Uit de AllMusic recensie (4 sterren!) van de Warp verzamelaar Artificial Intelligence Volume 2 door ene John Bush:
With more artists than the previous Artificial Intelligence compilation, this second installment is a bit more sonically experimental, though it suffers from a lack of enjoyable tracks.
De afgelopen maand heb ik eindelijk eens Hammer Of The Gods gelezen, de beruchte Led Zeppelin biografie van Stephen Davis. Eigenlijk vind ik niet al die dope en groupie-verhalen maar het feit dat de band (qua verkoopcijfers zonder meer de grootste band van de jaren zeventig) zo unaniem gekraakt werd door de pers nog het meest schokkend. Spelend voor een dweepziek, slaafs en piepjong publiek, banjerde Zep als een straalbezopen olifant door de heilige porceleinkast van de blues, met zo'n volume dat je er eigenlijk geen andere 'verdovende' middelen meer bij nodig had en dit werd niet gepikt door de heersende jaren zestig generatie, een banvloek waar de metal nooit meer echt vanaf is gekomen (in het boek Bad Music: The Music We Love To Hate, sowieso een aanrader, wordt een hoofdstuk gewijd aan dit onderwerp). Het was zo erg dat Zep (eigenlijk geen metalband pur sang, maar da's een ander verhaal) zich op een gegeven moment zelfs verplicht voelde om de opbrengst van een aantal Amerikaanse optredens te doneren aan een nog op te richten bluesmuseum, wat uiteindelijk nooit van de grond kwam natuurlijk. Maar goed, met de waardering is het uiteindelijk allemaal wel goed gekomen, zie bijvoorbeeld hier het (gedeeltelijke) mea culpa van voormalige aartsvijand Rolling Stone. (Of luister eens naar The White Stripes of Wolfmother.)
Op Wikipedia heeft de fanclub zich uitgeleefd door alle liedjes van Led Zeppelin tot op het bot te ontleden, een welkome appendix bij het sensatiebeluste verhaal van Hammer Of The Gods. Zo wordt netjes genoteerd bij welke opnames je precies het piepen van Bonzo's basdrumpedaal (de enige echte Godenhamer) kan horen, blijkt "Trampled Under Foot" tevens een Engelse trampolinefabrikant en bestaat "Stairway To Heaven" uit exact 666 duivelse kwarttellen!
Het is wel raadselachtig waarom deze mierenneukers bij het hoofdstukje "Custard Pie" geen woorden wensen vuil te maken aan de "Mickey's Monkey" connectie. De vooroorlogse blues-antecedenten worden allemaal keurig opgesomd, maar Motown is blijkbaar niet salonfähig genoeg om ook een vermelding te krijgen. Op YouTube staat gelukkig een prachtige versie van het origineel, waarbij halverwege de Funk Brothers nog eens extra in het audio-zonnetje worden gezet (en laat ik nou net van de week Standing In The Shadows Of Motown hebben gezien):
Smokey Robinson, The Miracles & The Funk Brothers - Mickey's Monkey
Maar eerlijk is eerlijk, de link tussen deze twee nummers is pas later expliciet gemaakt door Mother's Finest, door doodleuk de tekst van het Holland-Dozier-Holland origineel over de muziek van Zep's "Custard Pie" heen te zingen (had ik toevallig al eens gepost, hier). Het is maar de vraag of Jimmy Page daadwerkelijk een voorbeeld heeft genomen aan Smokey's liedje, wat natuurlijk ook gewoon een ordinaire Bo Diddley rip off is:
Bo Diddley - Hey, Bo Diddley
(Tjonge, staat die wereld mij daar even stil zeg; hopelijk gaat het goed met hem.) Kijk, dat lijkt al heel wat meer op Pagey, alleen de strijkstok ontbreekt nog.
