer te stoppen; de drummer begint ondanks het hoge tempo dapper met een pokdalige D-beat, maar schakelt, als de zang erbij komt en het couplet begint, wijselijk over naar de oneindig veel geilere grind stomp:

MP3 Terror - "Test My Convictions"

OK, even een stapje terug, want dat ging enkelen van u wellicht een pietsie te snel, zo out of the blue. Hier een stug volgehouden, klip en klare D-beat van de Bazen zelve:

Discharge - "Does This System Work?" (YouTube)

Nu, om de huppelkadans van de grind stomp er even goed in te krijgen, luister eens naar deze openingsriff (het gaat hier dus even niet om de drums, maar puur om het ritme van de gitaarriff):

Karma To Burn - "Thirty" (YouTube)

Duhduh-tuh duhduh-tuh duhduh-tuh enz., dus, simpel zat; maar dit is dan ook een vertrouwde halvetijds vierkwarts rock-groove, het ritme waar de stomp voor de goede verstaander slecht naar hint. Vertaald naar drums in uptempo grindcore tweekwarts wordt dat dus zoals gezegd: boemtak-tak boemtak-tak enz. Got it?

Welaan, tijd voor Repulsion zelf, waarbij ik meteen maar toegeef dat de stomp lang niet altijd strikt en non-stop door de drummer wordt gespeeld en voor het ongetrainde oor misschien ook lastig te horen is door de grafkelderproductie en het hoge tempo. Het leuke is echter dat de gitaarriffs het patroon, met accenten op de snare (de ‘tak’) van de afterbeat, vaak overnemen, zoals bijvoorbeeld in deze twee liedjes goed te horen is (en fijn ook hoe bij beiden op het eind de boel nog even grondig aan gort wordt geblast). Probeer eens of u hem kunt horen, of beter gezegd, voelen:

MP3 Repulsion - "Slaughter Of The Innocent"

MP3 Repulsion - "Bodily Dismemberment"

Zeg nou zelf, eigenlijk is het gewoon Motörhead-voor-Echte-Manne, toch? In “Slaughter Of The Innocent” speelt Dave 'Grave' z’n fills ook nog eens lekker over de eerste tel heen, waardoor hij met zijn crash uitkomt op de 'tak'/snare/afterbeat, net als de gitaarriff.

Ter vergelijking, bij het volgende nummer begint hij met de standaard polka/thrash-beat ('boemtakboemtak' ad infinitum), maar pakt hij in het couplet samen met de gitaren ook weer fijn de stomp accenten mee in de tekstloze gaatjes aan het einde van de maat:

MP3 Repulsion - "Radiation Sickness"

En tenslotte gaan hier de drums op z'n polka's rechtdoor, terwijl de gitaren wél de grind stomp afterbeat benadrukken; maar eerlijk gezegd plaats ik deze gewoon als bonus track vanwege (do not adjust your speakers) de bassolo vlak vóór de eindstreep...yowzaah:

MP3 Repulsion - "Acid Bath"


Deze grind stomp, en nu wordt het pas écht interessant (ha!), heeft op wonderbaarlijke wijze ontzettend veel weg één van de meest basale ritmes uit de samba, meestal gespeeld door de tamborim maar vaak ook door de snare. Niet alleen het ritme is vergelijkbaar met die van de stomp (al ligt het accent in samba duidelijk meer op de eerste tel), maar het heeft ook nog eens diezelfde lekkere slordig struikelende swingfeel, ook hier weer vanwege het krankzinnige tempo dat met één hand moet worden opgebracht, alsmede het feit dat bij samba meestal een mannetje of tien (of vijftig) dezelfde partij dienen te spelen. Wel is dit allemaal ook weer, net zoals bij Karma To Burn, in gehalveerd basistempo, dus houdt steeds die 'duhduh-tuh duhduh' in je achterhoofd en luister:

