Monday, September 8, 2008

Bulldozerpop: Marion Raven


We doen even een blokje zwaar verslavende aalgladde meidenmetalpop, gewoon, omdat er immers niet zo héél veel leukere dingen bestaan op dit ondermaanse en vreemd genoeg toch lang niet iedereen daar van op de hoogte schijnt te zijn.

Marion Raven (website; MySpace) is een Meat Loaf-meisje met een schattig Scandi/Disney/teenpop verleden. Waar haar M2M-maatje Marit Larsen tegenwoordig tintelfrisse ABBAesque indiefolkpop maakt (Nieuwe single! Nieuwe plaat dit najaar!! Nieuwe invloeden: Gillian Welch, Dolly Parton & Alison Krauss!!!), is Raven van de onverbiddelijke quiet/loud shock & awe bulldozerpop: Monsterlijke gitaarmuren en dito hooks maken over-the-Céline-Dion-top-goth-power-metalpop zoals alleen de Noorvrouwen dat kunnen. Ik ben groot fan. Filmpjes!

"Break You": Deze orkaankracht is nauwelijks navoelbaar in YouTube-format. Mijn favoriete detail in dit nummer is de switch naar The Big Rock Ride Cymbal halverwege het refrein. In jaren tachtig videoclips werd van de drummer verwacht dat hij op deze momenten met zijn stok naar de camera wees, onderwijl zijn beste rock face uit de kast halend. Chad Smith doet een hele mooie in RHCP's clip voor "Dani California" (op 2:47); als je Tommy Lee heette, deed je het zo.

"Heads Will Roll": Nog 'n Mötley Crüe momentje, dit keer letterlijk middels een gastbijdrage van Nikki Sixx. Duidelijk gevalletje van 'quasiNINindustrialsoftcockrockchique'.

"Get Me Out Of Here": Powerpop mash-up: Orgeltje van de Cars, openingsriff van Urge Overkill's meer dan geniale "Sister Havana".

"Here I Am": Carrie Underwood doet Evanescence. Mooie harmony-vocals-met-zichzelf à la Kay Starr in het refrein. Minder mooie Nickelback rip-off na de bridge.

"Set Me Free": Even zwaaien naar Alanis in de pre-chorus allemaal, en vervolgens weer snel bukken voor de zessnarige bomaanval.

"Falling Away": 1980s popmetal met een 1990s gitaarmuur.

Zo heb ik nog wel een kwartetje of wat onweerstaanbaar hard rockende jongedames in de aanbieding, maar poeh hey, dit is voorlopig wel weer even genoeg pixelated 128kbps gerinkel-de-kinkel voor één blogpost; bovendien hebben de jongens van Google Ads me inmiddels ook genadeloos ontmaskerd ("Meet Sexy Local Gay Men"). Later meer, inclusief een compilatieZIPje, want zoals gezegd, YouTube blijft behelpen. Hier vast een teaser voor de volgende aflevering:

Skye Sweetnam - "Billy S."

Saturday, September 6, 2008

Nutteloze Lijstjes #2: Favoriete (ex-) Judas Priest-leden


1. K.K. Downing
2. Rob Halford
3. Glenn Tipton
4. Les "Feathertouch" Binks
5. Simon Phillips
6. Scott Travis
7. Ian Hill
8. Dave Holland
9. Alan Moore
10. John Hinch
11. Tim "Ripper" Owens
12. Al Atkins

Fun fact: Kenneth Downing, Jr. kreeg zijn bijnaam op een vroege Priest tour in Denenmarken, van een lokale vrouwelijke fan die zijn echte voornaam niet kon uitspreken. Ik stel voor dat we die nieuwe '10' van FC Twente vanaf nu dan ook maar KK Perez noemen.