Zep speelde "Custard Pie" vreemd genoeg nooit live, dus dan maar even dit humor-om-te-lachen-filmpje:
Custard Pie Misheard Lyrics
Tussen haakjes, ook het wijd en zijd bekende jatwerk van Stevie Wonder's "Superstition" (ook Motown!) ten bate van "Trampled Under Foot" blijft op Wikipedia onvermeld:
Stevie Wonder - Superstition (live on Sesame Street)
Led Zeppelin - Trampled Under Foot
Leuke anekdote uit Hammer Of The Gods: De jongens hebben zich voor de hoesfoto van Physical Graffiti in vrouwenkleding gehuld en lopen vervolgens of all people Stevie Wonder tegen het lijf, die natuurlijk denkt dat ze hem in de maling nemen. En toen had'ie dus "Trampled Under Foot" nog niet eens gehoord... ouch.
Allerallerleukste anekdote uit Hammer Of The Gods en popkwisvraag van de dag: Van wie verloor John Bonham, tot zijn grote woede, in Playboy's Best Drummer-poll in 1976?
Laatst raakte ik per ongeluk en voor het eerst op een platenbeurs verzeild, in de Rijnhal te Arnhem. Ik dacht altijd dat platenbeurzen er waren voor de echte-echte verzamelaars (ik verkeer nog steeds in de “ik ben muziekliefhebber, geen platenverzamelaar”-ontkenningsfase) en dat het aanbod dus vooral wel uit onbetaalbare collector’s items zou bestaan. Moest dan ook erg lachen toen ik direct bij binnenkomst (Hiram: “Hey Johnnie!”; Johnnie: “Stil ‘es, ik moet ff goed opletten...”) een Rus (“Tomorrow I veal go to Düsseldorv”) met een vuistdikke stapel groene en paarse biljetten en met een gezicht als een oorwurm een paar honderd euro zag neertellen voor een nederbiet-singletje.
Maar tjonge, wat viel het mee met die prijzen! Uiteindelijk stond de teller stil op zo’n 60 platen voor gemiddeld nog geen drie euro het stuk. Topstuk: Don't Break The Oath van Mercyful Fate. Verder weer veel mooi-lelijke hoezen:
Met voorbedrukte handtekeningen:Heren Riot: Wat is er zo 'metal' aan zeehonden?!Drummers en malliots... strak plan:Op de achterkant wordt het nog erger:
Leuk toch ook om terug te zijn in die onooglijke Rijnhal, waar ik mijn eerste hardrock-concert zag: AC/DC (voorprogramma Dokken) op 15 maart 1988, ik weet het nog steeds uit m’n hoofd. Als dertienjarig fanatiek headbangend onderdeurtje met het bandshirt tot ver over de knieën, werd ik destijds door de betonrockers nogal schattig gevonden. Zo ontwaarde ik een jaar of wat later in diezelfde Rijnhal eens halverwege een nummer van Anthrax tussen m’n haren door een cirkel van geknielde headbangers om mij heen. Bij AC/DC ontfermde een Amerikaanse militair on leave zich over me en nam me spontaan op de nek. Dat vonden de mensen achter hem minder cool, waarop het bijna tot een handgemeen kwam terwijl ik mij op eenzame hoogte nog steeds Angus zelve waande. Good times…
Tegenwoordig ga ik naar van die cultureel correcte concerten, van Arno Hintjens of Wir Sind Helden, bijvoorbeeld. Arno werd zelfs verantwoord genoeg gevonden door de personeelsvereniging van de Gemeente Haarlem, waardoor ik mij in het Patronaat omringd wist door een net niet meer comfortabel aantal collega's. Gelukkig had Arno’s naamgenoot Leo Konra AKA DJ Mr. Fine Wine mij op de gastenlijst gezet en mocht ik naast hem chillen op het backstage-balkon. Ik kende Arno H. (of Arno (B) zoals hij blijkbaar in Nederland ook bekend staat) alleen een beetje van TC Matic en had verwacht dat hij tegenwoordig meer van de chansons was, maar nee, het avant-scheurde er op los, vooral met dank aan het gierende Belew/Ribot-achtige gitaarwerk van Geoffrey Burton. Ik vond het erg goed, thx Arno K.!