Tamborim (helemaal op het eind, zo ongeveer vanaf 0:59, speelt hij hem het duidelijkst; de eerste tel (de 'basdrum') is te herkennen aan het kantelen van het trommeltje):


Hier hoor je het voorgedaan op een sambadrums instructie CD, met de snare in de rol van de tamborim inclusief wat variaties; op het eind ('exercise number 6', vanaf 2:00 min.) speelt hij het op het hele drumstel en wordt hopelijk duidelijk wat ik bedoel:

MP3 Duduka Da Fonseca - "More Snare Drum Patterns For Samba"

En hier van dezelfde CD gespeeld door een compleet samba-batucada ensemble (de 'grind stomp tamborim' in je linkeroor vanaf 0:13 min., en de snare helpt ook een handje):

MP3 Duduka Da Fonseca - "Batucada (With Trombone)"

Nog een leuke bijkomstige variant: Hetzelfde ritme verschuift als het ware naar triolen (drie even lang durende noten over de maat verspreid) als je het snel en met z'n heel velen gaat spelen; en jazeker, ook bij Repulsion (en sowieso in metal) wordt de triolen-fill geregeld van stal gehaald (hoor bv. "Bodily Dismemberment"). Dit filmpje laat een repetitie zien van één van de beroemdste samba-scholen van Rio, Mocidade. Van een onvoorstelbare schoonheid zonder meer, maar het triolendingetje waar het nu even om gaat hoor en zie je het best zo ongeveer vanaf 2:00 min., als de cameraman naar voren loopt richting tamborims:

Caixa da Mocidade


En om de cirkel sonisch helemaal rond te maken, hier nog wat harsh noise batucada in volle braziliaanse vinyl-rip glorie; nietsontziend, hard en groovend als Repulsion. Let met name op het grind stomp tamborijntje in de breakdown op 0:32 min. en de wellicht beter van Frans Bauer bekende triolen-fill, steeds vlak voor de "HEEEEEYYY!":

MP3 Escola De Samba Salgueiro - "Ensaio De Ritmos"

Enfin, wat ik maar even wou zeggen: Horrified is nog steeds zooooo enorm de moeite waard, niet als historisch verantwoord 'moetje' à la "Rocket 88", of omdat Repulsion het alleenrecht heeft op de grind stomp (verre van), maar gewoon, omdat de riff van "Slaughter Of The Innocent" om te huilen zo mooi is. Ik ben weken, zo niet maanden met dit stukske bezig geweest (Repulsion is inmiddels waarschijnlijk al lang & breed de top tien van mijn Last FM stats binnengedenderd), maar ja, het valt nu eenmaal niet mee om een beetje coherent te redenen als de adrenaline door je lijf giert. Waarvan akte.

Rest ons nog de ultieme rechtvaardiging voor dit subjectieve betoog, zijnde de tekst van het refrein van deze evergreen:

Sunday, March 30, 2008

HoM --> PL


Profound Lore is één van de hipste ondergrondse metallabels van het moment, uit Canada nog wel. Vorig jaar zetten ze zichzelf ogenschijnlijk vanuit het niets op de kaart met cutting edge extreme platen van Alcest, Portal, Wold en zo nog een stuk of wat bands die de grenzen van het genre opzoeken en meestal ruimschoots overschrijden, bijvoorbeeld door elementen uit avantgarde noise, folk of shoegaze toe te voegen. Uitstekende munitie dus ook in de 'strijd' tegen de naysayers die metal nog steeds louter in termen van Spinal Tap en Beavis & Butt-head wensen te blijven bezien. Zopas is de catalogus alweer uitgebreid met een mooie nieuwe plaat van Wrath Of The Weak, één-persoons black metal uit New York met een eigen smoel waar er een hoop jaloers op mogen zijn. Maar het beste bewijs van Profound Lore's exquise smaak is wel dat, als ze dan toch een volbloed zwaarden&tovenaars \m/HEAVY\m/METAL\m/ band (want eerlijk is eerlijk, dat blijven toch de leukste) aan hun roster toevoegen, ze ook maar meteen het bestbewaarde geheim van het genre weten te strikken: Hammers Of Misfortune, astebliefdankjewel. De plaat van het jaar zal met een beetje geluk in het najaar verschijnen, dus wanneer tout metalland tegen die tijd het spandex staat te besmeuren... remember, you heard it here first! Ik heb mezelf bij wijze van zoethoudertje vast The August Engine op vinyl kado gedaan.