"Mr. Downing is primed & ready on a Sunday - oooooowww...":

Wednesday, September 3, 2008

De Hammers Of Misfortune Street Team Komt Naar Je TOE Deze Najaar

Terwijl de rest van het internet peentjes zweet over de vers gelekte nieuwe Metallica (die zowaar niet onaardig klinkt, zo op het eerste gehoor), moeten wij hier uw aandacht toch even vestigen op de twee nieuwe pareltjes die ons knuffelbandje Hammers Of Misfortune zopas voor de zwijnen wierp. Over twee maanden komt de langverwachte dubbelelpee uit, of zoals de band het noemt, 'een split met zichzelf'. De twee teasers klinken ondanks enkele bezettingswisselingen (waaronder een nieuwe zanger) nog onmiskenbaar als de Hammers van The August Engine en The Locust Years, al vermoed ik mede op basis van het concept, de pasticheuze hoezen (Hawkwind? Ramases?) en de tracklists dat sommigen onder ons hun prog-o-meter weer even wat bij zullen moeten stellen (de Opeth-invloeden lijken er niet minder op geworden, getuige "Rats Assembly"). De productie lijkt ook niet noemenswaardig anders of beter, maar uiteraard stellen we dat oordeel beter uit tot we het vinyl in huis hebben. Het titelnummer van de tweede plaat is in ieder geval alvast prachtig, luister maar:


Monday, August 11, 2008

The Guitar Sounds By Itself

Toen ik van het weekend naar Lenny Kuhr lag te luisteren op het weer reuze gezellige Folkwoods festival in Eindhoven, zat ik ondertussen toch stiekum wat te bladeren door de zojuist ontvangen Engelse vertaling van het uitputtende standaardwerk Swedish Death Metal van Daniel Ekeroth; het eerste hoofdstuk belooft in ieder geval veel goeds, en dat gaat dan nog slechts over het ontstaan van death metal in het algemeen. Nou had ik het eerder al eens verlekkerd over het kenmerkende gitaargeluid van Zweedse death metal en van Dismember in het bijzonder. En ziedaar, ter promotie van zijn boek heeft Ekeroth een clipje gemaakt waarop hij ons deelgenoot maakt van de diepste geheimen van die onovertroffen smerige sound, op dusdanige wijze dat ik het u niet kan onthouden (ofschoon ik ernstig met de mogelijkheid rekening houd dat hij ons hier zwaar zit te fokken...):



En nu we toch even ordinair aan het grappige-filmpjes-dumpen zijn, in aansluiting op de vorige post over Slayer ook nog maar even deze klassiekers, die de band treffender verbeelden dan alle boekenschrijverts bij mekaar (iedereen die het ook weet, nu lid worden van die last.fm groep!):



Thursday, August 7, 2008

Reign In Blood - het boekje


In de bijzonder prettige hap-slik-weg 33 1/3 reeks over klassieke albums verschenen dit jaar de eerste twee boekjes ter ere van metalplaten; niet over Zep en Metallica, maar over Sabbath en Slayer, want die zijn hardcore-der en eeuwig hipper. Master Of Reality kreeg de (semi-gelukte?) semi-literaire behandeling van Mountain Goat John Darnielle, Reign In Blood het min of meer traditionele ‘reconstructie a.d.h.v. getuigenverklaringen / persoonlijke herinneringen van de auteur en celebs / superlatieven-overload’ eerbetoon, van de hand van D.X. Ferris.

Een beetje sceptisch was ik wel vantevoren: Wat valt er nou nog voor zinnigs te zeggen over dit werkelijk door jan-en-alleman doodgeknuffelde standaardwerk, een plaat die bovendien überhaupt iedere beschrijving lijkt te tarten en gewoon is. De eerste dertig bladzijdes doen het ergste vrezen en zijn in drie woorden samen te vatten: Fuckin’ Slayer rules; en ook tegen het einde van het verhaal verliest Ferris zich weer in totaal overbodige Grote Woorden-loftuitingen (“Slayer is méér dan een metalband, het behoort tot de canon van de rock ‘n’ roll”) en overmatig veel aandacht voor de teksten (dat schijnen “uiteraard meesterlijke en onovertroffen overpeinzingen over het Kwaad” te zijn; ik zweer, nooit ook maar enige achting op geslagen). Maar gelukkig handelt de hoofdmoot van het boek over dat wat mij het meest interesseert, namelijk de minutiae van het opnameproces en wat daaraan vooraf ging.