De volgende dag Wir Sind Helden in een stampvol en dolenthousiast Paradiso. Het stroboscopische begin, met een snippet "Ode An Die Arbeit" en vervolgens "Endlich Ein Grund Zur Panik" was overrompelend. De pret was het grootst wanneer Arjan Ederveen lookalike Jean-Michel Tourette zijn keytar omgespte en de quasi-analoge synths-riffs ons tegemoet knetterden. Hoekig, catchy en grappig als Devo met een flinke scheut Neue Deutsche Welle. De Cure cover "Why Can't I Be You", ook helemaal goed. Wel jammer: Iets teveel ballads en midtempo vullers en géén "Geht Auseinander".
Ook gekocht op de platenbeurs: Au Pairs - Come Again (live 1981)
Volgende maand ga ik me voor het eerst sinds zeventien jaar (Deep Purple) over mijn Ahoy'-fobie heenzetten: Rush komt!
Nou is die band natuurlijk zo'n beetje synoniem met seventies nerdsymphogeekprog (en nog Canadees bovendien), maar ik ben er (niet als enige) inmiddels al lang achter dat ik ze eigenlijk altijd al zo goed heb gevonden vanwege hun catchy songs en niet zozeer vanwege hun doodsverachtende maatsoortwisseltrucerij, feilloze instrumentbeheersing of sci-fi/fantasy teksten. Powerpop en sympho lijken op papier onverenigbaar, maar noemde ik eerder al eens Klaatu, ook The New Pornographers (ook Canadees en de beste band van de 21e eeuw, tussen haakjes) bewijzen al vier platen lang het tegendeel. En powerpoppende seventies adepten als de Posies (zie foto) en Sloan (zie onder; óók Canadezen) steken hun bewondering voor Rush ook niet onder stoelen of banken.
Bij deze dus maar eens een verzameling van een paar van Rush' meest toegankelijk poprockende liedjes; je zou er een prachtige compilatie CD van kunnen maken. Voor sommigen misschien toch een kwestie van even door de zure appel (lees: de tempowisselingen, de foute kapsels, dito outfits en bovenal Die Zang) heenbijten, maar zeg nou zelf, deze jongens verdienen toch echt veel meer krediet dan ze ooit hebben gekregen voor hun prachtige songs. De tweestemmige koortjes in de refreinen moet je er zelf maar bijdenken en dat gaat bijna vanzelf, als je het mij vraagt...
Eerst twee echte oudjes die met hun afwisselend raggende en tokkelende riffs (een Alex Lifeson trade mark) prima in het Raspberries/Big Star straatje passen:
Fly By Night (met een fanatiek twirlende jonge-honden Neil Peart, in 1975 net bij de band)
Bastille Day (1976; die 2 openingsriffs zijn best wel punk eigenlijk)
De gouden periode van Rush is echter eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, met als kroon op het werk Moving Pictures uit 1981:
Limelight
Tom Sawyer - South Park Spoof Intro (nog zelfspot ook op hun oude dag)
Tom Sawyer
Freewill
Spirit Of The Radio
Sloan - Spirit Of The Radio (leuk geprobeerd, jongens)
Closer To The Heart (had zo op Dear 23 van The Posies gekund)
La Villa Strangiato (Pinkpop 1979; geen powerpop, maar wel op hun laatste-optreden-van-de-tour-zevenkwarts-proggy-best)
Vital Signs (ze hadden blijkbaar ook de Police gezien op Pinkpop; verder mooie klassieke Professor Peart lyrics: "Everybody needs reverse polarity" (tuurlijk), en wat doet die vette Eraserhead poster daar trouwens aan de muur?)
Joanna Newsom kwam haar goedmaak-gig doen in Paradiso afgelopen woensdag, en goed was het. De orkestrale Ys-bombast werd knap teruggeplooid tot een kwartet van harp, tambura, viool en percussie, waarbij de drummer het vege lijf moest zien te redden met enkel een (als surdo bespeelde) basdrum, een floortom en een tamborijn. Hij kweet zich met verve van zijn taak, een lesje in minimalisme met vaak slechts één enkele brush of mallet in actie, ondertussen ook nog prachtige harmonie-vocalen ophoestend. Het harpmutsje zelf leverde ook geen half werk natuurlijk, vooral qua stem was het zelfs beter (iets minder out there) dan op plaat. Eigenlijk is ze 'gewoon' een singer/songwriter die toevallig geen gitaar maar harp speelt. Of misschien maakt het instrument op zich op mij minder indruk omdat ik het dagelijks in huis hoor courtesy of Mrs. Hiram, zou ook kunnen. Hoe dan ook, rillingen-over-de-rug wonderschoon optreden.