Meer over Profound Lore hier (Popmatters feature).
Meer over de Hammers hier (x hiram x feature).

Welaan, speakers op 11:
Hammers Of Misfortune - "The Locust Years" (live @ SXSW 2007; let op voor dat Heerlijk Headbangmomentje op 2:03 min. en Venom t-shirt)


Hammers Of Misfortune - "Trot Out The Dead" (live @ SXSW 2007)

Monday, March 17, 2008

Decrepit Death


Niet iedereen van mijn generatie zal het even grif toegeven, maar dat hele retrothrashgebeuren is natuurlijk gewoon keileuk (mijn favoriet is TOTAL WAAAAAAAAARbringer), en niet in de laatste plaats omdat het een goede aanleiding is om de oude (semi)klassiekers weer eens uit de kast te trekken. Nooit gedacht dat ik anno 2008 nog eens een druilerige zondag zou opzomeren met Moeilijke Tweede platen van bonafide rechter-rijtje-eerste-divisie-thrashklanten als Atrophy (opener "Puppies & Friends" nog steeds toppie) en Defiance (vette productie, apart drumwerk, ik had blijkbaar in 1990 ook al goede smaak :) ). Desalniettemin is het erg verfrissend als je voor de verandering een band tegenkomt die de teletijdmachine nu eens niet op '1988', maar op '1995' heeft geprogrammeerd: Decrepit Birth. De naam doet goregrind vermoeden, maar hun nieuwe plaat Diminishing Between Worlds is een verrassende hommage aan de 'klassieke' melodische, technische death metal zoals Death die perfectioneerde op Individual Thought Patterns en Symbolic. Twee jaar terug maakte Into Eternity ook al een dergelijke Schuldiner-aanbiddende langspeler (The Scattering Of Ashes), maar waar die Canadese band het vooral vanuit de power metal hoek benadert, wortelt Decrepit Birth (uit Santa Cruz) stevig in n00ties br00tal hakketakke techdeath. Minder liedjes met kop & staart en meer blastbeats dus dan Death, maar het gitaarwerk is prachtig plagiaristisch Chuckiësque (zelfs de gouwe ouwe “Leprosy”-riff wordt geciteerd in “Essence Of Creation”) en de kracht van de plaat, die bij vlagen ook wel Morbid Angel in gedachten roept, zit 'm toch echt in de talloze melodieuze riffjes en solootjes, niet in de stootkracht, en dat is een dappere keuze binnen dit genre. De sound is relatief organisch (je kunt de gitarist horen ‘overpakken’ tijdens de breakdowns), en de bas flappert zich, vertrouwd à la DiGiorgio, zo nu & dan naar voren in het geluidsbeeld. Groei-/zoekplaatje dat niet snel gaat vervelen en zelfs geregeld, dare I say… ontroert. Qua death ben ik sowieso weer even uit de brand: De nieuwe Dismember is de oude school beukplaat die ik vorig jaar node miste (hun gitaarsoundcheck in P3 vorige maand is mijn voorlopige concerthoogtepunt van 2008) en Portal’s Outré is aan de andere kant van het spectrum het over het hoofd geziene avantgarde-snoepje van 2007; alsof ze de zieke bonustracks van de laatste Morbid Angel aanelkaar hebben geplamuurd tot één loodzware ondoordringbare plak, uhm, kangaroestront.