Want áls ik al een prangende kwestie opgelost had willen zien in dit exposé, dan was het wel de precieze rol van de producer: In hoeverre kwam de koerswijziging ten opzichte van Slayer’s vorige plaat Hell Awaits, die toch meer traditioneel galmend episch jaren tachtig heavy metal was, uit de koker van de destijds (1985/1986) net doorgebroken 22-jarige Def Jam-labelbaas, RIB producer (zijn eerste metalklus) en inmiddels volop gelauwerde krasse knarren reanimator Rick Rubin? Ik heb jaren het sluimerende gevoel gehouden dat als bijvoorbeeld Anthrax’ of Dark Angel’s derde (danwel tweede) plaat door Rubin zou zijn geproduceerd, zij zonder meer de plek van Slayer in de geschiedenisboeken hadden ingenomen. Om met Anthrax te spreken: NOT! Op het moment dat Slayer bij Def Jam tekende was al het ultrakorte/-snelle/-harde songmateriaal voor RIB (grotendeels geschreven door gitarist Jeff Hanneman en sterk beïnvloed door zijn voorliefde voor hardcore punk) al op de band geslingerd in de oefenruimte (Tom Araya’s garage) en Rubin wilde juist koste wat ‘t kost het rauwe in-your-face geluid van die demo vastleggen in de studio. Met behulp overigens van zijn linker- én rechterhand, engineer Andy Wallace; Rubin was ook toen al in de eerste plaats de Zenmeester met de gouden oortjes die luisterde, wikte en beschikte vanaf de sofa en het vuile werk verder overliet aan de techneuten.

De fly on the studio wall-passages zijn zoals gezegd het leukst, bijvoorbeeld als Rubin aan de hand van een inderhaast geschetst tekeningetje aan Hanneman probeert uit te leggen welk een desastreuze uitwerking een reverb-effect (galm) heeft op de baan van de geluidsgolven uit zijn Marshall-versterker; de blik van Hanneman, die door Ferris wordt neergezet als zowel het brein achter RIB (tevens beaamd door de andere songwriter van de band, gitarist Kerry King) als het enige echte numbskull SoCal hesherdude feestbeest van de band, moet onbetaalbaar zijn geweest. Ook een scène om met graagte de fantasie de vrije loop bij te laten: Russell Simmons die samen met zijn Def Jam-homies in full Adidas-cum-bling regalia ook maar eens bij een Slayer-show gaat kijken waar zijn zakenpartner Rubin toch zo vol van is. En nu weten we eindelijk waarom (nl. genomen tijdens een festival in België) ze op die legendarische foto op de achterkant van de hoes toch met van die mietige 0,25 l. blikjes Stella Artois staan te poseren. Goed, ik zal niet alles verklappen, maar het is al met al best een onderhoudend boekje dus, met terecht ook veel aandacht voor drummer Dave Lombardo en zijn drie gloriemomentjes: De dubbele basdrumbreak in “Angel Of Death” (28 hits in 2 seconden!), het intro van “Criminally Insane” (inmiddels het ultieme drumsoundcheckcliché) en de knock-knock-knock-who’s-there flam tap binnenkomers van “Raining Blood”.