Joanna Newsom - What We Have Known (Live @ Paradiso 2007)
Na afloop werd er even snel bijgetankt bij de bar (die gesloten was tijdens het concert) alwaar ik de Harpmaffia (zie foto) in hun kennelijke staat wist over te halen voor een kleine after party in de bovenzaal, waar de überheshers van Orange Goblin net waren begonnen hun stonerding te doen. Het ging er zoals verwacht goed van jetje: Binnen drie tellen was ik door een ferme por van achteren driekwart van m'n pint al kwijt aan de bilnaad van mijn arme voorbuurman. De dames waren ook onder de indruk ("lekkere manne!") en kochten pardoes allemaal een ceedeetje.
Orange Goblin - Some You Win, Some You Lose (Live in Dublin)
Twee dagen later waren de nekspieren nog maar nauwelijks hersteld of het volgende beukfeest diende zich onverwacht alweer aan. Of we meewilden naar Gorefest in de Melkweg, vroeg een vriend. Hij kende de drummer van het voorprogramma, en wij waren de enige 'teringherrieliefhebbers' in zijn adresboekje. Leuk! Ik was uit mezelf nooit gegaan, maar het was fijn om Gorefest weer eens te zien na 12 jaar (toen in het voorprogramma van Death op hun Symbolic hoogtepunt). Het was het eerste optreden ter promotie van hun nieuwe plaat Rise To Ruin, en gedoodverfde opener en persoonlijke favoriet "The Glorious Dead" klonk misschien nog een beetje aarzelend maar toch vooral ook weldadig lekker. Drummer Ed Warby is nog steeds indrukwekkend strak & snel, de frontlinie ziet er cool uit met die zwarte Gibson Les Paul drietand en het klassieke oude splatterlogo is ook weer terug, yay!
Gorefest - Confessions Of A Serial Killer (Live @ Dynamo Open Air 1993; als ik me goed herinner speelde Warby hier met een gebroken hand, en sorry, maar Jan-Chris "Godverdomme Eindhoven" De Koeyer lijkt soms toch echt wel eng veel op Steffi Graf)
Mijn Last FM charts hebben inmiddels een wel erg hoog braziliaans gehalte. Dat komt door de blogsnoepwinkelvondst van het jaar: LORONIX
Ik geloof niet dat ik voorlopig nog ergens anders hoef te wezen voor nieuwe muziek... Zo'n 1500 (!) linkskes naar geZIPt klassiek braziliaans vinyl, al dan niet out of print. Wel lastig doorwaadbaar, want ik ben dan wel enorm hongerig naar, maar vooral ook niet zo erg thuis in dit 'genre'. Nu ben ik niet bijster éénkennig qua muziek, maar als het teveel de bossaloungestrandtentchill-kant op gaat, haak ik toch meestal snel af; daarvoor hangt het geflapper van teenslippers & witte canvas broeken alhier in de stad van Dennis v.d. G. (zou die op de mat gewoon dezelfde broek aanhouden?) me al ruimschoots genoeg de keel uit (ja, ik weet 't, love it or leave it).
Ik wil samba. Liefst met veel of alleen maar slagwerk. Batucada Fantástica (deel 1 & deel 3; die hoezen!) van Luciano Perrone dus, bijvoorbeeld, of deze van baterista Paulihno en zijn escola de samba. Ook de geweldige Soul Jazz Records verzamelaar Batucada / Capoeira staat er op; die had ik al maar is echt een aanrader, dus bij deze.