Kitchen sink death metal, who'd've thunk it?
Decrepit Birth - "The Living Doorway"

Monday, March 10, 2008

tararaBOEMdiejee


Na lang dralen heb ik een paar weken terug toch maar eens de stoute schoenen aangetrokken en werk gemaakt van een nieuwe set-up voor m’n drumkit, namelijk met de floor tom recht voor de snare, zo’n beetje tussen hihat en bass in. Bij m’n rechterhand ontstaat hierdoor een zee van ruimte voor het op standje allerlaagst & waterpas afgestelde ride bekken, en de crash staat, enigszins provezorisch, midden op de basdrum gemonteerd, daar waar normaal gesproken de hoge toms zitten; die heb ik nu dus inmiddels helemaal afgeschaft in mijn streven naar creatief minimalisme. Die ene floor tom is in feite namelijk toereikend genoeg voor fills en eerlijk gezegd houd ik ‘m dan nog voornamelijk in ere om af en toe eens fijn uit dat schier onmisbare hersenloze junglepunkabilly-vaatje te kunnen tappen; fills schmills! Een zeer functionele, doch vrij weinig gebruikte techniek voor het maken van een fill (of beter, een dynamische overgang) is bijvoorbeeld een eenvoudige bass/crash (danwel bass/halfgeopende hihat) combinatie op het eind van de maat; door het ontbreken van de traditionele snare-backbeat klinkt het immers al snel als een ‘echte’ break, en zo kan, vaak met een goedgeplaatste snare als startschot, een kind de was doen. Toch is het zoals gezegd nogal een ongebruikelijke move, het komt misschien soms zelfs wel over als een 'fout'. Toen ik dit truukje laatst zelf gebruikte in de studio, zei de producert bij het terugluisteren meteen: “Zal ik er daar maar ff een snare-tje bijprikken?”, waarop ik hem met handen en voeten duidelijk moest maken dat ik het toch echt zo bedoeld had… Gelukkig sprong de bassist bij door te zeggen dat hij het óók wel “een typisch Hiram-dingetje” vond :-) Hoe dan ook, het geeft mij wel een beetje die rudimentaire dweilorkesttamboer-basdrum-met-bekken-erbovenop-vibe, en het heeft ook wel iets "kijk eens mama, zonder handen!" stoers.

Het is lastig (lees: ik heb geen zin) om er zo even wat zonneklare voorbeelden bij te zoeken, (al schieten me nu spontaan "Shatter The Empyrean" en "My Name Is Jonas" te binnen), maar een opperbest gevalletje van bass/crash-happy (de coupletten!), bijna volledig tom-loos, creatief minimalistisch drummen hoorde ik vanmiddag op de iPod langskomen, en dat nog wel in een genre dat bekend staat om zijn power fills; schrikt niet, want het begint nogal in de hondenfluitjesregionen:

Judas Priest - "All Guns Blazing"

Sunday, March 9, 2008

X-mal Deutschland


Leo en ondergetekende vormen dan wel de ritmesectie van een kuntrie-bandje, voor één gat zijn we niet te vangen, dus gisteren reisden we per spoor af naar de Domstad voor de opening van de Duitse themaweek aldaar, genaamd Mitte Bitte. Op het menu stonden achtereenvolgens modern klassiek, vrije jazz en digital hardcore.

Een mopje Stockhausen kan ik zeker wel waarderen op z'n tijd, maar het voor mij onbekende Kontakte (voor percussie, piano en electronica) leek op voorhand toch wel zware kost voor een voorgerecht. Dat viel reuze mee, ik vond het erg fris en toegankelijk klinken, al was er wel steeds een klein rock 'n' roll stemmetje in m'n hoofd dat vroeg om wat meer show en tribune-opschuddend volume. De percussionist, een kruising tussen Ian Curtis en Mr. Bean, was hoe dan ook een genot om te aanschouwen; ik zou ook wel cimbalen met de achterkant van mijn stokken willen strelen for a living, en als onvoorwaardelijk liefhebber van de voetbediende hihat viel ik helemaal met de neus in de boter, want ook de pianist had er één tot zijn beschikking naast het klavier. Hij kan nog wel wat techniektips gebruiken, eerlijk gezegd :-) Maar mooi was het zonder meer.