Maar de grootste eye opener zit voor de goede verstaander verstopt in Ferris’ beschrijving van de Hit City West studio in Los Angeles: “In an entrance/office-lounge area, a tabletop Galaga videogame kept musicians occupied while the rest of the band took their turn.” Kijk, dat is nou nog eens informatie waar we wat mee kunnen. Rubin, Russell, reverb, reptielenverzameling, rancuneuze ex-roadies, 25-cm.-spijkers-armbanden, Geen Slaap Tot Breukelen, Cubaanse percussie, Mengele, Chileense disco… vergeet het, allemaal niet van belang. Het sleutelwoord hier is Galaga. Klassieke 1981-stijl Space Invaders-achtige rapid fire shoot ‘em up met een surplus aan whammy bar joystick action ter ontwijking der vijandige projectielen... Ik bedoel, je moet er toch niet aan denken hoe Reign In Blood zou hebben geklonken als er een Frogger of Paperboy-kast had gestaan!

Tuesday, June 24, 2008

Hé, muur, stil 'es!

Gister plukte ik Night Of The Bloody Tapes van The Cherry Point ergens van het web en zonder dralen hing Last FM er het mij onbekende genretagje wall noise aan. Ha. Vandaar. Enzo. Later.

The Cherry Point feat. Andorkappen - Live in L.A. 2005 ('het' begint na één minuut; na een seconde of 20 loopt heer kersenpunt Phil Blankenship zelf even door 't beeld, kaal, snor)

Tuesday, June 17, 2008

Voorpret: Baroness


Na jarenlange associatie met achtereenvolgens de pornstache (1970s), de vlassnor (1980s) en de goatee (1990s) wordt metal in de 21e eeuw meer en meer bevolkt door heerschappen met een wat omvangrijkere gezichtsbegroeiing. Ook Baroness, morgenavond te aanschouwen in de Oude Zaal van de Melkweg, behoort onmiskenbaar tot het inmiddels bona fide subgenre van de beard metal. Let wel, de baard (uiteraard in ongetrimde wollige daklozenstijl) gaat hierbij lang niet altijd vergezeld van lange echte haren maar minstens even zo vaak van een afgeragde cumstained baseball cap of van die quasitribale oorlellen waar je een rijksdaalder of een kleine goudvis doorheen kan gooien. Muzikaal betreft het doorgaans een ratjetoe van sludge, stoner, doom, en post-metal(core), bovendien is het onderscheid met hipster metal zo goed als nonexistent, en tja, eigenlijk is het gewoon allemaal de schuld van Mastodon. Baroness heeft in ieder geval de koelste cover art van allemaal, getekend door zanger/gitarist John Baizley. Ik prefereer, “ik-vond-ze-al-goed-toen-ze-nog-slecht-waren”-stijl, nog steeds de twee oudere EPs, maar de debuut/doorbraak Rooie Langspeelplaat is ook vet als een honkbalpet; gaat dik de bom worden morgen. Ook voor al uw dakdekkingsklusjes, overigens.

Baroness - "The Birthing" (live 2007; engage treble reducer)

Monday, June 16, 2008

Dismember - "Under A Bloodred Sky"

Een band adoreren om z’n übervette gitaargeluid, dat is eigenlijk zoiets als van een vrouw houden vanwege haar rondborstigheid. Gelukkig schrijft Dismember met enige regelmaat ook nog puike liedjes. “Under A Bloodred Sky” van hun dit jaar verschenen titelloze plaat heeft alles wat je mag verlangen van een death metal nummer, and then some; ik ben nu al een paar keer letterlijk (fysiek) duizelig geworden van de eerste tachtig seconden. Snel, zwaar, bruut, to the point back-to-back killer riffage en vooral ook zweedser dan Ikea, want verdomd als dit geen 24-karaats popliedje is, met als crux de majeur-akkoorden van het refrein én het instrumentale black-ish pre-chorusje met perfecte bass/crash-boost op 't eind. Het is een nauwelijks waarneembaar verschil, maar die duizel is toch echt pop-bliss, en geen metal-adrenaline, of waarschijnlijker nog, een combinatie van beiden; alsof je straight bourbon chaset met een Breezertje. Blijf daar maar eens mee op je poten staan...