Naast hardcore batucada is er vooral ook een hoop mooie liedjessamba te vinden. De grondleggers van dit genre (en meer in het algemeen de zogeheten Música Popular Brasileira of MPB) zijn de vooroorlogse componisten Noel Rosa en Ary Barroso, die ik eerder dit jaar al eens zwervend op Het Net aantrof. Mijn veramerikaanste oren horen de klassieke pop van Tin Pan Alley en The Great American Songbook maar dan met die massaal meegeblèrde refreinen en vooral die onbetaalbare chaotische struikelswing waar Brazilianen patent op hebben, prachtig!
Barroso schreef het beroemde, inmiddels morsdood gespeelde "Aquarela Do Brasil" en lag erg goed in de Amerikaanse markt, Disney wilde hem maar wat graag naar Hollywood halen, maar get this: Hij bleef in Rio omdat hij niet buiten zijn geliefde Flamengo kon! Hij was trouwens gewoon fan én live radiocommentator tegelijk, en was als gemeenteraadslid ook nog eens medeverantwoordelijk voor de bouw van het immense Maracanã-stadion. Zie hier voor nog véél meer Ary-ana en andere musica brasiliensis.
Voordat zij naar Hollywood verhuisde en als vleesgeworden Chiquita-chick in haar thuisland persona non grata werd, zong Carmen Miranda (die zelfs een luchtballonbouwer inspireerde) in Brazilië 'gewoon' de liedjes van Rosa en Barroso. Deze is echter geschreven door hun collega/rivaal Dorival Caymmi en komt uit de film (jawel) Banana Da Terra (1939).
Mr. & soon-to-be Mrs. Hiram deden een midweekje Düsseldorf bij wijze van vakantie (de bedevaart naar Noorwegen is een jaartje uitgesteld). Net zoals een paar jaar terug in Keulen bleek op steenworp afstand van ons hotel een goddelijk goed gesorteerde tweedehands platenwinkel te zitten, de Platten-Galerie van meneer Berendt; 'goed gesorteerd' als in 'ik inventariseer zelfs de twee€vijftig uitverkoopbakken op m'n website'. Toen ik door die koopjes heenbladerde (Toxik! Metal Church! Crumbsuckers! Lemonheads! LL Cool J!) hield ik mijn hart al vast voor de shockers die er dan toch zeker wel in de reguliere bakken zouden staan.
De Vrouw gaf ik alvast een stapeltje in bewaring, waarop zij, strak gedrild als ze is, gedienstig de kwaliteit van het vinyl ging checken; een bulderende stem vanachter de toonbank:
"Do NOT touch ze records wiß your hands!"
"Oops, sorry! But... uhm... my hands aren't big enough to reach the label..."
Uh-huh, die bratwurst past er toch ook in, lief? Anyway, selbstverständlich veel goeie/'foute' eighties metal in de stad van Doro. Natuurlijk moest ik met haar op de foto; en jazeker, dat is een aparte Stryper sectie daar in de bakken achter me, dat zegt meer dan duizend woorden: Inlaaien dan maar dus: Raven, Saxon, Rage, Mandator, 4xJudasPriest maar bijvoorbeeld ook Los Lobos' prachtige behoesde back-to-basics tussendoortje La Pistola Y El Corazón en wave klassiekers als The Correct Use Of Soap (Magazine), Treasure (Cocteau Twins), The Red And The Black (Jerry Harrison) en het foeilelijk behoesdeWhat Does Anything Mean? Basically (The Chameleons). Zelfs met je ongezonde popnerd-verstand kom je in dit soort winkeltjes nog parate kennis tekort en voor luisteren is al helemaal geen tijd, dus toch handig, zo'n iPod om te verifiëren dat dat vaag bekend voorkomende Honey Bee van Moose inderdaad toffe 90s shoegaze is.
Verder een oude Material (avantjazzfunk feat. Chic, Brian Eno, Archie Shepp en een piepjonge Whitney Houston), The Walkabouts' meesterwerk Setting The Woods On Fire als dubbelelpee (veel mooier dan "Good Luck Morning" en "Bordertown" wordt americananoir niet) en mijn favoriete plaat van freakcore/punkpopgoden ALL, Allroy's Revenge. En dan heb ik de topstukken nog niet eens genoemd: Een (geek alert!) 'mint condition' Live After Death (Iron Maiden) met origineel boekwerk & al, een ietwat krom (want flinterdun) maar o-zo-nooit-verwacht-toch-gevonden exemplaar van de NWOBHM mijlpaal Angel Witch van Angel Witch maar bovenal Reign In-fokking-Blood met vintage Def Jam binnenhoes.