Vervolgens ging het van theater Kikker naar het SJU Jazzpodium, een soort moderne beatkelder met een laag, golvend plafond en een op de één of andere manier erg prettig podium. Erdmann 3000 verblijdde ons met een begeesterde set moderne improv, waarbij gitarist Frank Möbus hoe langer hoe meer de show ging stelen met zijn bedrieglijk bescheiden, keyboard-achtige sound. De rollen in het combo waren niet zelden omgekeerd, in die zin dat de tenorsaxofonist, contrabassist en gitarist beurtelings de puls bewaakten, terwijl drummer John Schröder vooral druk bezig was om ieder gaatje dicht te roffelen met een gezonde minachting voor het basisritme. Dit werd nog eens grappig onderstreept door het gebruik van de muziekstandaards: Voor de melodici was het een traditionele spiekbriefjesdrager, voor Schröder een spontane toevoeging aan zijn instrumentarium. Het werkte allemaal bijzonder goed, wat mij betreft de beste act van de avond en ik baal dat ik uiteindelijk vergeten ben een 'Produkt' (zoals Möbus het aanprees) mee te nemen.

Achterin de zaal werd het tijdens het optreden van 'E3K' almaar rumoeriger van de rusteloze jongmenschen, die zich reeds verzameld hadden voor het kleine verhoginkje waarop Alec Empire aanstonds recalcitrant zou gaan staan wezen, en ja, ook wij waren, gecharmeerd van zijn laatsteling The Golden Foretaste Of Heaven, toch in de eerste plaats voor hem naar Utrecht gekomen. Empire speelde echter solo en in plaats van de duistere popliedjes van zijn nieuwe plaat, gebruikte hij vooral amorfe, beat- en vocaalloze klanken om zijn digitale haardkoorvuurtje op te stoken, een tactiek die maar gedeeltelijk werkte naar mijn smaak; de beste momenten waren toch die waarop er enigzins beatsgewijs op de onderbuik werd gericht, toonsculpturen boetseren blijkt niet Empire's sterkste kant. Waarbij aangetekend dat we er na een dik halfuur alweer jammerlijk vantussen moesten om nog een min of meer gristelijke trein te halen; wel nam ik voor thuis op de bank nog snel een J-noise mixceedeetje mee. Overigens komt Empire volgende maand mét zijn band the Hellish Vortex naar Den Haag, en wat betreft Mitte Bitte lijkt me de komende vrijdag wel wat, met de vertoning van Full Metal Village, een documentaire over het vermaarde Duitse metalfestival Wacken Open Air, en aansluitend nog wat noise-lekkers elders op het Utregse Stadtkulturfestival.

De credits voor de geile foto daarboven gaan naar Leo, die zich met gevaar voor eigen leven achter op het schavot van Herr Empire waagde; hulde!

Alec Empire - "On Fire"

Monday, March 3, 2008

A portrait of the artist as a poldercajónista


Waarom weet ik eigenlijk niet eens meer precies, maar een jaartje of anderhalf terug geraakte ik verzeild in de wondere wereld van de polderflamenco en sindsdien speel ik her & der wel eens op mijn veredelde sinaasappelkistje samen met danseres E. en gitarist L. Naar flamenco luisteren deed ik nooit en doe ik nog steeds niet, dus er is vast van alles & nog wat mis met mijn spelenderwijs bijelkaarverzonnen techniek en stijl, maar ach, zolang het nog leuk ende leerzaam is (flamenco is ritmisch enorm gecompliceerd en dus uitdagend) en de reacties van medemuzikanten en toehoorders overwegend positief zijn, blijf ik nog wel even bijschnabbelen als kistjesmeppert. Bovendien heb ik met mijn paardenstaart, lange zwarte jas en Spaanse cowboylaarzen een serieus Antonio Banderas / El Mariachi-ding gaande (“Laat maar L., ik pak die gitaarkoffer wel!”), en ja, deze stoere viking houdt nou eenmaal wel van een verkleedpartijtje op z’n tijd.