Maar nog even over dat gitaargeluid. Zoals ik al zei, de soundcheck vóór het concert van Dismember eerder dit jaar in Purmerend was voor mij eigenlijk al de entreeprijs dubbel en dwars waard. Het bulderend geraas van een panzerdivisie die en masse een fjord in dondert. O goddelijke gruizige smeuïgheid. Niks meer aan doen. Het hielp wel dat de gitaarroadie niet zoals gebruikelijk verveeld naar de geluidsman starend wat lome power chords stond weg te harken, maar aan het shredden sloeg als ware hij de papierversnipperaar van de boekhouding van Feyenoord in het tijdperk Van Den Herik. Ik stond het in de nog bijna lege zaal dusdanig met open mond gade te slaan dat mrs. Hiram al aanstalten begon te maken om mij een niesonderdrukkende wijsvinger (plus pinkje voor de show) onder de neus te wrijven. Hoe spijtig was het dat we die avond al na een halfuurtje 'echt' concert de laatste trein moesten gaan halen, waardoor we niet alleen "Under A Bloodred Sky" maar ook de toegiftcovers "Killers" en "Painkiller" hebben gemist. Want ja, ik vergeet bijna te vermelden dat "Under A Bloodred Sky" eindigt met twee minuten Maiden-pastiche waar Dismember patent op heeft. Gelukkig hebben we de wearing their influences on their amps-foto's nog.

Friday, June 13, 2008

Fuck Buttons @ Patronaat

Klinken ook werkelijk al-le-maal hetzelfde, hè, die IJslanders… Van die aangenaam fris wegtikkende neoklassieke danwel postrockende ambient electronica ergens tussen Björk, Sigur Rós en Jóhann Jóhannsson. Strijkers, laptops en verstild neerdwarrelende sneeuwvlokjesnoten, ook Ólafur Arnalds, die mag openen vanavond, weet er wel raad mee. Ik niet altijd, hoor het over het algemeen liever al rondwandelend op de koptelefoon dan in de concertzaal, al heeft zo’n tergend langzaam van de trap stuiterend plastic bekertje ook wel een zeker cachet (ze kunnen er zelf gelukkig ook om lachen). Het is een prettig en precies lang genoeg optreden dat bij mij nochtans niet voortdurend de indruk kan wegnemen dat ik naar met glitches ‘n’ beats opgeleukte muzak sta te luisteren, en daar heb ik bijvoorbeeld bij Jóhannsson meestal geen last van; maar het is eigenlijk ook niet eerlijk om de lat voor de vroege twintiger Arnalds en zijn al even jonge strijkkwartet zo hoog te leggen. Was overigens te laat binnen om het eveneens IJslandse voor-voorprogramma Rokkuro te horen.

Goed, we zijn gekomen voor Fuck Buttons, want noise is natuurlijk bij uitstek wél zeer goed genietbaar in levende lijve. Het Engelse duo heeft bepaalde regionen van de blogosfeer het afgelopen half jaar aardig in lichterlaaie gezet met single “Bright Tomorrow” en langspeler Street Horrrsing, waarop de noise niet overdreven harsh à la Wolf Eyes of Prurient maar bijna dream poppy geserveerd wordt en dat is een mes wat aan twee kanten snijdt. Ik ben altijd ende onvoorwaardelijk vóór hooks, maar het fijne van noise is juist dat je er op een gegeven moment van in the zone kunt geraken, om maar even met Britney te spreken, en daarbij kunnen hooks soms alleen maar in de weg zitten. Aan de andere kant maakt deze aanpak de muziek van Fuck Buttons zeker wat toegankelijker, al is dat aan de opkomst in de kleine zaal niet echt te merken. En ja, ikzelf hoef niet meer middels haken naar binnen getrokken te worden en hoor het eerlijk gezegd sowieso liever ‘gewoon’ hard en compromisloos, maar het optreden pakt al met al toch goed uit, of in ieder geval goed genoeg. De extreme hoog/laag frequenties worden dan wel jammerlijk geschuwd, overweldigend is het bij tijd en wijlen zonder meer. Dynamisch is het soms wat voorspelbaar maar wederom effectief genoeg. Wat me wel een beetje tegenvalt aan de twee Bristolians is de wat aarzelend (nerveuze?) podiumpresentatie en het gebrek aan een echte-echte (licht)show en/of theatrale elementen, waar de muziek zich toch goed voor leent. Wolf Eyes, Amerikaans tenslotte, gaat daarmee soms bijna over the top (is überhaupt in alles veel extremer dan FB, en tja, ‘extremer’ betekent haast automatisch ook ‘beter’ als je het over noise hebt), maar het werkt wel. Na een uurtje is het gedaan, geen toegift, en dat is mij toch wat te kort, ik begin er net een beetje in te komen. The zone, that is.