Bij het afrekenen bleek Herr Berendt toch de kwaaiste niet en gaf me ondanks mijn kortbevingerde sidekick een fijne discount (cool, die Toten Hosen (ook uit Düsseldorf) poster linksboven): Helaas ontdekte ik in de trein terug al snel de grenzen van de Duitse Gründlichkeit, want precies de felstbegeerde hoes (Slayer dus) bleek gevuld met een verkeerde plak vinyl... Gelukkig had ik z'n kaartje meegenomen en kon ik hem via de mail op z'n vergissing attenderen. Na hem er welhaast van te hebben moeten overtuigen niet terstond harakiri te plegen, ontving ik van de week alsnog per expres Reign In Blood, inclusief (hij stónd erop) de hoes van de per abuis in mijn bezit gekomen plaat (niet om áán te horen maar kennelijk nogal zeldzame Italiaanse experimentele wave).
Overigens was ik op de eerste dag in Düsseldorf al zwaar geslaagd bij een in punk gespecialiseerd winkeltje in de Altstadt, Hitsville: Heerlijk puberale en retecatchy Aussie garagesludgepop op rood vinyl (Hard-Ons Dickcheese), de Kyuss/Queens Of The Stone Age split EP op blauw vinyl, met veel jeugdsentiment beladen NYC crossover (Prong Force Fed), reeds lang vergeten NYC crossover (Harter Attack Human Hell, op het met opvallend vooruitziende blik naamgegeven label Metalcore) en het mede door Steve Albini 'geproduceerde' nedernoiserock-opus Wrede - The Cruel Peace van Gore uit Venlo. Bij de Saturn (fijne, fijne winkels zijn dat toch) nog even mijn liefde voor Duitsland betuigd (Tocotronic, Wir Sind Helden) en zelfs nog wat nagelnieuw vinyl ingeslagen: Alasdair Roberts' The Amber Gatherers (zonder twijfel één van de mooiste platen van dit jaar), de nieuwe van Shellac (ge-wel-di-ge hoes!) en de ontbrekende schakel in m'n Mclusky 'verzameling', The Difference Between Me & You Is That I'm Not On Fire. Die bleek verdorie ongevuld te zijn, maar daar wordt aan gewerkt...
Om het af te leren de dag na thuiskomst ook nog maar even, terwijl De Vrouw trouwjurken stond te passen, naar Good Times in Alkmaar (het tegenovergestelde van de Platten-Galerie, zelden zo'n glorieuze janboel gezien) geweest: Twee pareltjes uit Athens, Georgia (Indigo Girls' titelloze tweede plaat en het debuut van The dBs), Autobahn van Kraftwerk (waar komen die ook weer vandaan...), Holy Money van Swans, In Full Colour van Boyracer en een keigaaf promo-exemplaar van SoCal punkpoppers Big Drill Car's debuut EP, met een complete press kit aan stickers, posters en zelfs een handgeschreven aarskussende brief aan de recensent.
Nee, die had ik nog niet.
Volgende maand in Paradiso, nu al hier: Wir Sind Helden - "Guten Tag"
Och, wat mooi. Angel Witch - "Angel Witch"
Die zanger lijkt verdacht veel op Bon Scott... Hard-Ons - "Something About You"
En okay, het zijn niet Dolly Parton & Porter Wagoner, maar beter dan met Doro & 'der' Biff die Priest coveren valt het bovenstaande nauwelijks te illustreren: Saxon feat. Doro - "You've Got Another Thing Coming"
Nah, toch ook maar even the real thing, met Rob Halford nog in z'n Agnetha-fase, voordat hij Het Leer ontdekte; hoe dan ook, het ronkt dat het een aard heeft: Judas Priest - "Exciter" (live 1978)