Qua optreden is het een compleet ander circuit dan dat van een ‘gewoon’ rockbandje zoals ik gewend ben. Je komt op het soort van lokaties waarover Nico Dijkshoorn altijd zo ontzettend grappig schreef in het helaas ter ziele gegane voetbaltijdschrift JOHAN, bijvoorbeeld over de charmes van het lauwe frikandellen eten om half elf ’s ochtends in een snikhete kantine temidden van 25 schuimbekkende mongloïde G-voetballers. Zo speelden we al eens op een tentoonstelling in een tot café omgebouwde kerk; op een wijkfeest in een voormalig abattoir; in de groooooote zaal van de Haarlemse Philharmonie tijdens een nieuwjaarsbijeenkomst voor ambtenaren; en in Amsterdam op een Spaans thema-feest van een o-zo-typische grachtengordelbasisschool, waarbij de P.C. Hooft-flamenco outfitjes van de koters die van E. zelf ruimschoots overtroffen. Oh, en we repeteren doorgaans in een speeltuingebouwtje annex buurthuis onder toeziend oog van de lokale hangbejaarden en hun matig gedresseerde viervoeters, die reeds van acquit af bleken te kampen met een hardnekkige orale fixatie jegens de breeduitwaaierende jurk en mantón van E.

Afgelopen vrijdag mochten we ons ding komen doen in de kunstuitleen te Bergen: Artistieke types, tapas, wijn in plaats van bier, van dattum. Nou was het repeteren er, mede vanwege mijn dubbelgeklapte voetbalenkel, de laatste weken nogal bij ingeschoten en klonk het geheel mij toch echt iets té arty farty in de oren om er Voicst in het Patronaat voor te laten schieten, dus ik had al voorzichtig geprobeerd om voor deze keer maar eens mijn snor te drukken… doch dominatrix E. hield furieus heur poot stijf en je schijnt nou eenmaal te allen tijde de danseres te moeten volgen bij flamenco, dus hup, ik met frisse tegenzin en een hard hoofd toch maar mee naar het kunstenaarsdorp.

En natuurlijk was het toch gewoon wel weer erg leuk, al werd de voorstelling enigzins bemoeilijkt door de betonnen vloer, waardoor het voor L. & mij verdomde lastig was E.'s voetenwerk te kunnen horen. En dat terwijl de gastvrouw ons telefonisch nog zó had verzekerd dat het geen probleem zou zijn; ze had immers vantevoren het linoleum al even aan een deskundige akoestische test onderworpen middels twee (één was uiteraard volkomen futiel geweest) omgekeerde plastic bekers! Dit kleine ongemak, alsmede de daaruitvoortvloeiende, bepaald niet geringe fuck up van L. tijdens zijn colombianas pièce-de-résistance niettegenstaande werden we enthousiast onthaald en kregen zelfs veelvuldig las palmas in de lucht en de voetjes van el concreto; kunstenaars blijken een bijna net zo dankbaar publiek als lagereschoolkinderen. E. kreeg ook nog eens onbedoeld de lachers op haar hand door mij aan te kondigen als "eigenlijk een metaldrummer, maar dan met gevoel voor ritme", en ik des te meer door haar te corrigeren met "countrydrummer". "Alfredo Garcia", fluisterde ik de lieve schat van een gastvrouw in het voorbijgaan grijzend toe, toen zij bij wijze van dank ons ieder (u leest het goed) een volle koektrommel overhandigde en tijdens de afkondiging mijn naam bleek te zijn vergeten... godzijdank hadden de pre-show rode wijntjes hun uitwerking niet gemist.

Ook uit Bergen, het bewijs dat metaldrummers echt wel grappiger zijn dan countrydrummers:
Immortal - "One By One"