Thursday, June 5, 2008

Black Mountain @ Melkweg

Bij aanvang van het bijna uitverkochte optreden in de Oude Zaal vertelt Black Mountain zanger/gitarist/bandleider Stephen McBean het publiek dat dit het laatste loodje van de Europese tour is en dat ze ‘stoked’ zijn om na zo’n lange tijd weer in Amsterdam te spelen, maar pas bij de hypnotiserende toegift “Bright Lights” gaan echt alle remmen los (ofschoon, het blijven Canadezen, dus al te freakaristiek wordt het nooit), verandert de ‘k’ in een ‘n’ en de spa blauw in rode wijn, stroboscoopje erbij, goede tijden. Wel jammer dat ik in de volle zaal de verkeerde kant heb gekozen: Een maatje bolderkar vintage houten toetsenbordbakbeest staat vooraan het podium opgesteld en ontneemt mijn zicht op de gehele ritmesectie. Heel veel spectaculairs valt er eigenlijk ook niet te zien, want ja, een klein beetje moe schijnen ze wel toe, de retropsychrockers uit Vancouver. Zangeres Amber Webber, die vorig jaar met mede-BM’er Joshua Wells nog een fijne spacey folk noir plaat uitbracht als Lightning Dust, is niet echt de sprankelende, mysterieuze of anderszinsbegoochelende frontvrouw waar ik op gehoopt had, zeker niet met nog vers in het geheugen het prachtige maar veeels te korte optreden van zielsverwante Jesse Sykes vorige week als opener voor Martha Wainwright (ook geweldig) in Paradiso. Vanavond moeten we het doen met een doorsnee zwijgzaam sikkeneurig maar toch ook wel weer schattig indie-madammeke wiens outfit het midden houdt tussen een slobbertrui en een tank top, als u zich daar iets bij voor kunt stellen. Ondanks dit alles toch welzeker een zéér vet concert; qua tremelozwangere, soms letterlijk schaapachtige zang (dat is een compliment) en tamborijnspel laat Webber immers geen steek vallen, en de rest van de band is ook gewoon erg lekker bezig. De nieuwe plaat In The Future is dan misschien wel wat constanter dan het debuut, onbetwist hoogtepunt van de avond zijn toch duidelijk de rug-aan-rug gespeelde zwaar stonerrockende oudjes “Don’t Run Our Hearts Around” en vooral “Druganaut”. Want. Flagrante stilistische dwalingen in de geschiedenis van de metal: Ze zijn talrijk, zowel muzikaal alsook kledings- en haardrachtsgewijs (en soit, menigeen zal het genre an sich als zodanig wensen af te doen), maar één van de meest pijnlijke/vermakelijke is toch wel funk metal; deze zoals gebruikelijk hilarische post op Metal Inquisition zegt alles. Maar was het nou eigenlijk wel zo’n slecht idee? Stel je voor dat iemand ze in 1989 even had uitgelegd dat ze niet Van Halen met Level 42 moesten combineren, maar Led Zeppelin met Stevie Wonder. Of beter nog, Black Sabbath met The Meters:

Black Mountain - "Druganaut" (live 2008)


Jesse Sykes & The Sweet Hereafter - "Hard Not To Believe" (live 2008)